Onderwijsplannen zijn vaag en multi-interpretabel

Onderwijsvernieuwing De Tweede Kamer spreekt donderdag voor het eerst over een nieuw curriculum voor basis- en middelbare school. Er is veel kritiek op.

De Tweede Kamer spreekt donderdag voor het eerst over het onderwijsvernieuwingsproject curriculum.nu. Veel critici vinden het vaag en onduidelijk.
De Tweede Kamer spreekt donderdag voor het eerst over het onderwijsvernieuwingsproject curriculum.nu. Veel critici vinden het vaag en onduidelijk. Foto Kees van de Veen

Economieleraar Ton van Haperen haalde in een hoorzitting in de Tweede Kamer de ‘verzonkenkostenregel’ aan: als je ergens al veel geld en moeite in hebt gestoken, dan ga je er meestal mee door.

Geldt dat ook voor curriculum.nu, het project dat de inhoud van de vakken op de basisschool en de laagste klassen van de middelbare school moet veranderen? Critici – onder wie Van Haperen – vrezen van wel. Wetenschappers, vakverenigingen en docenten uitten afgelopen jaar hun zorgen over deze onderwijsvernieuwing, die ze vaak in een adem noemen met mislukkingen als ‘de tweede fase’ en ‘het nieuwe leren’.

„Ik heb dertig jaar onderwijsvernieuwing meegemaakt en heb de kwaliteitsdaling zien gebeuren”, zei bijvoorbeeld wiskundedocent Cécile Heesterman tijdens de hoorzitting. „Met dit curriculum gaan we naar een nog lager niveau.”

Donderdag vergadert de Tweede Kamer over het project, dat is aangezwengeld door voormalig staatssecretaris Sander Dekker (VVD). Tot nu toe is er minstens acht miljoen euro aan uitgegeven.

Lees ook: Destilleer hier maar eens een curriculum uit

Bezorgde wiskundedocenten

Het Kamerdebat is een krap half jaar nadat negen ‘ontwikkelteams’ van leraren en schoolleiders plannen voor hun leergebied presenteerden. Die gebieden zijn bijvoorbeeld ‘mens en maatschappij’ en ‘mens en natuur’. Er vallen meerdere vakken onder, en alle niveaus, van kleuter tot en met de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De voorstellen, waarover anderhalf jaar is gebrainstormd, zijn nog geen concrete leerdoelen maar ‘bouwstenen’ op basis waarvan de Stichting Leerplan Ontwikkeling leerdoelen zal formuleren.

Dat laatste levert meteen al een probleem op: de plannen zijn vaag en multi-interpretabel. Keer op keer wordt gebakkeleid over wat er nou eigenlijk staat. Worden de formele breuken nou wel of niet afgeschaft op de basisschool? (Volgens bezorgde wiskundedocenten wel, volgens het ontwikkelteam is er niets aan de hand.)

Die dynamiek was er ook tijdens hoorzittingen en een rondetafelgesprek in januari in de Tweede Kamer. De bedenkers stelden de kritische hoogleraren en docenten steeds gerust: zó hadden ze het niet bedoeld! „Dit is precies de verwarring waar ik voor vreesde”, zei Ad Verbrugge voorzitter van de vereniging Beter Onderwijs Nederland.

De naam Jeroen Dijsselbloem (PvdA) viel vaak. Zijn parlementaire onderzoekscommissie concludeerde in 2008 dat de overheid de onderwijskwaliteit ernstig had verwaarloosd door grote vernieuwingen door te voeren zonder dat het probleem helder gedefinieerd was, en zonder draagvlak. „De overeenkomsten met curriculum.nu zijn verbijsterend”, zei bijvoorbeeld onderwijsadviseur Marcel Schmeier.

Vier nieuwe lessen voor goed onderwijs van Jeroen Dijsselbloem

Uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond (AOb) onder 2.300 leraren, november vorig jaar, bleek dat driekwart van de leraren de plannen niet ziet zitten. Ze vinden dat er belangrijkere problemen zijn, zoals het lerarentekort. Veelgehoorde kritiek is ook dat de voorstellen te veel op vaardigheden zijn gericht en te weinig op kennis. En dat de wetenschappelijke basis dun is. Er hadden vakinhoudelijke experts en curriculumdeskundigen in de ontwikkelteams moeten zitten, klonk het.

En hoewel de veranderingsgezindheid van het project in 2017 al flink is ingeperkt door de Tweede Kamer – er mochten geen aparte teams komen voor vakoverstijgende vaardigheden en persoonsvorming – zijn de verschillen met ‘Onderwijs2032’, zoals het project onder Dekker heette, niet zo groot, zeggen critici.

Theo Douma, voorzitter van curriculum.nu, en de leden van de ontwikkelteams benadrukten steeds dat hun plannen nog géén nieuw curriculum zijn, maar een stap ernaartoe. De voorstellen zijn aan het vervolgonderwijs voorgelegd en volgens Douma waren alle reacties positief. Wetenschappers zijn zowel voor als tijdens het proces om advies gevraagd. „Maar wij werken vanuit het perspectief: de leraar aan zet. Niet de wetenschap.”

Lees ook: ‘Dit is geen informatiebrochure voor docenten, maar een stap naar een curriculum’

Minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) vindt dat de voorstellen een „solide basis” vormen om verder te gaan met de curriculumherziening, schreef hij in december in een brief aan de Tweede Kamer. Voor het kabinet staat vast dat zo’n herziening nodig is – dat staat ook in het regeerakkoord – maar dat hoeft niet op deze manier. De raden van de diverse onderwijssectoren, scholierencomité LAKS en de vakbonden coördineren het proces en zijn voorstander. Onderwijsbond AOb heeft zich teruggetrokken.

Het nieuwe curriculum moet voor meer samenhang zorgen, voor een doorlopende ‘leerlijn’ tussen het basis- en voortgezet onderwijs en het moet leerlingen beter voorbereiden op de toekomst. Ook moet een nieuw lesprogramma zorgen dat leerlingen minder overladen worden. Of dat laatste lukt, is de vraag. Emeritus hoogleraar Harrie Eijkelhof telde in de voorstellen voor de bovenbouw van de basisschool 118 kenniselementen voor het leergebied ‘mens en maatschappij’. „Als dat geen overladenheid is, dan weet ik het ook niet meer.”

Correctie (6 maart 2020): In een eerdere versie stond dat Harrie Eijkelhof 281 kenniselementen telde in het curriculumvoorstel voor de bovenbouw van het primair onderwijs voor het leergebied ‘mens en maatschappij’. Dit moet zijn: 118 kenniselementen. Ook stond zijn naam verkeerd gespeld.