Meteen antivirale middelen slikken werkt het best tegen hiv

Virologie Een nieuwe studie werpt voor het eerst licht op hoe de eerste stadia verlopen van een hiv-infectie bij mensen.

Een antiviraal middel tegen hiv.
Een antiviraal middel tegen hiv. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Een besmetting met hiv kun je het best de kop indrukken door meteen na een positieve test-uitslag antivirale middelen te slikken. Door snel met medicijnen in te grijpen, krijgt het virus geen kans een reservoir op te bouwen in het lichaam van de patiënt. Uit een studie in Thailand met 170 deelnemers die na een positieve testuitslag binnen enkele dagen medicijnen kregen, blijkt dat de omvang van het reservoir honderd keer kleiner blijft, dan wanneer de therapie pas later wordt gestart. De resultaten zijn woensdag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science Translational Medicine.

De nieuwe studie werpt voor het eerst licht op hoe de eerste stadia van een hiv-infectie bij de mens verlopen. De infectie blijkt zich eerst te nestelen in weefselcellen van de darm en lymfe en pas daarna uit te zaaien naar het bloed. Daar zijn twee verklaringen voor, schrijven de onderzoekers: ofwel reeds geïnfecteerde bloedcellen komen op dat moment opnieuw in de circulatie, ofwel de infectie van de witte bloedcellen vindt pas in dat stadium plaats.

Dat het verstandig is om zo snel mogelijk na infectie met antivirale therapie te beginnen, is al langer bekend.

Makaken

Dat verlaagt meteen de maximale piek van virus in het bloed en voorkomt dat het afweersysteem van witte bloedcellen echt instort. Door het dagelijks slikken van virusremmers is hiv bij sommige patiënten al soms al na twee weken niet meer te detecteren in het bloed. Gemiddeld is dat na een half jaar. Maar mensen moeten hun hele leven medicijnen blijven slikken, anders komt het virus een paar weken na het stoppen met de therapie onherroepelijk terug vanuit het reservoir. Waarschijnlijk blijft het virus al die tijd latent aanwezig in langlevende T-cellen.

Uit eerder onderzoek met makaken die via de darm met SIV (apen-hiv) werden geïnfecteerd, bleek dat het virus al na drie dagen een reservoir opbouwt, nog voordat het aantoonbaar is in bloed. Als deze apen virusremmers krijgen, blijft dit reservoir bestaan, vooral in de lymfeknopen.

Het nieuwe onderzoek, waarin met regelmaat bloedmonsters en biopten van darm- en lymfeweefsel werden genomen, bevestigt dat het reservoir al heel vroeg in de infectie vormt. Heel snel beginnen met antivirale middelen zorgt ervoor dat het virus zich op veel minder grote schaal in het dna van de gastheercellen kan inbouwen, tot op het niveau waarop het niet meer te detecteren is.