Kritiek op de baas? Die mag je soms best uiten, maar niet altijd

Arbeidsrecht Klagen over de baas, dat mag best. Maar het hangt er wel vanaf of het waar is, hoe publiek je het doet en in welke toonaard. Drie rechtszaken.

Illustratie Ank Swinkels

Openbare kritiek op de baas wordt natuurlijk nooit écht gewaardeerd. Althans, niet door de baas. Maar hoe ver mag je met je kritiek gaan, en wanneer mag de baas ingrijpen?

Die vraag speelde op nadat twee Amerikaanse medewerkers van Amazon zich in januari in de media kritisch uitlieten over het milieubeleid van de webgigant. Ze ontvingen een brief van personeelszaken. Volgens een bedrijfsadvocaat overtraden de medewerkers de interne regels van Amazon, door hun kritiek in het openbaar te bespreken. Nieuwe overtredingen zouden kunnen leiden tot „corrigerende maatregelen, waaronder het beëindigen van het arbeidscontract”.

Is zo’n verbod op openlijke kritiek ook in Nederland mogelijk? En zou het standhouden bij de rechter?

Ook het Nederlandse arbeidsrecht is zo ingericht dat je medewerkers mag verbieden over bepaalde onderwerpen in de openbaarheid te treden, zegt de Zwolse arbeidsrechtadvocaat Anjo Doornbos. „Maar of zo’n verbod ook standhoudt bij de rechter, is van veel factoren afhankelijk.”

Geheimhoudingsbeding

Een verbod om over een specifiek onderwerp te praten, kan de werkgever opnemen in de bedrijfsregels, arbeidsovereenkomst of cao. Het meest voorkomende voorbeeld daarvan is het ‘geheimhoudingsbeding’, dat bij veel bedrijven standaard in de arbeidsovereenkomst staat. De werknemer tekent er in dat geval voor geen vertrouwelijke bedrijfsinformatie aan derden te verstrekken.

„Een soortgelijk beding over minder specifieke onderwerpen is ook mogelijk, maar komt in de praktijk minder voor”, aldus Doornbos. Dat heeft onder meer te maken met de Nederlandse arbeidswet, waarin staat dat personeel zich als ‘goed werknemer’ dient te gedragen. Je mag er als werkgever daarom van uitgaan dat een goed werknemer het bedrijf waar hij werkt goed gezind is, en er dus niet op uit is een negatief beeld van het bedrijf te schetsen.

Bij goed werknemerschap hoort dat de werknemer kritiek op zijn werkgever niet zomaar openbaar maakt, zegt ook advocaat Willem van der Meer de Walcheren. „Wie direct met zijn kritiek naar de krant stapt, heeft verzuimd de problemen eerst intern te bespreken. En daar hebben we in Nederland genoeg mogelijkheden voor. Je gaat hier makkelijk met je werkgever in debat, maar ook daarnaast zijn er genoeg andere kanalen om je kritiek te bespreken. Denk aan vertrouwenspersonen, ondernemingsraden, een interne klokkenluidersregeling of de vakbonden.”

Heeft een werknemer tóch zijn verhaal in de media gedaan, dan zal de rechter kijken naar het belang van de openbaarmaking. Wilde de werknemer een misstand aan de kaak stellen? Heeft hij de openbaarheid nodig om zijn doel te bereiken? Die laatste vraag is bijvoorbeeld relevant bij een staking, waarbij stakers hun onvrede over de situatie bij hun werkgever openbaren om hun punt te maken.

Ontslag op staande voet na openbare kritiek op de werkgever komt maar ‘zelden voor’

Ontslag op staande voet door openbare kritiek op de werkgever komt maar zeer zelden voor, zegt Doornbos. Omdat de gevolgen voor werknemers groot zijn bij ontslag op staande voet (verlies van inkomen, én geen recht op een uitkering), is dit een maatregel die alleen in uiterste gevallen wordt getroffen. In het geval van openbare kritiek moet het volgens de advocaat dan ook om „heel ernstige uitspraken” gaan.

Vaak komen werknemers er bij hun eerste fout daarom met een waarschuwing vanaf. De werknemer moet de kans krijgen zijn gedrag te verbeteren, zegt Doornbos. „Een dienstverband kan pas worden beëindigd als iemand zich ná een waarschuwing nog negatief blijft uitlaten.”

Wat mag een werknemer in het openbaar over zijn werkgever zeggen? Drie rechtszaken geven daar een beeld van.

1 Kritiek op Omroep Zeeland

Een medewerker van Omroep Zeeland presenteert in 2012 een radioprogramma. Kort daarvoor is bekend geworden dat de omroep niet naar een nieuwe locatie verhuist, tot teleurstelling van de directie. De presentatrice spreekt tijdens het programma uit dat zij het niet erg vindt dat de verhuizing niet doorgaat, en dat ze liever op de huidige locatie blijft.

Omroep Zeeland vindt dat deze uitspraak in strijd is met de cao voor omroeppersoneel, waarin staat dat de „werknemer zich in woord en gedrag aansluit bij doelstelling van de werkgever”. De omroep stelt de presentatrice op non-actief en zet een ontslagprocedure in gang.

De presentatrice vecht de non-actiefstelling aan in een kort geding. Ze wint. „In deze opmerkingen kan, gezien de context waarin deze zijn gedaan, niet een ondermijning van het beleid van de directie worden gezien. De presentatrice mag in zo’n radiopraatje haar eigen mening verkondigen”, oordeelt de rechter.

2 Blokker beledigd op Facebook

Een magazijnmedewerker in het distributiecentrum van Blokker vraagt in 2012 om een voorschot op zijn loon. Nadat zijn leidinggevende dat weigert, laat de werknemer zich op zijn eigen Facebook-pagina zeer negatief uit over Blokker. Na een waarschuwing schrijft de werknemer opnieuw een negatief en beledigend bericht, waarin hij Blokker een „hoerebedrijf” noemt, zijn leidinggevende onder meer een „hoerestumperd”, en schrijft dat hij spijt heeft dat hij bij het bedrijf is gaan werken.

Blokker vraagt bij de rechter om ontslag. De werknemer verdedigt zich door zich te beroepen op de vrijheid van meningsuiting. De rechter oordeelt dat de inhoud van het bericht niet onder de vrijheid van meningsuiting valt. „Die vrijheid wordt begrensd door de beginselen van zorgvuldigheid die de werknemer jegens Blokker in acht dient te nemen. Als goed werknemer had hij dit bericht niet behoren te plaatsen.”

Ook het argument dat Facebook tot het privédomein van de werknemer behoort, wordt afgewezen. „Het privékarakter van Facebook is betrekkelijk”, aldus de kantonrechter. Blokker mag de werknemer ontslaan.

Niet elke mening valt onder het recht op vrijheid van meningsuiting

3 Ex-docent maakt school zwart

Na een langdurig arbeidsconflict wordt een economieleraar ontslagen. Na zijn ontslag, en tijdens de daaraan voorafgaande non-actiefstelling, begint hij berichten te verspreiden waarin hij het schoolbestuur onder meer beschuldigt van „een schrikbewind”, „corruptie” en „het voor de klas zetten van onbevoegde docenten”.

Hij deelt zijn beschuldigingen op Facebook, stuurt ze naar collega’s en onderwijsbonden en werkt mee aan een artikel van het Noordhollands Dagblad over de „angstcultuur” op deze school. De school spant een rechtszaak aan.

De rechtbank oordeelt in 2016 dat de aantijgingen van de ex-docent puur waren ingegeven door zijn rancune. „Het gaat hem er niet om misstanden aan de kaak te stellen, maar om zijn gram te halen.”

De aantijgingen zijn niet onderbouwd en zo ernstig dat het recht van de school op bescherming van de goede naam sterker is dan het recht van de ex-docent op zijn vrijheid van meningsuiting, oordeelt de rechter. Hij dient al zijn negatieve berichten te verwijderen en mag twee jaar geen aantijgingen meer doen. Doet hij dat wel, dan betaalt hij een dwangsom van 500 euro per dag dat de aantijgingen online staan, tot maximaal 50.000 euro.