In Parijs balanceert de mode tussen doem en hoop

Modeweek De sfeer tijdens de Parijse modeweken sloot goed aan bij de paniek over het coronavirus. Verschillende merken somberden over de toekomst.

Van links naar rechts: Christian Wijnants, Balenciaga, Noir Kei Ninomiya, Dries Van Noten, Chanel.
Van links naar rechts: Christian Wijnants, Balenciaga, Noir Kei Ninomiya, Dries Van Noten, Chanel. Foto’s Alberto Maddaloni/ Getty Images/ Pixelformula/ Olivier Saillant/Bewerking NRC

‘Kussen we? Zeker weten? Ik ben in Milaan geweest.” „Nee, ook geen hand, alsjeblieft, ik heb mijn moeder beloofd niemand aan te raken.”

„Sorry, maar wat wilde je doen? Die manier waarop jullie Fransen elkaar begroeten is misdadig!”

Tijdens de Parijse modeweken komen zo’n tien keer per dag honderden tot duizenden mensen uit de hele wereld samen, dus het is niet verwonderlijk dat het coronavirus afgelopen week het gesprek van de week was. Bij Dries Van Noten werden mondkapjes uitgedeeld en stonden vijf enorme flessen handontsmetter klaar. Die flessen waren bij meer shows te vinden. Een paar shows, presentaties en borrels werden afgelast en behoorlijk wat mensen gingen vroegtijdig naar huis.

Zelfs voor ontwerpers die last minute werken, kwam de Europese corona-uitbraak te laat. En toch sloot de sfeer van de Parijse vrouwenmodeweek voor najaar 2020 vaak perfect aan bij het paniekgevoel. Er waren, voor het eerst in lange tijd, weer veel totaal zwarte outfits te vinden in de collecties, bij een paar shows heerste een uitgesproken gevoel van doem. Het duidelijkste voorbeeld was Balenciaga, waar de modellen door een laag water waadden en op de muren en op het plafond beelden te zien waren van vuur, onweer en overstromingen. Veel van de modellen – dikwijls oudere mensen met een zeer uitgesproken gezicht – gingen gekleed in lange, zwarte jassen, gebaseerd op de gewaden uit de orthodoxe kerk uit Georgië, het geboorteland van ontwerper Demna Gvasalia. Pas laat in de show waren er meer jonge gezichten en kleur in de kleding, alsook de geliefde logo’s.

Bij het jonge Japanse merk Noir Kei Ninomiya, onderdeel van het Japanse Comme des Garçons, kreeg je eveneens het gevoel dat de apocalyps aanstaande is, ook al waren veel van de ontwerpen dit keer rood, en vaak gemaakt van zachte veren. Maar de grimmige gitaarklanken, de uit stekelige vetplantbladeren en kunsthaar opgetrokken hoofdtooien en de monumentale vormen van de ontwerpen gaven de modellen iets buitenaards en de sfeer iets omineus. Bij Celine was de stemming uitgesproken ongezellig, al is het de vraag of dat de bedoeling was. Ontwerper Hedi Slimane had, na zijn mannen- en vrouwencollecties een paar keer apart te hebben geshowd, de najaarscollecties weer samengevoegd. Een voor moderne begrippen ongekende hoeveelheid van 111 outfits stuurde hij zijn vaste zwarte tent voor Les Invalides in, gedragen door nogal nors kijkende modellen en begeleid door één nummer op repeat. Er zat erg weinig verrassends tussen. Slimane kwam voor de derde keer met jarenzeventigcollecties – bourgeois en soms een tikje boho voor vrouwen, rock-’n-roll en soms een beetje bourgeois voor mannen. Je kunt zijn vasthoudendheid bewonderen natuurlijk, maar het krijgt ook iets drammerigs, om steeds hetzelfde te laten zien.

Van links naar rechts: Lemaire, Comme des Garçons, Celine, Nina Ricci en Christian Dior.

Foto’s Dan & Corina Lecca/Getty Images/ Alessandro Lucioni/ Frederique Dumoulin/Bewerking NRC

Ook de show van Dries Van Noten was in zekere zin nostalgisch: Van Noten greep voor zijn najaarscollectie terug op het underground nachtleven van de jaren zeventig en tachtig, toen jonge vrouwen er niet over peinsden zonder uitgebreide make-up uit te gaan. Niet de dikke laag foundation en opgespoten lippen van tegenwoordig, maar kleurrijke make-up als expressiemiddel. In de show van Van Noten liep die door tot in het haar. Maar Dries Van Noten is natuurlijk geen cosmeticamerk. In de outfits waren verwijzingen te vinden naar punk (ruiten, stoffen die eruitzagen als leer, motorjacks), glamrock (laarzen met plateauzolen) disco (glanzend paars, rood en hardblauw), maar ook het Hollywood van de jaren dertig en het Japan van de jaren tachtig waren inspiratiebronnen. Het resulteerde in een collectie die niet zozeer retro was, als wel typisch Dries Van Noten, vol rijke stoffen met bloemenprints van eigen ontwerp, en gedurfde, poëtische en nog altijd verrassende kleur- en dessincombinaties.

Het Nederlandse stel Lisi Herrebrugh en Rushemy Botter liet zich voor hun derde collectie voor Nina Ricci inspireren door de kleuren van kunstenaar Kees van Dongen en de kraplap, het gesteven schouderstuk dat onderdeel is van een aantal Nederlandse klederdrachten. Niettemin was hun collectie vooral modern, met veel nonchalant gesneden kleermakerswerk en ‘parachutejurken.’

Lees ook het interview met Lisi Herrebrugh en Rushemy Botter: ‘Het is onze eerste keer binnen een bedrijf, en dan op zo’n positie…’

Somberen over de toekomst is één ding, maar er zijn ook ontwerpers die naar oplossingen zoeken, bijvoorbeeld door klimaatvriendelijker te werk te gaan. John Galliano introduceerde bij Maison Margiela het Recicla-label, upcycled vondsten uit het tweedehands circuit. Marine Serre, een jonge Franse ontwerpster met een cultstatus, laat inmiddels de helft van haar collectie maken van gerecyclede stoffen, tweedehands kleding en restmaterialen – tot de topstukken uit haar collectie horen kledingstukken gemaakt van oude tapijten en oude truien. Een voorloper op het gebied van duurzaamheid is de Britse ontwerper Stella McCartney, die dat nog maar eens benadrukte door in de finale modellen in dierenverkleedpakken te laten meelopen – haar label is al vanaf het begin veganistisch.

Klimaatvriendelijker uithangbord

De steeds luidere roep om duurzaamheid heeft ook effect op modeshows. De voetafdruk van een grote show is natuurlijk nog niets in vergelijking met die van bijvoorbeeld de productie van kleding, maar een show is wel een uithangbord van een modehuis. Decors waren ditmaal relatief sober, nergens werden meer plastic flesjes water uitgedeeld. Christian Dior liet weten dat de ‘kranten’ waarmee de zaal was bekleed, waren gedrukt op gerecycled papier.

Lees ook: Fast fashion maakt de wereld kapot

Het altijd terugkerende thema van Dior-ontwerper Maria Grazia Chiuri is feminisme: ditmaal hingen er lichtbakken met teksten als ‘Consent’ en ‘Patriarchy = Climate Emergency’, een samenwerking met kunstcollectief Claire Fontaine. Het is lastig om te bepalen hoe je feminisme zou moeten vertalen naar kledingstukken, maar duidelijk is dat het Chiuri niet lukt, of je zou haar stropdassen als statement moeten zien. De transparante jurken en rokken over logo-ondergoed, iets waar ze elke keer mee komt, leken vooral gemaakt voor influencers, de rest van de collectie was nogal alledaags. Het zou al hebben gescheeld als de casting wat diverser was geweest, en dan niet zozeer alleen wat betreft kleur – het is inmiddels tot elk modehuis doorgedrongen dat het echt niet meer kan om geen donkere modellen te boeken – maar ook bijvoorbeeld leeftijd.

Dat hadden andere huizen beter begrepen, want Balenciaga was lang niet het enige modehuis met oudere mensen op de catwalk. Marine Serre deed het, en Lemaire, dat bekendstaat om de draagbare, ingetogen maar uitgesproken mode. Dat liet al eerder een paar oudere modellen meelopen, maar dit keer was het een aanzienlijk aantal, van wie de intrigerendste een vrij kleine, wat mollige man van rond de zeventig was – Lemaire showt net als Celine en Balenciaga de mannen- en vrouwencollecties samen. Door de modellen in groepjes en in verschillende snelheden te laten lopen, kreeg de show iets van een toneelstuk, en tegelijkertijd iets menselijks en warms. Iets dergelijks gebeurde ook bij de show van Issey Miyake, waar kledingstukken aan elkaar waren vastgemaakt, zodat er menselijke ketens ontstonden. Het leverde een enigszins naïef maar toch hoopvol beeld op, dat een beetje deed denken aan de United Colors of Benetton-campagnes uit de jaren tachtig en negentig.

Een fragment van de show van Issey Miyake.

Dit bericht bekijken op Instagram

United garments of @isseymiyakeofficial

Een bericht gedeeld door Milou van Rossum (@milouvanrossum) op

Wat ook hoopvol stemde, was dat veel in Parijs showende ontwerpers, meer dan de afgelopen jaren, hun best hadden gedaan om met echt nieuwe ontwerpen te komen.

Om te beginnen uiteraard Rei Kawakubo, de ontwerper achter Comme des Garçons, op haar 77ste nog altijd een voorloper. „Is het niet onmogelijk om nog iets geheel nieuws te maken, aangezien we allemaal in deze wereld leven?”, stelde ze in haar persbericht. Nee, dat bleek niet onmogelijk, zelfs niet met het teruggrijpen op haar eigen collecties. Een jurk was aan de voorkant plat en groen en aan de achterkant een roze bol, op een andere zat een enorme rozet die de navel vrijliet, een zwarte jurk van zwart kunstleer werd omcirkeld door een met geplooid, wit satijn beklede hoepel. Modellen droegen witte of zwarte kanten sluiers, vastgezet aan grote constructies op het hoofd. Hoe wonderlijk het ook klinkt, het effect was lieflijk.

Lees ook: Lijn tussen mannen- en vrouwenmode wordt steeds dunner

Glenn Martens, de Belgische ontwerper achter Y/Project liet kledingstukken zien waarvan niet duidelijk was of het een gewatteerde, opengewerkte jurk of rok was, of een zeer kunstig gedrapeerde jas, en de eveneens Belgische Christian Wijnants voerde vooral de monumentale gedrapeerde pakken en overalls van glanzende stof of dikke gebreide wol op.

Opvolger van Karl Lagerfeld

Ook een vernieuwer dit seizoen: Virginie Viard, de opvolger van Karl Lagerfeld bij Chanel, al is het alleen maar omdat ze het aandurfde te stoppen met de uitzinnige themadecors die bij de shows van Chanel gebruikelijk waren. Simpele witte banken, een spiegelende vloer – meer was er niet. De collectie was eveneens fris. Knielange rokken hadden een split, waardoor de eronder gedragen hotpants zichtbaar waren. Broeken waren aan de zijkant bedrukt met drukknopen, waardoor die ook open konden worden gedragen. Een trui met een kruis erop was overduidelijk geïnspireerd op een jasje uit 1988 van Christian Lacroix. Omdat het jasje op de cover stond van het eerste nummer van de Amerikaanse Vogue onder leiding van Anna Wintour, is het in de mode wereldberoemd. Bij iedere andere ontwerper zou het een weinig opmerkelijk gebaar zijn geweest om ernaar te verwijzen, maar voor Viard was het een echte stap: ze liet zien dat ze verder durft te kijken dan de erfenis van haar twee legendarische voorgangers.