Reportage

Iraanse apotheker: ‘Ik moet zuinig zijn met mijn medicijnen’

Apotheek in Teheran Al voor het coronavirus voor een run op mondkapjes zorgde, kampten Iraanse apotheken met schaarse medicijnvoorraden. „Dat maakt me verdrietig.”

Het geliefde sjiitische heiligdom van Imam Reza in de stad Mashad wordt gedesinfecteerd.
Het geliefde sjiitische heiligdom van Imam Reza in de stad Mashad wordt gedesinfecteerd. Foto WANA/Reuters

Het is spitsuur bij apotheek Sadaf (Schelp) in de Iraanse hoofdstad Teheran. „Hoe is het met je kinderen”, vraagt apotheker Khalil Mehdi Nezhad aan een jonge vrouw, nadat hij haar een zakje medicijnen heeft overhandigd. „Gaat het goed met ze? Geef ze een knuffel van me.” Om daarna twee in het zwart geklede oudere vrouwen te bedienen.

De opgewekte 45-jarige apotheker is de spil van het knusse apotheekje in Tehransar, een westelijke buitenwijk. Ook nu heel Iran plotseling als de dood is voor het coronavirus, dat hier hard heeft toegeslagen. „We hebben hier de laatste dagen een run gehad op mondkapjes en ontsmettende zeep, maar helaas is alles wat we hadden uitverkocht”, vertelde hij zaterdag. „De meeste mensen zijn erg bang voor het virus.”

Anderhalve week eerder ontving hij nog in een trui en zonder mondkapje. Nu dragen hij en zijn tien medewerkers permanent mondkapjes en latex handschoenen. De kapjes vervangen ze verscheidene keren per dag. „We hebben onze medewerkers geïnstrueerd bij thuiskomst meteen al hun kleren te wassen en een bad te nemen”, zegt Nezhad, die binnen een half uur een keer of tien zijn handen in ontsmettende vloeistof dompelt.

Nitroglycerinetabletten

De omstandigheden voor Nezhad en zijn personeel waren ook voor de uitbraak van Covid-19 al moeilijk. Bepaalde medicijnen heeft hij door de sancties maar in beperkte hoeveelheden of helemaal niet meer in voorraad. En dat schept nieuwe verantwoordelijkheden. Zo bepaalt Nezhad of een patiënt een nitroglycerinetablet krijgt of niet, tegen druk op de borst die tot een hartaanval kan leiden. „Door de Amerikaanse sancties heb ik op het ogenblik maar tien van zulke tabletten in voorraad en daarom moet ik daar zuinig mee omgaan”, vertelde hij voordat het coronavirus Iran in de greep kreeg.

Net heeft hij een patiënt die er volgens de huisarts beter twee had kunnen krijgen, één tablet gegeven. „Dat ik mensen niet goed kan helpen maakt me erg verdrietig”, zegt hij in een kantoortje achter de balie waar tot het plafond doosjes medicijnen liggen opgestapeld. Af en toe wurmt zich een medewerkster in een witte jas met een sluier achter hem langs om een doosje te halen.

De sancties raakten de apotheek nog directer in november vorig jaar. Toen zag de regering zich door financiële tekorten genoopt de brandstofprijzen fors te verhogen. Pal voor de apotheek braken daarop protestdemonstraties van woedende burgers uit en het duurde niet lang of een bankgebouw schuin tegenover de apotheek ging in vlammen op. „We konden het van hieruit allemaal volgen”, vertelt Nezhad. „We deden niet mee aan de betoging maar we hebben wel enkele gewonden hier helpen behandelen.”

Al twintig jaar zit Nezhad in het apothekersvak. De laatste tien jaar drijft hij met een partner een apotheek in deze wijk vol gebouwen van drie à vier verdiepingen uit de jaren 60 en 70, toen Teheran flink begon uit te dijen. Eerst op een andere plaats maar de laatste acht jaar hier, aan een brede straat met niet al te luxueuze winkels. Er wonen vooral mensen uit de middenklasse. Hier en daar zit een dakloze met een stoppelbaard onder een dekentje op de stoep te kleumen, soms met een weegschaal naast zich in de hoop op een paar centen van mensen die zelf niet over zo’n apparaat beschikken.

Khalil Mehdi Nezhad bedient mensen in zijn apotheek in Teheran. De foto dateert van kort voor Iran werd getroffen door een golf Covid-19-besmettingen. Foto Kaveh Kazemi

De apotheek van Nezhad en zijn partner hoort tot de particuliere sector, die in Iran is toegestaan naast een aantal grote staatsapotheken. Terwijl de staatsapotheken uitsluitend geneesmiddelen verstrekken, verkoopt apotheek Sadaf ook haarverzorgingsproducten, condooms en voedingssupplementen voor sportlui.

Vooral de armen betalen de prijs van de economische problemen, ook op medisch terrein. De 68-jarige Barzegati heeft last van artrose. Ze heeft extra calcium nodig maar dat moet ze zelf betalen en de prijs is de laatste maanden verdrievoudigd. De verzekering dekt zulke zaken niet meer. „Maar dat soort uitgaven kunnen wij ons niet permitteren met onze kleine pensioentjes”, zegt Barzegati mismoedig.

„Gepensioneerden krijgen niet eens genoeg om te overleven”, valt een voormalige legerofficier met een wit baardje haar bij. Maar hij vertelt ook dat hij onlangs een operatie heeft gehad aan zijn bekken in een legerhospitaal, die hem omgerekend nog geen twee euro heeft gekost.

De gezondheidsverzekering dekt vanouds veel in Iran. Buitenlanders zijn soms verrast over de kwaliteit en de lage prijzen in de Iraanse gezondheidszorg. Maar door de sancties is het systeem noodgedwongen minder genereus geworden. De meeste medicijnen voor psychische patiënten vallen er niet meer onder. De oud-officier heeft een zoon met een psychische aandoening. „Hier ben ik 158.000 touman (ruim 10 euro, red) aan kwijt”, moppert hij. Voor veel gepensioneerden in Iran is dat een hele uitgave.

Van zulke financiële problemen heeft Nezhad zelf geen last. Hij woont meer in het noorden, tegen de vers besneeuwde bergrug aan die langs Teheran loopt. Daar woont vanouds de gegoede burgerij. Toch zegt ook Nezhad het iets zuiniger aan te moeten doen. „Ik heb een van mijn twee auto’s moeten verkopen”, zegt hij.

Nezhad werkt drie dagen per week in de apotheek. Lange dagen van zo’n 13 tot 14 uur, want de apotheek is open van 9.00 uur in de ochtend tot 9.00 uur in de avond. De andere dagen trekt zijn compagnon de kar en werkt Nezhad thuis.

Een oud gezegde luidt: zolang Iraniërs yoghurt en brood te eten hebben, gaat het ze goed

Apothekersassistente in Teheran

Tijdens zijn werkdagen is Nezhad bijna permanent op de been. Er is amper tijd voor een kop thee. Stoelen zijn er amper in de apotheek. Er ontbreekt ook de ruimte voor. Van onder tot boven is alles volgestouwd met doosjes medicijnen en verzorgingsproducten. „Eigenlijk willen we uitbreiden maar onze buren willen niet verkopen”, legt Nezhad uit, terwijl hij met een vergrootglas de kleine lettertjes van een medicijndoosje inspecteert.

Zijn vrije tijd brengt hij vooral door met zijn dochter Touka (10). Hij toont op zijn telefoon een vrolijk meisje en hemzelf in de sneeuw, want ze houden van skiën in de bergen bij Teheran. Gevraagd naar zijn vrouw, kleurt Nezhad: „Mijn vrouw is al tien jaar geleden aan kanker overleden”, zegt hij, verlegen met de situatie. „Ze was altijd zo fit en gezond. We hebben nog geprobeerd haar via een operatie in België te redden maar het baatte niet. Mijn dochtertje was toen nog geen jaar.” Met zijn moeder voedt hij haar nu op.

De bevoorrading met geneesmiddelen is door de sancties lastiger geworden. In 2018 was nog 30 tot 40 procent van de medicijnen in de apotheek afkomstig uit het buitenland, nu zo’n 10 tot 15 procent.

Op papier geldt er bij de Amerikaanse sancties een uitzondering voor medicijnen maar in de praktijk is het lastig wat dan ook in te voeren uit het buitenland, doordat ook banken en het internationale betalingssysteem SWIFT onder de sancties vallen. Hij hoeft zulke medicijnen overigens niet zelf te importeren, legt Nezhad uit. Dat gaat via een staatsbedrijf, dat de medicijnen via distributiebedrijven aan apotheken doet toekomen. Nu de Iraanse overheid echter minder dik in zijn buitenlandse deviezen zit dan vroeger, worden er minder buitenlandse geneesmiddelen ingevoerd. Wat er wordt geïmporteerd gaat voor het grootste deel naar staatsapotheken. De rest gaat naar particuliere apotheken als die van Nezhad. „Twintig jaar geleden hadden we buitenlandse medicijnen soms al na een etmaal in huis. Nu duurt het vaak vijf maanden.”

Vincristine, een medicijn tegen kanker, kan Nezhad zijn klanten bij voorbeeld niet meer bieden. Daarvoor moeten ze naar de staatsapotheken die dat nog in geringe hoeveelheden hebben.

Noodgedwongen produceert Iran nu zelf medicijnen. „We importeren de grondstoffen en maken ze zelf. Dat is veel goedkoper. Alleen zijn sommige medicijnen te geavanceerd en te ingewikkeld.”

Ook zijn er bedrijven opgezet in Turkije en Qatar, waar Europese medicijnen nog vrij kunnen worden ingevoerd. Van daaruit gaan ze dan soms alsnog naar Iran. Iran staat de invoer van geneesmiddelen van hoge kwaliteit uit een aantal Europese landen toe, waaronder Nederland.

Een assistente, die het gesprek heeft gevolgd, zegt lachend dat de problemen met medicijnen ook niet moeten worden overdreven: „We hebben een oud gezegde in ons land: zolang Iraniërs yoghurt en brood hebben te eten, gaat het goed met ze.” En, denken veel Iraniërs daar dezer dagen bij, zolang we het gevreesde coronavirus niet oplopen.

Ten tijde van deze reportage was het coronavirus nog niet gesignaleerd in Iran. De eerste besmettingen kwamen kort daarna. De informatie en observaties over de actuele situatie komen van een buurtbewoner die tijdens de reportage als tolk optrad.