Schrijver Sandro Veronesi.

Foto Rocco Rorandelli

Interview

‘De mensen die zich nu op vrijheid beroepen, zijn de vijand van de waarheid’

Sandro Veronesi In de nieuwe roman De kolibrie van de Italiaanse sterauteur Sandro Veronesi verzet de hoofdpersoon zich tegen verandering wanneer die niet tot verbetering leidt. „Woorden zijn belangrijk in de samenleving en de politiek.”

Een minuut of twintig zijn we in gesprek als Sandro Veronesi ineens harder gaat praten, feller, met grote gebaren zijn woorden onderstrepend. We hebben het dan al gehad over zijn opleiding als architect en het profijt dat hij daarvan heeft gehad bij het schrijven van zijn nieuwe roman De kolibrie, waarin hij leven, lijden en hoop van de 59-jarige oogarts Marco Carrera beschrijft met grote sprongen in de tijd. Over zijn kansen om de prestigieuze boekenprijs Premio Strega voor de tweede maal te winnen, wat alleen de schrijver Paolo Volponi is gelukt. Over de dwingelandij van verandering. Tussendoor is ook nog zijn hond gedag komen zeggen in zijn werkkamer in Rome – loop het hek uit en je ziet de koepel van de Sint Pieter.

En dan komt het op waarheid. En vrijheid. Veronesi barst los. „Er is een conflict ontstaan tussen waarheid en vrijheid, iets waar we allemaal mee te maken hebben. Zo’n conflict is er nooit eerder geweest in de geschiedenis. Mensen zeggen dat ze vrij moeten zijn om de Holocaust te ontkennen. Nee! Ben je vrij om dingen te vernielen? Nee! Ben je vrij om je kind niet te vaccineren? Nee! Want als je dat niet doet en je kind krijgt de mazelen, gaat híj misschien niet dood, maar besmet hij een kind dat immunodeficiënt is in de klas, en dan sterft die. Is het mogelijk dat je dit niet kan begrijpen?”

‘Vrijheid’ is het parool van mediamagnaat Silvio Berlusconi sinds die in 1994 de politiek in ging. Het is volgens Veronesi helemaal fout gegaan toen Berlusconi de rechtse alliantie, waarvan hij tot drie jaar geleden de onbetwiste leider was, ging aanduiden als ‘Pool van de Vrijheden’. „Meervoud. Mensen gingen het woord gebruiken zoals dat hun goed uitkwam. Berlusconi had het over vrij zijn van de fiscus. Wat betekende dat? Vrijheid om belasting te ontduiken. Het begrip is misbruikt, en het is niet voor niets dat mensen als Umberto Eco waarschuwden voor het praten over ‘de vrijheden’.

„Woorden zijn belangrijk in de samenleving en de politiek”, zegt Veronesi. Hij maakt een uitstapje naar de euro. „Die naam was een enorme vergissing. Hoe kun je nu je gemeenschappelijke munt een naam geven die je in alle talen anders uitspreekt? Het verschil in Europese talen zit onder andere in de klinkers en de letter r. En dan gaan wij over de euro praten? De Fransen spreken dat anders uit dan de Duitsers, en in het Engels en het Italiaans klinkt het ook weer anders. Ze hadden naar Volkswagen moeten kijken. ‘Golf’ klinkt in alle landen ongeveer hetzelfde. Als je een woord niet op dezelfde manier uitspreekt, ziet niemand het op dezelfde manier.

„De mensen die zich nu op vrijheid beroepen, zijn de vijand van de waarheid”, zegt hij. „Het wordt gebruikt om dingen te legitimeren die we nooit mogen toestaan.” Een voorbeeld? Vorig jaar publiceerde Matteo Salvini, de leider van de anti-migratiepartij Lega die vaak flirt met uiterst rechts, een boek bij een uitgever die tot een jaar cel is veroordeeld wegens fascistische agressie. De uitgever en Salvini werden geweerd op de boekenbeurs in Turijn. „Ah, maar de vrijheid dan?” zo vat Veronesi de polemiek hierover samen. „Nee, jij komt hier niet binnen. Het is heel simpel. Het gaat hier om fundamentele waarden.”

U vindt dat we niet naar ‘vrijheid’ maar naar ‘waarheid’ moeten streven. Dat is ook een problematisch begrip.

„Laten we het dan hebben over een gedeelde waarheid. De waarheid met een hoofdletter is meer iets goddelijks. Laten we ons baseren op bronnen die in de loop der tijden zijn bevestigd door feiten. Neem honderd artsen en vraag hen of vaccins leiden tot autisme. Dan zeggen 99 nee en één ja. Het antwoord is dus nee. Dat is een waarheid. Je kan ook in die ene arts geloven, maar noem dat geen vrijheid. Je mag dat woord niet bezoedelen. Goede bronnen en de geschiedenis, die twee bepalen de perimeters van onze gedeelde waarheid. Er zijn ook aan de universiteiten mensen die zeggen dat de Holocaust er niet is geweest, dat het allemaal is verzonnen. Is dat hun vrijheid? Nee!”

De Holocaust is een makkelijk voorbeeld. Er zijn genoeg voorbeelden die minder evident zijn.

„Ik heb het niet over de epistemologische waarheid. In de filosofie heb je de vrijheid om welke positie dan ook in te nemen. In de samenleving niet. Als ze je je ingenieursdiploma afnemen omdat er een brug is ingestort, is je vrijheid niet ingeperkt. Er is een brug ingestort! Heb je de vrijheid om te denken dat de aarde vlak is, een pizza in plaats van een bal? Nee. Dat is in strijd met de waarheid.”

Behalve over vrijheid en waarheid gaat het in uw boek ook veel over verandering. De hoofdpersoon ziet, door tegenslagen en nare gebeurtenissen, zijn leven voortdurend veranderen. Maar hij blijft met veel inspanningen dezelfde – zoals de kolibrie die door heel driftig te fladderen op zijn plaats kan blijven.

„Ik ben als jongen, opgegroeid in de jaren zeventig, doordrenkt van het gevoel dat verandering iets goeds is. Maar dat is niet de enige manier om tegen het leven aan te kijken. Mijn hoofdpersoon is een leeftijdgenoot die naar dezelfde muziek als ik heeft geluisterd, maar zich verzet tegen verandering. Hij wil alleen veranderen als het een verbetering is. Daarom houdt hij zijn platenspeler en zijn platen van vinyl.

„Ik ken de gedachte dat verandering altijd positief is. In veel gevallen is dat ook zo. Reactionaire krachten proberen verandering te voorkomen. En aan het einde van het boek neemt Marco Carrera ook deel aan deze grote verandering, want hij ziet dat er iets moet gebeuren. Maar hij verzet zich tegen de verandering om de verandering. Hij conserveert, maar dat maakt hem geen politieke conservatief. Hij bewaart wat van waarde is, terwijl ik en veel mensen zoals ik verandering accepteren, zonder er goed over na te denken.”

U zegt dat dit geen politieke roman is. Maar ik kan niet naar u luisteren zonder te denken aan de vaak lege roep om verandering in de Italiaanse politiek.

„Ik had deze roman nooit kunnen schrijven zonder die roep om verandering. We horen het al jaren, maar niemand zegt wat het betekent. Dat is erg zorgwekkend, en je ziet dit niet alleen in ons land. Het woord wordt te veel gebruikt, en dit heeft mij ertoe gezet om een personage als Marco Carrera te bedenken. Terwijl je aan het einde van het boek juist ziet dat hij alles doet om een verandering te steunen waar hij volledig in gelooft.”

Het boek eindigt optimistisch. Maar het Italië van nu is triest, melancholisch, straalt geen vertrouwen in de toekomst uit.

„Je hoort steeds dezelfde mensen praten, maar ze hebben niets meer te zeggen en ze hebben gefaald in hun politieke daden. Ze praten met de logica van nu en van gisteren, zonder een visie op de toekomst, omdat ze voortkomen uit een traditie van het behouden van de macht.

„Als we deze mensen vervangen door jongeren, dan zie je een toekomst, oplossingen. Je kunt niet naar mijn dochter van tien gaan en zeggen, de wereld is nu eenmaal zo. Zij antwoordt: Greta. En: laten we geen plastic gebruiken, laten we ons niet verplaatsen met de auto. Zij staat klaar om dat allemaal te doen. Wij zijn het die niet willen. We houden mensen gevangen binnen problemen die we niet weten op te lossen. Dat moet stoppen. Weg uit dit kippenhok.

„Ik praat hierbij niet alleen over Italië, ik praat over het Westen, een hele beschaving. Maar beschavingen eindigen. We moeten ons sociaal-economische model aanpassen, dat stamt uit direct na de oorlog. Het moet anders.” Ons land produceert geen rijkdom meer, de politiek van nu is vooral een twist hoe de taart te verdelen. Maar wie maakt de taart? We consumeren heel veel en produceren heel weinig. We moeten onze stijl van leven veranderen. Onze kinderen weten dat heel goed, maar wij willen er niet aan. Ik heb vijf kinderen en ik vertrouw erop dat zij proberen de wereld te veranderen, anders sterven ze in de spullen.

Een ander thema: de man. In uw boeken zijn mannen vaak wat passief, geen doeners, maar mensen die zich laten leiden door de gebeurtenissen. Geen actie, maar reactie. „De mannelijke hoofdrolspelers reflecteren mijn ervaringen. Ik heb meer te maken met vrouwen dan mannen. In de uitgeverij is 80 procent vrouw. De baas is een man – in mijn uitgeverij dan weer niet. Ook de lezers zijn in meerderheid vrouwen. De man die ik ben en die ik als hoofdrolspeler bedenk, omdat ik die positie goed ken, is een man die dichter bij vrouwen staat dan bij mannen. Ik heb mijn kinderen alleen opgevoed. Ik heb de mamma gespeeld, de grote organisator. Ik kwam de moeders tegen als de kinderen naar sport moesten worden gebracht, niet de vaders. Als je het grootste deel van de dag doorbrengt temidden van mannen, zie je de wereld op een andere manier. Ik heb een type man bedacht die een tussenvorm is tussen man en vrouw. En ik vind ook dat mannen niet moeten leven in een wereld van alleen maar mannen, en hetzelfde geldt voor vrouwen. De gelijkheid van seksen stelt niets voor als er geen integratie is.”

U heeft wel gezegd dat je de Italiaanse literatuur kunt verdelen in dichters, intellectuele schrijvers en vertellers, en u hoort onmiskenbaar bij de laatste categorie. Daar wordt soms op neergekeken.

„De traditie van verhalend realisme is in Italië nooit dominant geweest. In de negentiende eeuw had je in Europa Flaubert, Victor Hugo, Dickens, Emile Zola, Balzac, de grote Russen, Thomas Mann. In Italië alleen Manzoni en Verga en verder niets. Al die tijd werd er alleen maar opera gemaakt, van Rossini tot aan Verdi en Puccini, dus bijna een eeuw. De Italiaanse burger las Victor Hugo niet, want hij ging naar Rigoletto kijken. Al het talent ging naar de muziek, het libretto, de scenografie.

„We hebben geen verhalende leermeesters, geen geestelijke vaders in de verhalende traditie. We hebben een andere traditie. Mainstream is een figuur als Italo Calvino, die erg cerebraal is. Of Umberto Eco. De onze is een sterk intellectuele traditie, heel anders dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, waar de grote vertellers steeds het grote publiek hebben veroverd. Wat ik doe, is nooit op de eerste plaats gekomen, de ereplaats, in de Italiaanse literatuur, en dat zal ook nooit gebeuren.

„Ik geef de voorkeur aan het verhalende boven het analyserende. Neem pijn en verdriet. Als analyserend schrijver moet je daar afstand van nemen. Maar iedere romanschrijver stopt ook zijn eigen verdriet in wat hij schrijft. En verdriet, zoals ik heb proberen aan te geven in De kolibrie, is een ontzagwekkende bron van mentale energie. Ik zeg niet dat je het moet zoeken, maar het is er, ieder van ons heeft het in zich. Verdriet opent een hele reeks mogelijkheden, van de meest funeste zoals depressie en zelfmoord, tot de meest glorieuze: helemaal opnieuw beginnen, tegenstand bieden. Het is, denk ik, een fundament onder het leven.”