Opinie

Gökmen T.

Marcel van Roosmalen

Het is bijna ondoenlijk om de rechtszaak tegen Gökmen T., de Utrechtse tramschutter, niet te volgen. Hij is een beestmens, eropuit om te choqueren. Gökmen T. heeft nergens spijt van, schoffeert en intimideert nabestaanden, spuugt naar zijn eigen advocaat en steekt zijn middelvinger op naar de rechter.

Ik denk dat Gökmen T. duidelijk wil maken dat hij ons allemaal minacht en dat hem dat heel aardig lukt.

Dinsdagavond zag ik Saskia Belleman van De Telegraaf bij Op1. Ze doet verslag van de rechtszaak. Een rechtszaak zonder Saskia Belleman is geen grote rechtszaak. Ze vertelt het altijd heel zakelijk, zonder te veel bijvoeglijke naamwoorden, misschien dat het daarom zo prettig is om naar haar te luisteren. Ze zouden haar van mij ook wel naar Koningsdag of het Songfestival mogen sturen, heel prettig als iemand dat in een paar minuten samenvat.

Ze vertelde dat de zaak tegen Gökmen T. haar niet koud had gelaten en dat ze een tweet had geplaatst met het verzoek om te stoppen met het naar haar sturen van berichten waarin mensen vertellen wat ze Gökmen T. allemaal willen aandoen. Vierendelen, in brand steken, doodsteken, ondersteboven ophangen en dan leeg laten lopen, dat soort fantasieën. De mensen vinden het schijnbaar belangrijk dat zij weet hoe ze over de verdachte denken, maar het kan ook zijn dat het oplucht.

Ik denk bij dit soort gewone-mensen-meningen altijd aan Niels van Baarlen en Rick Romijn, de sidekicks van eerst Edwin Evers en nu Wilfred Genee bij de radioversie van Veronica Inside. Twee lachzakken die zich niet gehinderd door een teveel aan kennis met de hele wereld mogen bemoeien. Als u een gezicht zoekt bij de onderbuik kunt u kiezen: de een heeft een baardje, de ander een bril. Bij het geval Gökmen T. cirkelden ze als twee vliegen boven een stuk bedorven vlees om te constateren wat iedereen al wel rook: het zaakje stinkt. Niels pleitte voor de langst mogelijke straf, maar dan wel in een cel met alleen beton; de televisie, de magnetron en de luxe moesten ze er speciaal voor Gökmen T. allemaal maar uit flikkeren.

Het sluit naadloos aan bij de beste voetbalkantinemening van dit moment: „Ik ben eigenlijk tegen de doodstraf, maar...”

En dan beginnen aan een betoog over Gökmen T., een melaatse die in de rechtbank niet eens de moeite doet om zijn zweren te verbergen. Sterker: hij laat ze zien, de aanblik is zo verschrikkelijk dat je automatisch wegdeinst en precies van die reactie komt hij klaar.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.