Opinie

Een hokkie vol liefde

Column Amsterdam

Auke Kok

Een winkelruit beplakt met oude kranten: een drama in de Tweede Goudsbloemdwarsstraat. Zo voelt de buurt het, als een drama, want Max vertegenwoordigde de oude tijd en Max is ermee opgehouden. Hij moest wel. Tot 1 maart zag je achter de winkelruit in de Jordaan twee kicksen liggen: oude Puma’s waarop Onze Johan ooit had gevoetbald en waarmee Max jarenlang klanten lokte, buitenlandse vooral. Naast de kicksen zag je Johan in actie, Johan met een koptelefoon op z’n langharige hoofd terwijl hij ‘Oei, oei, oei, dat was me weer een loei’ zong.

Allemaal lang geleden. Straks is ook de sigarenzaak lang geleden.

Winkeliers die 32 jaar lang hun deuren openen voor jong en oud, met een luisterend oor, een beetje begrip, waar vind je die nog? Daarom was het de zaterdag voordat de kranten bezit namen van de ruit bomvol in de winkel. Velen hielden het niet droog, ook Max zelf niet, de goeierd. Hij kreeg meer cadeaus dan er in zijn auto pasten.

De Tweede Goudsbloemdwarsstraat evolueert zo verder van een straat vol winkels waar je zomaar even binnenliep naar een straat met panden waar je voornamelijk langsloopt

De Jordaan is een zelfbewuste wijk — en ja hoor, daar kwam iemand in de loop van die zaterdagmiddag met een draaiorgel voorzien van Johnny Jordaanliedjes aanzetten. En niemand wilde weg, want weg was dit keer dus echt helemaal weg, geen tot ziens, en zie dat maar eens op te brengen. De mensen snotterden. Max’ pijpenlaatje was een van de weinige nog resterende winkels in de buurt waar je heenging voor een praatje. Volwassenen, ook niet-rokers, bespraken er Ajax of ze roddelden wat, de kinderen kwamen voor snoep. Dat is allemaal voorbij, de buurt huilt waar die eens heeft gelachen.

Max wist alles in en om het straatje bij de Lindengracht en zo bracht hij de mensen samen. Hij merkte het zelf niet, het ging vanzelf sinds de dag dat hij de sigarenwinkel in 1988 overnam van zijn oom. Hij was 23 jaar. De Jordaan heette toen al niet meer te zijn wat ze ooit was geweest en nu is de buurt niet meer wat ze 32 jaar geleden was.

Oude kranten tegen de ruit: alles houdt een keer op.

Max Steenbergen was al bezig de bakens te verzetten. De mensen rookten almaar minder, er kwamen telkens nieuwe regels inzake het uitstallen van rookwaren: de lol nam af. De winkelier annex trefpunt volgde een lerarenopleiding om na zijn 56ste voor de klas te gaan staan. Die overgang werd versneld door een knoeperd van een huurverhoging. Zeg nou zelf: dertienhonderd euro voor zo’n smal zaakje is niet op te brengen, toch?

Wél voor een stel jonge entrepreneurs met laptops die de huur door vier delen: de nieuwe tijd. De Tweede Goudsbloemdwarsstraat evolueert zo verder van een straat vol winkels waar je zomaar even binnenliep naar een straat met panden waar je voornamelijk langsloopt. De buurt zal Max missen, zijn winkel, zijn hokkie vol liefde. Piepklein was het plezier om ter hoogte van zijn etalage even te zwaaien — en tegelijk levensgroot.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.