Recensie

Recensie Muziek

DIIV bedwelmt met dromerige shoegaze

Rock De Amerikaanse rockband DIIV kan puntige, refreinloze liedjes omtoveren in intense trips. In een paar minuten is Paradiso in de ban.

DIIV in Paradiso.
DIIV in Paradiso. Tess Janssen

Er was eens een jongen die heel graag dromerige rock wilde maken, maar het liefst zo min mogelijk zong. Daarom bedacht hij een geniale truc: in plaats van refreinen (die hij net als de coupletten toch maar zuchtend zou stamelen) verzon hij zulke pakkende gitaarriedels dat niemand het gemis aan tekst zou opvallen. Want, zo luidt immers het o-zo-ware cliché: raggende snaren zeggen meer dan duizend woorden.

Het is de gouden greep waarmee Zachary Cole Smith woensdagavond ook het Amsterdamse Paradiso weet in te pakken. Al drie albums lang maakt zijn Brooklynse viertal DIIV (vernoemd naar het Nirvana-nummer ‘Dive’) een bedwelmende mix van indie, post-punk en shoegaze.

Lees ook: DIIV verheft met duistere, maar hoopvolle muziek

De kracht van DIIV is dat de band het kort houdt. Zonder te verdwalen in ellenlange sonische expedities lukt het ze – en dat is een wonder – om de puntige, refreinloze liedjes tóch om te toveren in intense trips. Binnen een paar minuten is iedereen in de ban.

Gitaarduels

Visueel vuurwerk levert dat, afgezien van vrolijk huppelende gitarist Andrew Bailey, niet per se op. De schuchtere Smith (gemillimeterde coupe, nerdenbrilletje, hoogwaterbroek, Doctor Martens) probeert zich liever voorover gebogen achter zijn microfoon te verstoppen of pielt zittend op zijn knieën aan zijn enorme voorraad fel knipperende effectpedalen, die zowel klinken als ogen als een ruimtestation.

Live krijgen de nummers meer dynamiek dan op plaat en weten Smith en Bailey elkaar perfect aan te vullen en op te stuwen. Ze vechten prachtig dartelende en tweestemmige gitaarduels uit, stapelen lagen galmend gejengel op elkaar of schakelen de intensiteit op door elke vier maten een extra distortionpedaal in te trappen.

In het duistere ‘Doused’ – DIIV’s 21ste-eeuwse verbetering van The Cure-klassieker ‘A Forest’ – laten ze hun kraakheldere echogitaren fonkelen als doorbrekende zonnestralen, in ‘Dust’ razen ze juist weer als straaljagers. Maar of het nu hard is of teder, telkens bewijst Smith zijn gelijk: die woorden waren nergens voor nodig.