Opinie

Democraten laten met Sanders en Biden hun zwakte zien

Super Tuesday

Commentaar

The Party Decides – de partij beslist. De afgelopen weken leek het of dit principe in de Amerikaanse politiek niet meer werkte. De Democratische Partij leek af te stevenen op de nominatie van Bernie Sanders tot presidentskandidaat. Sanders (78), de partijloze senator uit Vermont, is voor een deel van de Democratische partijelite een schrikbeeld. Sanders pleit voor een politieke revolutie, en maakt van zijn kandidatuur een gevecht van een buitenstaander tegen de gevestigde orde – Republikeinen én Democraten. Een paar dagen voor Super Tuesday, de dag dat veertien Amerikaanse staten hun kandidaat aanwezen, verenigde het midden van de partij zich. Joe Biden kreeg steun van twee concurrenten, Pete Buttigieg en Amy Klobuchar. Met die steun, en met het momentum na de winst in South Carolina, kon hij alsnog Sanders verslaan. De keuze in de Democratische partijnominatie gaat nu tussen de kandidaat die staat voor de partij zoals die nu is (Biden) en de kandidaat die voor verandering is (Sanders).

Een belangrijke reden om op Joe Biden te stemmen is voor veel Amerikanen zijn ‘verkiesbaarheid’. Vaak zijn Democraten niet erg onder de indruk van de voormalige vicepresident, maar vermoeden dat Biden het goed doet bij Republikeinse en zwevende kiezers. Ze stemmen op Biden omdat ze denken dat ánderen op Biden gaan stemmen. Dat is een zwakke basis voor een presidentskandidatuur. Want ideeën heeft Biden niet veel. En ideeën zijn wel nodig, willen de Democraten president Donald Trump verslaan.

Met een kandidatuur voor Joe Biden nemen de Democraten een groot risico. Biden is 77, heeft tot nu toe ongeïnspireerd campagne gevoerd en vertelt regelmatig onwaarheden, zoals dat hij gearresteerd zou zijn in Zuid-Afrika toen hij Nelson Mandela wilde ontmoeten. Er zijn niet-beantwoorde vragen over de zakelijke belangen van zijn zoon Hunter in Oekraïne. Uit talloze versprekingen en fletse boodschap blijkt dat Biden de scherpte mist om een bindende factor te zijn in de Verenigde Staten. Bernie Sanders mist die laatste eigenschap evenzeer. Inhoudelijk wordt zijn boodschap door een groot deel van de Democratische Partij gesteund: toegankelijke gezondheidszorg, ambitieuze klimaatplannen, gratis hoger onderwijs en een minimumloon van vijftien dollar. Hij brengt energie in de politiek. Maar Sanders blijft campagne voeren als een opstandeling, die de partijelite omver wil werpen. Een boodschap van nationale eenheid had Sanders onomstreden kunnen maken. Maar die is nooit gekomen. Daardoor zitten de Democraten met twee kandidaten die totaal verschillend zijn, maar één overeenkomst hebben: ze ogen broos en weinig overtuigend.

De Democraten hebben, na het fiasco in 2016 met Hillary Clinton, vier jaar de tijd gehad na te denken over een politieke agenda en een verbindende boodschap. Donald Trump blijft een impopulaire president. De tussentijdse verkiezingen van 2018, die een grote overwinning voor de Democraten opleverden, lieten zien dat er behoefte is aan verandering. Toch hebben de Democraten die tijd onvoldoende gebruikt om na te denken over een eigen verhaal. Ze hadden oppositie moeten voeren met eigen ideeën, een eigen agenda, nieuw politiek talent en een diversiteit die bij het nieuwe Amerika hoort. Het snel uitdunnende veld van Democratische presidentskandidaten bestond grotendeels uit witte, oudere heren – vaak zonder ideeën, maar met veel geld. Zo verliezen de Democraten hun geloofwaardigheid als partij die verandering kan brengen.