Opinie

De ja-ja sticker mag terecht nog niet worden ingevoerd voorlopig

Rotterdam wil papieren reclame en huis-aan-huisbladen verbieden, tenzij bewoners een ja/ja-stickers hebben. De rechter heeft de invoeringstermijn van die maatregel verlengd. Terecht, vindt Bram ter Beek, omdat eerst de Hoge Raad moet bepalen of gemeenten dat wel kunnen. Bovendien zijn veel (ook kleine) ondernemingen afhankelijk van folders en flyers.

Illustratie studio Nrc
Illustratie studio Nrc

De voorzieningenrechter heeft afgelopen vrijdag een voor ons als grafische industrie, en ook voor de retailbranche en de verspreiders van reclamefolders, een belangrijke uitspraak gedaan: De gemeente Rotterdam mag de ja/ja-sticker (geen huis-aan-huisbladen en reclamedrukwerk tenzij de bewoner er met de ja/ja sticker om vraagt, red.) pas invoeren na een overgangstermijn van 20 maanden, te rekenen vanaf 12 december 2019 en niet na een te korte periode van ruim 3 maanden.

De rechter heeft in haar besluit een 2-tal belangrijke afwegingen meegenomen, namelijk enerzijds de lopende cassatieprocedure bij de Hoge Raad (tegen de gemeente Amsterdam) en anderzijds de voor de betrokken branches benodigde tijd om structureel en campagnematig in te kunnen spelen op de veranderde situatie.

In de cassatieprocedure staat de vraag centraal of een gemeente wel mag besluiten tot de invoering van een ja/ja-sticker. Wij zijn ervan overtuigd dat dit niet mag, gebaseerd op landelijke en Europese wet- en regelgeving. Daarnaast zijn de milieu-argumenten die Amsterdam (en ook Rotterdam) heeft gebruikt niet juist en incompleet. De daarvoor door de gemeenten aangehaalde onderzoeken zijn nergens op gebaseerd. Terwijl anderzijds de grootschalige negatieve effecten voor de betrokken bedrijven, zoals continuïteit en werkgelegenheid, nergens aan de orde zijn geweest.

‘Ja/ja-sticker is de doodsteek voor huis-aan-huiskranten’

Het is ondoenlijk om binnen het bestek van dit stuk alle (tegen)argumenten aan de orde te stellen. Ik maak een keuze. Een veel genoemd argument: de productie van folders kost bomen. Dit is onjuist. Feit is, dat folders gemaakt worden van gerecycled papier. In Nederland wordt ruim 85 procent van het papier ingezameld en verwerkt tot…papier. Daarnaast zorgt de papierindustrie ervoor dat de bosoppervlakte in Europa dagelijks groeit met een oppervlakte die gelijk staat aan 1.500 voetbalvelden. En: ooit gehoord van een papieren soep? Al met al een prachtig voorbeeld van een circulair systeem waarvoor geldt: papier is geen afval maar grondstof.

Een ander veel gebruikt argument: er zijn voldoende alternatieven via internet en email. Los van de (zware) milieu impact van deze digitale alternatieven, ze vormen op dit moment geen volwaardig alternatief en ze zijn voor een grote groep mensen onbereikbaar. Er is dus geen sprake van goed werkende en voor iedereen beschikbare alternatieven. Wel is de retailsector voor 29 procent van hun omzet afhankelijk van de folder. Ook de lokale middenstand, horeca, kappers, buurtcentra, starters etc. zijn sterk afhankelijk van folders en flyers. Heeft Rotterdam daar ooit onderzoek naar gedaan?

Het was beter geweest als gemeenten zoals Rotterdam het al lang bestaande én bekende systeem van de nee/nee- en de nee/ja-stickers zou hebben gestimuleerd en tegelijkertijd de recycling van papier zou hebben verbeterd. Deze combinatie is veel effectiever om verspilling tegen te gaan.

Een cassatieprocedure bij de Hoge Raad duurt naar verwachting 18 maanden. Het is daarom terecht, dat de rechter een overgangstermijn van 20 maanden heeft bepaald. Immers, als de Hoge Raad de invoering van een ja/ja-sticker verbiedt, dan hoeft Rotterdam één en ander niet terug te draaien met alle door de inwoners op te brengen kosten van dien. Trouwens, invoering van een ja/ja-sticker en de handhaving daarvan kost ook veel geld.

We leven in een vrije markteconomie, reclame is daarbij een bekend en geaccepteerd middel voor bedrijven om producten en diensten aan hun klanten aan te bieden. Waarom moet een gemeente hierin betuttelend optreden? Anders kan ik het streven van de gemeente niet zien, betuttelend over de rug van inwoners, de retailbranche, middenstand, horeca, verspreiders en drukkerijen.

Inderdaad, ook over de rug van inwoners. Grote groepen zijn voor hun inkopen afhankelijk van de folders en de daarin opgenomen aanbiedingen. Folders houden daarnaast de concurrentie scherp. Maar de gemeente zorgt voor een sfeer waarin inwoners die wél reclame willen ontvangen en nodig hebben, worden bestempeld als milieucriminelen en/of als bijstandtrekkers.

Daarom is het ook in dit verband goed dat de rechter een ruime overgangstermijn heeft bepaald. Hierdoor is het voor alle betrokkenen mogelijk om tijdig in te spelen op een veranderende situatie. En ja, inwoners kunnen kiezen met een ja/ja-sticker voor reclame, maar mogen wij dan de tijd en de gelegenheid om dat duidelijk te maken en ze te helpen? Gelukkig zegt de rechter: Ja!

management KVGO (brancheorganisatie grafimedia)