De handel met Indonesië lonkt, maar het verleden leeft voort

Staatsbezoek Indonesië Het bezoek komende week staat vooral in het teken van handel. Moet de koning ook niet excuses aanbieden voor het verleden?

Koningin Juliana tijdens een staatsbezoek aan Indonesië in 1971.
Koningin Juliana tijdens een staatsbezoek aan Indonesië in 1971. Foto Benelux Press

In 1949 wist „alleen God waarom de [Indonesische] onafhankelijkheid niet vroeger en niet later kwam”, zo zei koningin Juliana. In 1995 stemde het koningin Beatrix „droevig” dat „zovelen in deze [onafhankelijkheids]strijd” waren omgekomen. En in 2005 was het volgens minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot tijd „klare wijn” te schenken: Nederland kwam door de grootschalige inzet van militaire middelen om het eigen gezag in Indonesië te herstellen „als het ware aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan”.

Maar excuses voor het koloniale verleden in Indonesië, specifiek voor oorlog tussen 1945 en 1949, heeft Nederland nooit gemaakt.

Ook komende week is die kans gering. Dan gaan koning Willem-Alexander en koningin Máxima op staatsbezoek naar Indonesië. Het historische en beladen gedeelte is, na de kransleggingen op het Indonesische ereveld Kalibata en het Nederlandse ereveld Menteng Pulo dinsdag, al voorbij. Er is geen staatsbanket – volgens de Rijksvoorlichtingsdienst op verzoek van president Joko Widodo – en er zijn dus ook geen tafelredes. Wel geven koning en president elk een korte verklaring. De overige 3,5 dagen staat het bezoek vooral in het teken van handel.

Zo moet het ook, vindt Ben Bot, oud-minister van Buitenlandse Zaken. Hij was het die in 2005 met zijn aanwezigheid op 17 augustus „de facto” erkende dat Indonesië op die dag in 1945 onafhankelijk werd, en niet bij de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Dat was „een politieke en morele aanvaarding” van de datum in augustus, waarmee impliciet werd erkend dat de tussenliggende jaren, waarin Nederland met geweld probeerde de macht in de kolonie te herwinnen, omstreden waren. Ook betuigde Bot spijt voor het leed dat Indonesiërs is aangedaan in die vier jaar.

Foto Benelux Press

‘We’ moeten als land over verdere excuses ophouden, zegt Bot nu. Hij noemt het „een zelfkwelling” dat steeds als een premier of koning naar Indonesië gaat, daarover in Nederland discussie ontstaat.

Dat debat is ditmaal niet zo wijdverbreid als in 1995, toen toenmalig koningin Beatrix op staatsbezoek ging naar Indonesië. Toen roerde de Indische gemeenschap in Nederland zich hevig, net als Indië-veteranen. Beatrix was oorspronkelijk uitgenodigd om de onafhankelijkheidsviering op 17 augustus mee te maken, maar ging enkele dagen later om niemand voor het hoofd te stoten. Door naar die viering te gaan, was het gevoel, zou de inzet van Nederlandse militairen worden gebagatelliseerd. Willem-Alexander gaat wél in een herdenkingsjaar, maar niet in augustus.

Poncke Princen

In 1995 speelde ook mee dat enkele maanden eerder Poncke Princen, die eind jaren veertig deserteerde uit het Nederlandse leger en overliep naar de Indonesische kant, een visum voor Nederland had gekregen, waardoor het debat over de onafhankelijkheidsstrijd al in alle hevigheid werd gevoerd. Nu zal een discussie vermoedelijk pas weer oplaaien als volgend jaar de resultaten van een door de overheid gefinancierd onderzoek van het NIOD, het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie naar de ‘onafhankelijkheid, dekolonisatie en geweld in Indonesië 1945-1950’ worden gepubliceerd.

Lees ook over het onderzoek: Een andere kijk op de geschiedenis

Indonesië wil naar de toekomst kijken. De Indonesische ambassadeur zei het vorige maand op een bijeenkomst met koning Willem-Alexander en koningin Máxima zo: „We kunnen niet een nieuw hoofdstuk beginnen, als we het oude steeds blijven herlezen.” Oud-minister Bot zegt: „Zij willen vooruitkijken. Dat merk ik in gesprekken die ik heb. Zij zijn positief ingesteld, bespaar Indonesië een staatsbezoek dat anders van aard is.”

Dat Indonesië het niet over het verleden wil hebben, betekent volgens Gert Oostindie, hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, dat Nederland zich bewust moet zijn dat het land daarmee „een genereus gebaar maakt”. Excuses hebben alleen maar zin, zegt hij, als ze „niet zijn bedoeld om jezelf goed te doen voelen”.

Dat betekent bovendien niet dat enige „morele rekenschap” niet op z’n plaats zou zijn, vindt historica Anne-Lot Hoek, die werkt aan een promotie en een boek over de onafhankelijkheidsstrijd op Bali. Ze noemt het „een gemiste kans” dat de koning niet in augustus naar Indonesië gaat. Daardoor zou er erkenning kunnen komen voor een politieke onafhankelijkheidsstrijd die niet pas in 1945 maar „al ver voor de Tweede Wereldoorlog” begon.

Kroonprins Willem-Alexander, prins Claus en koningin Beatrix (v.l.n.r) in een opvangcentrum voor orang-oetangs, tijdens een staatsbezoek in 1995.

Vincent Mentzel 1995

„Het gaat wat mij betreft niet om schuld, maar om erkenning. Nederland heeft de reflex om deze geschiedenis te willen afhechten, in plaats van werkelijke interesse op te brengen voor Indonesische ervaringen”, zegt ze. „Een gezamenlijke toekomst bouwt voort op een gedeeld verleden.”

Dat vindt ook historica Lara Nuberg, schrijver van het blog gewooneenindischmeisje.nl. „Er zijn nog al wat mensen die de gevolgen ondervinden van het einde van het koloniale verleden: de vele groepen die naar Nederland migreerden, ambtenaren en militairen die hun salaris tijdens de Japanse bezetting niet uitbetaald kregen (de zogenoemde Indische kwestie), West-Papoea dat aan zijn lot werd overgelaten, en met Molukse gezinnen is ook bepaald niet zorgvuldig omgegaan.”

Nog veel trauma’s

Ze zegt ook: „Veel veteranen waren jonge mannen die niet wisten waaraan ze begonnen. De staat zou moeten zeggen: ‘Sorry dat we jullie hebben gestuurd’.” In 1969 zei het kabinet-De Jong dat de krijgsmacht „zich correct had gedragen” en die formulering is – op enkele specifieke gebeurtenissen na – nooit herroepen. Ze verwijst ook naar Indië-weigeraars, die celstraffen kregen en landverraders werden genoemd.

Lees ook een reconstructie van de moord op Masdoelhak Nasoetion en twee anderen, in 1948

Nuberg zegt: „Er zijn nog zoveel trauma’s. Het is pijnlijk als de koning volgende week doet alsof het verleden niet bestaat.” Maar ook volgens Nuberg gaat het niet per se om excuses. „Daaraan heb je weinig zolang Nederland zijn eigen verleden niet kent. Anders zijn het holle woorden.”

„We kunnen geshockeerd doen over de laatste vijf jaar, maar we moeten de context ook kennen”, zegt Nuberg. Ook zij vindt daarom dat een discussie over het héle koloniale verleden op zijn plaats is: „Pas dan kunnen we als land in de spiegel kijken.”