Commissie: stikstofmodel van overheid is goed, maar kan beter

Commissie-Hordijk De uitstoot van stikstofverbindingen van andere sectoren dan de landbouw moet nauwkeuriger vastgesteld worden.

Volgens de commissie blijft de landbouw, en met name de veeteelt, de belangrijkste bron van de stikstofdepositie.
Volgens de commissie blijft de landbouw, en met name de veeteelt, de belangrijkste bron van de stikstofdepositie. Foto Koen Suyk/ANP

De Nederlandse methode om de uitstoot, verspreiding in de lucht en neerslag van stikstofverbindingen te berekenen, heeft een serie verbeteringen nodig. Dat concludeert de commissie-Hordijk, die eind vorig jaar door minister Schouten (Landbouw, ChristenUnie) is ingesteld in verband met de stikstofcrisis die sinds mei vorig jaar speelt. Zo zijn er meer metingen nodig om de uitstoot van stikstofverbindingen door landbouw, verkeer, scheepvaart en industrie nauwkeuriger te bepalen. De wetenschappelijke kwaliteit van de huidige rekenmethode is wel goed genoeg „om beleid op te baseren”, aldus de commissie.

De huidige, hoge neerslag (depositie) van stikstofverbindingen is zeer nadelig voor de natuur. Het zorgt voor een sterke verarming van de biodiversiteit, terwijl die volgens Europese regels zou moeten verbeteren.

Sectoren op de rem

De Raad van State zette vorig jaar mei een streep door de Nederlandse aanpak om de depositie van stikstofverbindingen te beperken. Sindsdien geldt de regel: eerst moet de uitstoot van stikstofverbindingen in een gebied omlaag, voordat er economische activiteiten kunnen plaatsvinden waarbij extra stikstofverbindingen vrijkomen. Met name de bouw- en de landbouwsector staan daardoor op de rem.

Lees de serie ‘Mest is overal’. De eerste aflevering gaat over luchtvervuiling, Hoe mest tot longproblemen leidt

In november besloot minister Schouten een commissie in te stellen die de Nederlandse methode om uitstoot, verspreiding en neerslag van stikstofverbindingen te bepalen, tegen het licht houdt. Er was namelijk veel kritiek, vooral vanuit de landbouw, op de rekenmethode van met name het RIVM. Die zou de rol van de landbouw, met een aandeel van 46 procent in de landelijke depositie, overschatten.

Meetnet uitbreiden

In de nu gepubliceerde eerste analyse – waarvoor maar twee maanden tijd was – concludeert de commissie dat de huidige data, methoden en modellen van „voldoende tot goede kwaliteit” zijn. De relatieve bijdrage van de verschillende sectoren aan de zogeheten depositie is „voldoende onderbouwd”. Daarmee blijft de landbouw, en met name de veeteelt, de belangrijkste bron van die depositie. De landbouw stoot vooral ammoniak uit, het verkeer en de industrie met name stikstofoxiden.

De aanbeveling van de commissie om het meetnet uit te breiden, moet allerlei onzekerheden in de metingen verkleinen. Zo zijn er meer metingen in de praktijk nodig om de uitstoot van ammoniak nauwkeuriger te bepalen. Om de concentratie van stikstofverbindingen in de lucht nauwkeuriger te krijgen, zou het RIVM gebruik moeten gaan maken van satellietbeelden. En de depositie moet niet alleen in natuurgebieden worden gemeten, maar ook in landbouwgebieden. Bovendien moet in natuurgebieden naast de neerslag van ammoniak en lachgas ook die van stikstofoxiden worden gemeten (de verhouding van ammoniak en stikstofoxiden is van grote invloed op de toestand van sommige natuurtypen, zoals vennen en heide).

Vergeleken met buurlanden

De commissie heeft de Nederlandse methode ook vergeleken met die in Denemarken, Duitsland en Vlaanderen. De methoden zijn vergelijkbaar, met kleine variaties, stelt ze. Zo wordt in Nederland meer in natuurgebieden gemeten, in sommige landen is er een betere dekking van de meting van andere stikstofverbindingen.

De commissie doet aan de partijen die betrokken zijn bij de meetmethode – behalve RIVM bijvoorbeeld de Emissieregistratie en de Universiteit Wageningen – de aanbeveling de taken beter te verdelen. Nu lopen die nog wel eens door elkaar. Ook moeten ze duidelijker maken welke wetenschappelijke data, metingen en modellen precies waarvoor gebruikt worden. De informatie is wel beschikbaar, maar moeilijk te vinden.

Over drie maanden komt de commissie met haar tweede, diepgaandere analyse.