Dope. Foto: Sanne Peper

Sanne Peper

Interview

‘Cocaïnezegeltjes sparen, dat wil je niet’

Sadettin Kirmiziyüz Het wordt tijd voor een gesprek over onze hypocriete houding ten opzichte van drugs, vindt theatermaker Sadettin Kirmiziyüz. In Dope neemt hij zijn eigen rol onder de loep. „Als ik blow schrijf ik betere voorstellingen. Mijn kunstenaarschap is mijn excuus.”

Als jongen zat theatermaker Sadettin Kirmiziyüz op voetbal. Daar leerde hij drugs kennen. Vrienden in zijn team werden gabber. „Ze trokken een Australian-trainingspak aan, gingen naar feesten en gebruikten xtc en speed. Onder de douche kon ik zien hoe hun lichamen veranderden. Ze werden mager en uitgemergeld, kregen pukkels op hun rug. Dat had op mij een afschrikwekkend effect.”

Zelf rookte hij op de middelbare school zijn eerste joint. In zijn voorstelling Dope vertelt hij plastisch hoe misselijk hij ervan werd. Dat weerhield hem er niet van ermee door te gaan, zegt hij in de studio van Het Nationale Theater in Den Haag. Kirmiziyüz komt net uit een repetitie met muzikant Kaspar Schellingerhout, met wie hij weer samen op het podium staat, en regisseur Erik Whien. Eerder maakte Kirmiziyüz spraakmakende voorstellingen als Citizen K., De radicalisering van Sadettin K. en de theaterhit Somedaymyprincewill.com (uit 2012).

Kirmiziyüz (Zutphen, 1982) groeide op in de jaren negentig, toen het gedoogbeleid van de grond kwam. „Dat betekende dat je naar een coffeeshop kon. Niet als minderjarige, maar daar hadden we een oplossing voor. Whooh! Vet!” Nu is het tijd voor een „ongemakkelijk gesprek” over drugs, zegt hij. In Dope houdt hij de hypocriete houding binnen de samenleving ten opzichte van drugs tegen het licht. Hij begint bij zijn eigen dubbelhartigheid: „Ik praat er met jou over, maar niet met mijn ouders. Dat hoeven ze niet te weten hoor.”

Een belangrijk motief om Dope te maken is zijn vaderschap. Met zijn nu nog jonge kinderen (van vijf maanden en vijf jaar) wil hij het gesprek straks niet uit de weg gaan. „Ik sta vaker stil bij de consequenties van wat ik denk en doe.” Aan de ene kant leeft hij zoveel mogelijk als een verantwoordelijk mens. „Ik eet eens in de week vlees, heel bewust. Dat leg ik ook uit aan mijn oudste. Ik probeer zo weinig mogelijk te vliegen, we sparen voor een elektrische auto, die warmtepomp gaan we doen, zonnepanelen op het dak. Maar als het over drugs gaat, is het: ja maar, ik mag toch wel een beetje genieten?!”

Dat genieten begint met roken. Hij is een verstokte roker. Waarom? „Omdat het een pauze is, een pauze in de gejaagdheid van het leven.” Kan hij die rust niet zelf opwekken? „Tuurlijk. Maar ik hou mezelf voor de gek. Ik doe alsof ik anders niet kan functioneren. Mijn lichaam is natuurlijk wel verslaafd aan de nicotine.”

En wat geeft blowen hem? „Blowen geeft ontspanning. Het verzacht de harde randjes van de dag. Ik ben ook een kunstenaar die het bij het schrijven gebruikt. Het werkt geestverruimend. Niet als je te veel rookt, dan ben je stoned en lig je uitgeteld op de bank.”

Hij vertelt dat zijn succesvolle voorstellingen mede zijn ontstaan door een joint te roken. „Het laatste deel van Somedaymyprincewill.com, de passage met de bruidsjurk. Ik ging een jointje roken en binnen een half uur stond het erop. En het was hartstikke goed. De radicalisering van Sadettin K., delen van Citizen K., enzovoorts. In al mijn voorstellingen ben ik aan het graven en wroeten in mijzelf en door te blowen word ik net een tikje opgetild.”

Dat is zijn legitimering. „Ik had het ook zonder drugs kunnen doen, maar dan had ik drie in plaats van vijf sterren gekregen, bij wijze van spreken. In die zin duw ik het weg: ik gebruik met mate, doe geen gekke dingen, ik ben een gewone, normale man, productief.”

Agenda-hedonisten

Prima functioneren, gecalculeerd gebruiken, geen probleem. Toch is die redenering vals, moet hij vaststellen. „We zitten gevangen in onze zoektocht naar genot. Je mag jezelf verwennen, of dat nu met chocola is of met hasj of een pil in het weekend. Gebruikers zijn steeds vaker hoogopgeleiden. Laatst las ik over een stel in NRC: zij werkte in de culturele sector, hij was huisarts. Samen gebruiken ze met regelmaat. Gepland. Dat zie je steeds meer: agenda-hedonisten. Een dag inplannen om te herstellen, kinderen naar opa en oma, uit met vrienden en in plaats van een wijntje een lijntje.”

Oppervlakkig bezien heeft niemand er last van. „Hardcore junks zijn uit het straatbeeld verdwenen. Als je ze tegenkomt zijn ze bijna exotisch. Op festivals en in clubs is de sfeer goed, iedereen is superblij en aardig. Maar objectief gezien klopt het niet dat we met zijn allen het drugsgebruik normaliseren.”

Niet alleen omdat drugsgebruik een gezondheidsrisico vormt. „Het grootste probleem is dat we een criminele wereld in stand houden. Dat is een keiharde business, waar veel geld in omgaat. Na olie en wapens de derde industrie ter wereld. Dat is duizelingwekkend.”

Voelt hij zich verantwoordelijk? „In zekere zin wel. De ongemakkelijke waarheid is dat je als gebruiker bloed aan je handen hebt. De productie van een kilo coke kost een x aantal doden. Na die moord op de advocaat [Derk Wiersum, red] vorig jaar dacht ik: dit is de wereld die we hebben gecreëerd en in stand houden.”

Thuisbezorgd

Is de aanschaf bij een dealer niet het moment om je te realiseren dat drugs geen legaal product vormen? „Maar wat als je dealer eruitziet als een student? Je hoeft maar te bellen. Misschien dat jij geen nummer van een dealer in je telefoon hebt, maar je maakt mij niet wijs dat je niet iemand kent met een nummer. Zo makkelijk is het. Ze zijn er eerder dan Thuisbezorgd.”

Is het tij ooit nog te keren? „Nee. Uit het rioolwater in Amsterdam kun je destilleren dat er dertigduizend lijntjes cocaïne per dag worden gesnoven. Absurd. Hoe ga je dat indammen? Dat kun je niet stoppen.”

Wat is dan een mogelijke oplossing? „De war on drugs gaan we nooit winnen en niemand gaat van de drugs afblijven. Wat wel beter kan, is het gesprek erover. Daarom stel ik mezelf in Dope ten voorbeeld. Ik ben die gast die op de toneelschool altijd wel een brownie wilde bakken, maar dan wel met een beetje hasj. In de voorstelling zit nu een grapje dat ik straks met mijn zoon moet praten over hoeveel gram hasj lekker is in een brownie. Dan zal ik zeggen: doe voorzichtig, doe wat minder, weeg de risico’s. Die kant moeten we uit.”

In legalisering gelooft hij niet. Althans, sinds kort niet meer. „Ik ben er nog niet uit. Tot voor kort geloofde ik in legalisering, tot ik bedacht dat grote concerns erin gaan springen en dat er kapitalistische verdienmodellen en prijzenoorlogen komen, waarbij je zegeltjes voor je cocaïnedoosje kan sparen. Zitten we daar weer mee. Het enige wat helpt is bewustwording. Dat drugs gebruiken niet gek is, maar ook niet normaal.”

Dope, door Trouble Man/ Het Nationale Theater. Première 7/3, Theater aan het Spui, Den Haag. Tournee t/m 28 mei. Inl: troubleman.nl