Ciske de Rat

Literaire plekken Guus Luijters schrijft op gezette tijden over de literaire plekken van Amsterdam.

Ciske de Rat van Piet Bakker (1897-1960) is uit 1941. De roman werd meteen een bestseller en is dat lang gebleven. Pas na de film met Danny de Munck (‘Ik voel me zo verdomd alleen’) verdween het boek uit beeld. Tegen de film kon het niet op.

Ciske de Rat vertelt het verhaal van de klas van meester Bruis en van zijn favoriete leerling, Ciske, bijgenaamd de Rat. Ciske is volstrekt onhandelbaar, dat komt, zijn moeder is aan de drank, zijn vader op zee en niemand houdt van hem. Maar zoals dat gaat, meester Bruis ontdekt al snel dat Ciske een hart van goud heeft. En dat hij zijn moeder vermoordt, was een ongelukje.

Ciske de Rat speelt zo rond de jaren twintig van de vorige eeuw, schat ik, in een vrijwel onzichtbaar Amsterdam. Tot het schoolreisje dat het hart van het boek vormt, is er maar één plaatsaanduiding, de Davisstraat, waar Ciske een steen door de ruit van een politiepost gegooid zou hebben.

De Davisstraat verbindt de Admiralengracht met de Hoofdweg en wordt in tweeën gedeeld door het magistrale Columbusplein. De buurt speelt verder geen rol, maar als de kinderen op schoolreis gaan, naar Wijk aan Zee, denk je wel: dat is een eind lopen naar de De Ruijterkade, waar de boot vertrekt. Temeer daar Dorus die in een rolstoel zit het hele eind geduwd moet worden, door Ciske uiteraard, en er op de Dam ook nog eens een wiel van de rolstoel afloopt.

In boeken over schoolklassen zit behalve een kwajongen, straatschoffie, belhamel ook een zielig kind. In Schoolland en De gelukkige klas van Theo Thijssen heb je Fokke en Louis met zijn bochel, in Dik Trom en zijn dorpsgenoten Dik en de blinde Nelly en in Ciske de Rat Ciske en Dorus die ‘chirurgische t.b.c.’ heeft en het net als Louis niet lang meer zal maken.

In de boeken is het schoolreisje heel belangrijk. Opmerkelijk: Dik en Mieke maken hetzelfde schoolreisje als Ciske en Dorus. En in beide gevallen is het de kwajongen die ervoor zorgt dat het zielige kind mee mag. Dik Trom lukt het op het Wijk aan Zee’se strand zelfs een ‘profester’ te vinden die de blinde Mieke weer ziende gaat maken. Voor Dorus brengt de zee geen verlossing, maar dat het schoolreisje de dag van zijn leven zal blijken, lijdt geen twijfel. Als het bootje met de kinderen Amsterdam nadert, sluipt er voor het eerst poëzie in het boek: ‘In de verte lag de stad, waar een wazige nevel overheen hing.’ Ook voor Ciske is het een belangrijke dag, ‘want die had vandaag zijn beste innerlijk ontdekt’. En op de kade wacht zijn vader.

Ciske de Rat is niet in druk, maar volop voorradig in de straatboekenkastjes.

Guus Luijters schrijft hier op gezette tijden over de literaire plekken van Amsterdam.