Brandweer hoeft steeds minder branden te blussen

Alarmeringen Het aandeel hulp- en dienstverlening maakt een steeds groter deel uit van de werkzaamheden van de brandweer, zo constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek.
De brandweer was in 2019 gemiddeld 6 seconden sneller ter plaatse dan in 2018.
De brandweer was in 2019 gemiddeld 6 seconden sneller ter plaatse dan in 2018. Foto Lex van Lieshout/ANP

De brandweer hoeft steeds minder vaak in actie te komen bij brand en heeft in toenemende mate een rol als hulpverlener, bijvoorbeeld na ongelukken of bij reanimaties. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag heeft gepubliceerd. Van de 238.000 meldingen die vorig jaar binnenkwamen, hadden er 115.000 betrekking op een brand.

In bijna twee derde van de gevallen dat er brand werd gemeld, ruim 72.000 keer, werd ook daadwerkelijk uitgerukt. Dat is een daling van vijf procent ten opzichte van een jaar eerder. In 2014 gebeurde het nog meer dan 91.000 keer. Steeds vaker komen meldingen van automatische brandmelders (56,4 procent) en steeds vaker (in meer dan de helft van de gevallen) kan een melding worden afgehandeld door de meldkamer.

Steeds vaker wordt de brandweer gevraagd om hulp te verlenen. In 2019 gebeurde dat 122.000 keer: 14.500 keer in verband met gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld een onwelwording op straat, reanimatie of stormschade. Er is daarnaast ruim 12.600 keer opgetreden na een (verkeers)ongeluk, een toename van 34 procent ten opzichte van vijf jaar geleden. Het aandeel dienstverlening – denk aan katten uit bomen halen of mensen uit liften – steeg tussen 2014 en 2019 met ruim tien procent.

Het totale aantal keer dat in 2019 een beroep werd gedaan op de brandweer (238.000 meldingen) is met drie procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder.