Als Bruins 82 besmettingen meldt, schrikt de Kamer toch

Kamerdebat coronavirus Hoe fel moeten politici het debat over het coronavirus voeren? De PVV krijgt het verwijt „het angstvirus aan te wakkeren”.

Als minster Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) in het debat over het coronavirus de Kamer meldt dat er veel meer mensen besmet zijn, moet hij even improviseren.
Als minster Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) in het debat over het coronavirus de Kamer meldt dat er veel meer mensen besmet zijn, moet hij even improviseren. Foto Koen van Weel/ANP

50Plus-Kamerlid Leonie Sazias wil „absoluut niet wantrouwend overkomen”, maar vraagt het minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) in het Kamerdebat over het coronavirus toch. Waarom is de dagelijkse update over het aantal besmettingen er nog niet? Het is zestien minuten over twee uur ’s middags, de afgelopen dagen kwam het bericht volgens haar steeds eerder. „Als er aan het eind van de middag een significante stijging zou zijn”, zegt Sazias, „dan voelen we ons hier niet goed geïnformeerd”.

Bruins belooft de nieuwste cijfers direct op te vragen bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Directeur infectieziektenbestrijding Jaap van Dissel van het RIVM is bij het debat aanwezig en loopt even de zaal uit om te telefoneren. Niet veel later kan Bruins in de Tweede Kamer het nieuwste cijfer melden: 82 besmettingen, meer dan een verdubbeling ten opzichte van woensdag (toen waren het er 38). Bruins zegt dat de „stevige stijging” volgens het RIVM niet onverwacht komt, deze „past in het beeld” en „deels is dat een inhaaleffect”, omdat zich nu meer mensen melden voor een test.

De Kamerleden schrikken. PVV’er Chris Jansen is „perplex”. „Het kan toch niet waar zijn dat dit past in de ontwikkeling van het virus? In één keer zo veel mensen erbij, kunnen we dat aan?” Ook andere partijen noemen de stijging „zorgelijk”. SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij wil graag „duiding” bij het nieuwe aantal. Komen er nu strengere maatregelen om verspreiding tegen te gaan? Bruins moet improviseren en klinkt onzeker. „Ik denk dat wij nog steeds de goede maatregelen nemen die passen bij deze situatie.”

Urenlang debatteert de Tweede Kamer donderdag over het coronavirus. Een lastig onderwerp om een politiek debat over te voeren, vindt een aantal partijen. D66-collega Antje Diertens wil de „brandweer niet te veel storen terwijl die aan het blussen is”. Ook Van der Staaij voelt „een zekere terughoudendheid”. „Onze basishouding is er één van vertrouwen. Zeker nu we er nog middenin zitten, voelen we geen aandrang om alle keuzes nu al tegen het licht te houden.”

‘Schofferend’

Niet alle partijen hebben zo’n basishouding, blijkt als PVV’er Jansen vlak na het begin van het debat fel van leer trekt tegen het RIVM. De experts, zegt hij, hielden tot het laatste moment vol dat de kans nihil was dat het coronavirus Nederland zou bereiken. Dit wordt door andere partijen tegengesproken en Jansen krijgt – op zijn honderdste dag als Kamerlid – de volle laag. Al snel zijn alle interruptiemicrofoons bezet. CDA’er Joba van den Berg noemt de toon van de PVV „schofferend” voor zorgverleners. Volgens Carla Dik-Faber (ChristenUnie) wil de PVV niet het coronavirus bestrijden, „maar het angstvirus aanwakkeren”. Waarom gebruikt de PVV woorden die ertoe leiden dat mensen zich meer zorgen gaan maken dan nodig is, vraagt GroenLinks-Kamerlid Wim-Jan Renkema.

De meeste partijen prijzen de instanties en zorgverleners en wensen patiënten en hun naasten veel sterkte. Ze trachten een kalmerende toon aan te slaan. „We moeten het hoofd koel houden”, klinkt het met enige regelmaat. VVD’er Hayke Veldman zegt dat de Nederlandse zorg tot „de top van de wereld” behoort.

Toch hebben veel fracties ook zorgen en kritische vragen. Hoe zit het met de druk op huisartsen en de GGD’en? Zijn er voldoende testen om iedereen met klachten te kunnen testen? Hoe kan het dat sommige ziekenhuizen eerder op het virus testen dan andere? Wanneer mogen mensen nu wel naar hun werk, wanneer kunnen ze beter thuisblijven? Hoe zit het met het besmettingsgevaar in verpleeghuizen, als besmette bewoners daar mogen blijven? Hoe is het uit te leggen dat omringende landen strengere maatregelen nemen dan Nederland?

Het CDA stelt zich in het debat opvallend mild op, gelet op de stortvloed aan kritische Kamervragen die het ‘coronateam’ van de christen-democraten (bestaande uit vier Kamerleden, onder wie Pieter Omtzigt) de afgelopen weken aan minister Bruins stelde. Woordvoerder Joba van den Berg vraagt nog wel of de Nederlandse maatregelen „agressief” genoeg zijn, maar heeft geen scherpe kritiek op Bruins. Tot verwondering van PVV’er Jansen, die zegt dat het lijkt alsof voor het CDA alles alweer „koek en ei is”.

Veel onzekerheden

Bruins zegt te snappen dat de Kamer en de samenleving veel vragen hebben. Hij spreekt van „een unieke situatie” omdat het coronavirus nieuw is en veel onzekerheden met zich meebrengt. Nederland zit nog altijd in de fase waarin het RIVM het virus probeert „in te dammen”, legt hij uit. De volgende fase is dat beleid los te laten en de verspreiding „zo beperkt mogelijk te houden”.

Kamerleden vragen zich af wanneer er een kantelpunt komt en de nieuwe fase ingaat. Dat hangt volgens Bruins van twee dingen af: wanneer het de GGD’en niet meer lukt om contactonderzoek te doen naar alle besmette personen en de lijst met risicogebieden veel langer wordt. Volgens Bruins kunnen de GGD’en „het op dit moment nog aan”. „Maar ze hebben geen oneindige capaciteit.”

Bruins is het niet met sommige partijen eens dat Nederland minder vergaande maatregelen neemt dan andere landen. Hij wijst erop dat Nederland als een van de eerste in Europa dinsdag het reisadvies voor Noord-Italië aanscherpte: alle niet-noodzakelijke reizen worden nu ontraden.