‘Aap’, ‘zwarte piet’ of ‘stinkjood’, wordt naar hen geroepen op het voetbalveld

Lezersreacties Nadat zeventien voetballers, trainers en officials in NRC hun verhaal vertelden over racisme, reageren lezers met hún ervaringen. Over scheldpartijen en hoe moeilijk het is om daarmee om te gaan.

Bij Excelsior voerden fans eind 2019 actie tegen racisme.
Bij Excelsior voerden fans eind 2019 actie tegen racisme. Foto Robin Utrecht

Martesano Biliosa (33), jongerenwerker uit Den Haag, wilde iets te eten halen in de voetbalkantine van zijn club. Er stond een rij, spelers liepen door elkaar heen en toen werd hij door een ploeggenoot op zijn schouder getikt. Biliosa: „Hij zei: ‘Naar achteren jij, blanke jongens gaan voor’. Wát, hoor ik dit nu goed, dacht ik. Meent hij dit nou? In een split second dacht ik aan stoppen bij die club. Maar ik wil niet dat dit soort opmerkingen mij ervan weert te doen wat ik leuk vind. Dus ik glimlachte en heb hem verder genegeerd.”

Biliosa is keeper, het incident in de kantine gebeurde drie jaar geleden bij V.V. Wilhelmus uit Voorburg, zijn club. Hij vertelt erover in een flinke opsomming over zijn ervaringen met racisme op de amateurvelden. Van de man in een rolstoel die achter zijn doel „aap” en „zwarte” naar hem riep, een supporter die hem „Zwarte Piet” noemde tot aan oerwoudgeluiden die fans naar hem maakten – het gebeurde bij clubs waar vooral witte jongens spelen, maar ook bij clubs waar veel donkere jongens actief zijn, zegt Biliosa.

Alle incidenten deden hem pijn, misschien nog wel het meest als er een teamgenoot bij betrokken was, zoals in de kantine. „Die aap hoeft niet meer bij ons onder de lat te staan”, zei bijvoorbeeld ook een medespeler van de club Laakkwartier vijf jaar geleden. Biliosa sprak hem erop aan. Zijn trainers reageerden geschokt. Maar de speler stond wel weer in de basis de volgende wedstrijd. Biliosa: „Voor mij een bevestiging dat de club het accepteerde. Ik ben er maar één seizoen gebleven.”

Lees ook: ‘Wij zwijgen niet langer’, 17 voetballers, trainers en officials over racisme

Zwijgcultuur

Biliosa vertelt het in reactie op een oproep in NRC, dat afgelopen weekend interviews met zeventien voetballers, trainers en officials publiceerde over hun ervaringen met racisme op en rond het voetbalveld. Ajax-keeper André Onana vertelde dat een transfer naar een Italiaanse club afketste vanwege zijn huidskleur, PSV-aanvoerder Denzel Dumfries dat teamgenoten hem voor „Zwarte Piet” uitmaakten, Heracles Almelo-spits Cyriel Dessers zei dat racisme „ontmenselijkt.” Biliosa zegt daarover: „Het is iets wat velen meemaken, maar veel mensen weten niet zo goed wat ze ermee moeten en kunnen. Dus krijg je een zwijgcultuur. Ik ben blij dat mensen er nu over praten.”

Winish Ganesh (29), jurist en adviseur bij de overheid, komt uit Zevenaar. Hij vertelt dat hij al op jonge leeftijd kon inschatten bij welke clubs hij racistische opmerkingen kon verwachten. Dan bedacht hij voor de wedstrijd wat zijn ouders hem altijd adviseerden: sta erboven. Ganesh: „Toch was het vaak niet mals. Van ‘vuile buitenlander’ en ‘ga terug naar je eigen land’ tot ‘k-buitenlander’. En dat terwijl ik hier geboren en getogen ben. Hier heb ik gestudeerd én lever ik mijn bijdrage aan de maatschappij.”

Ganesh zei, zeker op jonge leeftijd, zelden iets terug. Ook niet toen een tegenstander een wedstrijd lang ‘vuile Turk, k-Marokkaan, k-zwarte’ tegen hem zei. De tegenstander gebruikte net zolang verschillende scheldwoorden totdat hij ontdekte dat Ganesh hindoestaans is en hij hem daarom kon uitschelden. Ganesh: „Hij zocht daar echt naar, omdat hij me per se wilde beledigen op basis van mijn afkomst.”

Actie tegen racisme bij profclub Excelsior in Rotterdam, eind 2019. Foto Robin Utrecht

„Ingrijpen is lang niet zo eenvoudig”, zegt Ganesh. Een teamgenoot sloeg een keer een tegenstander naar de grond nadat hij racistisch was uitgescholden. „Zijn woede kon ik me goed voorstellen, maar dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Bij de senioren besloot de aanvoerder van mijn team uit zichzelf de tegenstander aan te spreken op hetgeen er werd geroepen, mede omdat de scheidsrechter niet ingreep. Dat kon ik zeer waarderen, al realiseerde ik me goed dat het probleem daarmee niet ineens zou verdwijnen.”

Leidinggevenden laten het vaak afweten, zegt een 27-jarige accountmanager die anoniem wil blijven. Of erger: ze doen mee. Bij een wedstrijdbespreking van zijn amateurteam in de provincie – hij was vijftien – sprak zijn coach over de rol van de nummer 10, die het spel bepaalt en vaak de beslissende pass geeft. „Hij zei dat hij die rol nooit aan ‘een zwarte’ zou uitbesteden, want ‘die hebben geen hersencellen’. Ik dacht: waarom ben ik nou bruin? Als ik wit was geweest, was ik misschien wel uitblinker.”

Luister naar de NRC-podcast over racisme in het voetbal en hoor de verhalen van spelers als André Onana en Denzel Dumfries in hun eigen woorden

Victor Loonstein (32), jurist, is voorzitter van de Joodse zaalvoetbalvereniging Maccabi (40 leden). Met vier teams spelen ze in en rond Amsterdam amateurwedstrijden in competitieverband. „We hebben regelmatig te maken met antisemitische incidenten”, vertelt Loonstein. „Dat loopt uiteen van scheldpartijen – ‘kankerjood’, ‘stinkjood’, ‘rotjood’, ‘gaan jullie lekker naar Israël’ of ‘free Palestina’ – tot wat voor mijn gevoel het meest ernstige incident was tot dusver. Een tegenspeler wilde na afloop een Maccabi-speler geen hand geven onder het motto ‘ik geef jou geen hand omdat je oma in Auschwitz heeft gezeten’. Een volstrekt onbegrijpelijke en kwetsende opmerking.”

Loonstein vindt dat mensen een „erg kort lontje hebben” als er „tegen een Joodse voetbalclub wordt gespeeld”. Hij zegt: „Bij voetbal heb je altijd opstootjes, dat erkennen we heus wel, het hoort er een beetje bij. Maar tegen ons is vaak het eerste middel waarnaar wordt gegrepen het Joodse. Niet ‘zeik niet zo’, maar ‘doe dat keppeltje af’.”

Antisemitisme

De KNVB kwam onlangs samen met het kabinet met een plan om racisme in het voetbal te bestrijden. Het Centrum Documentatie en Informatie Israël (CIDI), een organisatie die opkomt voor de belangen van Joden en Israël, werkte mee aan de plannen, maar Loonstein vindt het onbegrijpelijk dat antisemitisme in de plannen nauwelijks expliciet wordt genoemd. „Verontrustend en teleurstellend”, zegt hij.

Een woordvoerder van de KNVB stelt in een reactie dat antisemitisme juist uitdrukkelijk onderdeel is van het plan: „We vinden het onacceptabel dat in het voetbal personen worden achtergesteld of gekwetst vanwege hun afkomst, geloof, gender en dergelijke. Daar valt dus ook antisemitisme onder. Alle twintig in het plan beschreven maatregelen gaan dus ook hier voor op.”

Wendy Lisse (43), mediator en arbeidsbemiddelaar, omschrijft zichzelf als „vrouw, donker en hoofdtrainster.” Ze is coördinator van de meidenafdeling die ze zelf mede heeft opgericht bij de Amsterdamse amateurvereniging Zeeburgia. Bij die club was ze ook hoofdcoach. Daarnaast werkte ze als scout voor de KNVB om jong vrouwelijk talent te ontdekken en had ze diezelfde functie voor beloftevolle mannelijke spelers van FC Dordrecht.

Lees ook: Het verhaal van Les Ferdinand, een van de weinige donkere voetbalbestuurders in Europa

„Naast racisme op huidskleur bestaat er ook nog een ander soort discriminatie”, zegt Lisse. Ze bedoelt: als vrouw, en zeker als donkere vrouw, is het heel moeilijk om serieus genomen te worden in de door mannen gedomineerde voetbalwereld. Lisse: „Vaak heb ik meegemaakt dat ik aankwam bij een club en er werd gezegd: bent u de leidster of materialenvrouw?”

Mensen keken „echt raar” als ze in haar functie van scout bij een club kwam, vertelt Lisse: „Dat nota bene een donkere vrouw dit doet, zag je die mensen denken. Zelf heb ik me nooit onveilig gevoeld, maar het verbaast me dat sommige functies in het voetbal alleen toebedeeld lijken te worden aan mannen. Bij cursussen werd ik pas echt serieus genomen als ik een paar keer een goed antwoord had gegeven of de juiste toelichting. Er zijn weinig donkere mannelijke hoofdtrainers in het voetbal – als vrouw voelde ik me vaak dubbel gediscrimineerd. Ook daaraan zie je dat er een cultuuromslag in het voetbal moet komen.”