Reportage

Zij ziet bewoners op hun kwetsbaarst

NRC portretteert mensen die wonen of werken in de L-flat in Zeist. Vandaag: Ina Duit van het inloophuis.

Tekst

Lees de online versie van dit artikel op nrc.nl/flat

Jan Terlouw is hier niet nodig. Uit de brievenbus van het inloophuis hangt al jaren een touwtje. En als je aan dat touwtje trekt en je het gangetje in bent gestapt, passeer je de keuken en loop je zo een vertrek in dat bedoeld is als huiskamer – die sfeer heeft het ook. Links een zithoek met rieten stoelen rond een lage salontafel, rechts een lange houten eettafel.

Aan die tafel nemen sinds het voorjaar van 2019 elke eerste donderdag van de maand bewoners plaats voor een lunch – een FC Utrecht-supporter met een ‘moeilijke voet’ (portiek zes) naast een blinde radiomaker met hond (portiek zeven), tegenover een fluisterende Soedanees (portiek zes) en een Iraanse inloophuisvrijwilliger (portiek vier).

Iedereen kent Ina (62). Kort bruingrijs haar, montuurloze bril. Geen uiterlijke poespas. Het leven draait niet om haar, maar om de medemens.

Ina Duit ís het inloophuis. Functienaam: coördinator van het ‘Wijkinloophuis Vollenhove’ namens Stichting Kerk en Samenleving Zeist. Sinds 2003. Het inloophuis kwam in de flat in samenspraak met de wooncorporatie, om ontmoetingen tussen bewoners te stimuleren. Het huis, met dertig vrijwilligers, biedt taalles, naailes, computerhulp en hulp bij het ontcijferen van overheidspost.

De helft van de mensen die naar het inloophuis komt, is van niet-westerse komaf, schat Ina Duit. Marokkanen, Soedanezen, Iraniërs, Syriërs, Afghanen.

Het huis was tot 2020 ook het grootste uitgiftepunt voor Zeister voedselhulp: in de huiskamer van het inloophuis deelden vrijwilligers van Voedselbank Zeist elke vrijdagmiddag dik vijftig pakketten uit. De klanten, vaak L-Flatbewoners, wachtten met een nummertje in de zithoek op hun beurt – een kop koffie op de salontafel. Sinds november 2019 is de Zeister voedselhulp overgegaan van vijf uitgiftepunten naar één - een supermarktachtige voedselbank die in zwang is in de etenshulpbranche. Hij ligt op drie kilometer van de L-flat.

Ina Duit ziet de L-flatbewoners op hun kwetsbaarst. Zij die zich aanmelden voor voedselhulp, komen op beoordeling, en het is aan Ina en collega’s om de mate van geldnood vast te stellen.

De wijsheid dat problematische schulden leiden tot grote stress en onverstandig gedrag, hoeft Ina Duit niet te vernemen uit krant of ombudsmanrapporten. Ze merkt het zelf. „Mensen komen hun afspraken niet na. Ze vergeten het. Ze vergaten soms zelfs hun voedselpakket op te halen.” Op beoordelingsgesprekken voor voedselhulp vertalen soms kinderen voor hun ouders. Ze zijn in de basisschoolleeftijd, of begin middelbare school. „Die moeten dan de schulden noemen. Ik probeer duidelijk te maken dat ik in gesprek ben met papa en mama. Maar vaak krijgen de kinderen alles mee.” Schulden, drankproblemen, drugs, huiselijk geweld? „Ja, het komt allemaal voorbij”, zegt Ina Duit, die haar antwoord hier opzettelijk kort houdt. Nee, ze vertelt geen anekdotes. Ze is niet van het rondbazuinen. Ze is van de oplossingen.

Ze doet veel. Ze belt aan bij flatbewoners van wie al een poos niets is vernomen. Ze verwijst mensen met problemen door naar het sociaal team, de verslavingszorg, de kledingbank.

In 2012 stopte ze met vrijwilligers een knalgele brief in alle 728 brievenbussen van de L-Flat, voor een gesprek over inspiratie. „Geen evangelisatie”, benadrukt ze. „Gewoon een poging contact te maken van mens tot mens.” Het leidde tot „fantastische gesprekken”, zegt ze. „Maar sjónge”, voegt ze toe, „wát een werk.”

Ze zegt vaak: „Het zou mooi zijn als…”. Gevolgd door een van haar wensen. Nóg meer betrokken zijn bij gezinnen in de flat, nóg meer gesprekken over opvoeden, de rol van vaders, het maken van een schoolkeuze voor het kind.

Nog een wens. Voor bewoners van portiek één en twee is het inloophuis ver. „Het zou mooi zijn als daar een tweede inloopplek zou komen.”

Het hart van de flat, dat is het inloophuis. Maar het lijf is te groot.

Volgende aflevering: een bewoonster van Marokokaanse komaf, die liever anoniem blijft. Zie nrc.nl/deflat en de Achterpagina zaterdag.