Vertel ik mijn zoontje hoeveel ik verdien?

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen.

Illustratie Martien ter Veen

Vader: „Ons zoontje is tien jaar oud en nieuwsgierig. Hij wil graag weten hoeveel zijn ouders verdienen. Ik wil dat eigenlijk wel vertellen en in een context plaatsen van het minimumloon, een uitkering, kansongelijkheid en eigen verantwoordelijkheid. Pittige thema’s, dat besef ik, maar hij kan het aan – hij kijkt bijvoorbeeld liever geen Jeugdjournaal maar het Achtuurjournaal, en leest geen Kidsweek omdat hij dat te kinderachtig vindt.

„Het zijn voor hem ook relevante thema’s. Wij wonen in een grote stad met een aantal achterstandsbuurten waar ik met hem doorheen fiets. Als hij bedragen hoort, wordt het voor hem concreter. Ik merk dat hem dat in staat stelt zich beter in te leven en dat het zijn belangstelling prikkelt.

„Ik aarzel wel. Vanwege het taboe op zeggen hoeveel je verdient, mijn wens geld niet centraal te stellen en omdat ik liever niet wil dat hij met vriendjes erover spreekt die vervolgens hun ouders voor het blok kunnen zetten om er met hen over te spreken. Alles afwegend wil ik het hem toch liever vertellen en uitleggen dat en waarom ik erover heb geaarzeld.”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma voorleggen? Stuur uw vraag naar opgevoed@nrc.nl.

Het bedrag niet noemen

Ad Kil: „Leg uw kind uit dat er verschillen zijn in inkomsten, en dat dat afhangt van opleiding, inspanning, functie en de sector. Zo kan een ondernemer meer verdienen dan iemand in de publieke sector omdat de overheid er geen geld bij kan maken, behalve door belastingen. U kunt per branche grofweg wat bedragen noemen: bijvoorbeeld die van de transportsector of het bankwezen. U kunt uitleggen dat zijn leerkrachten minder salaris krijgen dan mensen in het bedrijfsleven. U kunt dan ook aangeven waar u als ouders ongeveer zit met uw inkomsten.

„Een bedrag zelf zou ik niet noemen, ook om uw kind in zijn sociale contacten te beschermen. In een onderlinge vergelijking van bedragen kunnen kinderen zich beschaamd of bezwaard gaan voelen. Wel kunt u vertellen dat om te weten wat er van zo’n bedrag overblijft een ingewikkelde berekening nodig is. Dat er verschil is tussen netto en bruto, dat er belastingen vanaf gaan en er misschien weer een bonus bovenop komt. Dat er wellicht een partneralimentatie van betaald wordt, of van een erfenis sprake kan zijn.”

Aarzeling uitleggen

Bas Levering: „Een 10-jarige met zo’n brede belangstelling moet inderdaad serieus worden genomen, maar eenvoudig is dat niet. Ik zou met het taboe zelf beginnen, want dan raakt u meteen het hart van de kwestie. Leg inderdaad uit waarom u aarzelt. In Nederland wordt er niet over salarissen gesproken, omdat we de grote inkomensverschillen niet willen benadrukken. Dat vinden we pijnlijk. We vinden dat het in het leven zo min mogelijk over geld zou moeten gaan. U kunt hem over die uitgangspunten in vertrouwen nemen, zodat hij er rekening mee leert houden.

„Het bedrag zelf zou ik niet noemen, dat zegt een 10-jarige niet zoveel, en zijn vriendjes op het schoolplein evenmin. Om het bedrag op waarde te kunnen schatten, moet hij eerst de uiterst ingewikkelde context begrijpen. Daarvoor moet u hem over uw vaste lasten informeren en ook uitleggen dat er mensen zijn die te weinig verdienen om een hypotheek te kunnen bekostigen. En dat die mensen vaak huursubsidie krijgen en dat dat een van de manieren is waarop we in Nederland de gevolgen van de inkomensverschillen proberen te compenseren en waarom dat toch niet echt lukt.

„Dit verhaal lijkt me overigens voor alle leergierige leeftijdgenoten van uw zoon van belang.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.