Verplichte verzekering wekt nog veel huiver bij zzp-organisaties

Verzekering arbeidsongeschiktheid Sociale partners spraken af: er komt een verplichte verzekering voor zpp’ers. Wat vinden die daar eigenlijk zelf van?

Illustratie Rik van Schagen

Vóór een verplichte verzekering tegen arbeidsongeschiktheid (aov) zijn ze. Altijd al geweest, benadrukt Charles Verhoef, voorzitter van vereniging Zelfstandigen Bouw. „De situatie voor zzp’ers in de bouw is onhoudbaar, zij kúnnen zich vaak niet eens verzekeren tegen ziekte”, zegt hij. Terwijl juist de bouwers dagelijks de kans lopen van een steiger te vallen, of een been te breken.

Maar het advies zoals het er nu ligt, is niet zoals zij dat voor ogen hadden, zegt Verhoef. „Een bruto premie van 205 euro per maand is een veel te hoog bedrag voor iemand die 30.000 euro per jaar verdient. Dat kunnen bouwers nu misschien nog doorberekenen in hun tarief, de markt is goed. Maar ik geef het je op een briefje: in de volgende crisis hebben ze echt geen onderhandelingspositie meer.”

Liever had hij daarom gezien dat de premie-afdracht bij de opdrachtgever komt te liggen, zodat de positie van zzp’ers op de arbeidsmarkt niet bepaalt of zij de kosten kunnen doorberekenen of niet.

Lees ook: Geen verzekerplicht voor ondernemer mét personeel

De situatie in de bouw illustreert waarom zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) huiverig zijn zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Ruim 40 procent van de zzp’ers heeft geen verzekering, geen buffer van spaargeld én kan niet terugvallen op de waarde van een koophuis, meldden onderzoeksinstituut TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vorig jaar. Slechts 19 procent is verzekerd.

Een van de redenen daarvoor is dat een particuliere aov voor zzp’ers te duur kan zijn. Zij betalen een maandelijkse premie die past bij hun individuele risico. Is dat risico hoog, bijvoorbeeld omdat ze dagelijks op een steiger staan – dan schiet de premie omhoog. Bij een modaal inkomen en een zwaar beroep komen de maandelijkse kosten al gauw neer op zo’n 432 euro.

In het pensioenakkoord spraken het kabinet, werkgevers en vakbonden daarom af dat er een verplichte verzekering komt, waaraan álle zelfstandigen meebetalen. Op die manier kan de maandelijkse premie betaalbaar blijven. Dinsdag presenteerden de sociale partners daarover hun advies.

Wie langdurig arbeidsongeschikt raakt, krijgt na een jaar ‘wachttijd’ een uitkering van 70 procent van zijn laatst verdiende loon, tot een maximum van 1.650 euro per maand, is het idee. De premie wordt inkomensafhankelijk: verdien je het minimumloon, dan moet je zo’n 95 euro netto per maand betalen. Wie 2.360 euro of meer per maand verdient, betaalt 135 euro netto.

Keuzevrijheid

Zelfstandigenorganisaties zijn vooral blij dat zzp’ers er in het advies voor kunnen kiezen een hogere of lagere premie te betalen, blijkt uit een rondgang van NRC. Kies je voor een ‘wachttijd’ van twee jaar, dan daalt de premie. Wil je de uitkering al na een half jaar ziekte, dan stijgt de premie. „Daarmee is een deel van onze keuzevrijheid behouden gebleven”, zegt Peter van den Bunder van de Kunstenbond. „Dat doet recht aan ons ondernemerschap.”

Minder blij zijn de brancheorganisaties met de manier waarop er nu wéér over de hoofden van zzp’ers wordt besloten. „Dit is een advies dat voortvloeit uit een polderoverleg, gevoerd door partijen die niet direct de belangen van onze zelfstandige achterban behartigen: de werkgevers en vakbonden”, zegt Lex Tabak van SoloPartners voor zelfstandigen in de zorg.

Slechts twee zelfstandigenorganisaties schreven mee aan het advies: FNV Zelfstandigen en PZO, dat verbonden is aan VNO-NCW. „Het wekt bevreemding”, zegt Marijn Rooymans van Ondernemende Juristen. Hij vindt het bijvoorbeeld gek dat de agrarische sector en zelfstandigen met personeel zijn uitgezonderd in het advies. „Als er dan een verplichte aov moet komen, dan ook voor iedereen.” Van den Bunder van de Kunstenbond merkt op dat er „altijd belangen sneuvelen, als er door meerdere partijen een gemene deler wordt bepaald.” En dit pakt vaak nadelig uit voor minderheidsgroepen, zoals de kunstenaars.

Lees ook: Als oude zzp’er je enkel breken? Pech gehad

Terwijl de verscheidenheid van alle 1,1 miljoen zzp’ers in Nederland nu juist zo groot is. Zelfs binnen de sectoren zijn er scheidslijnen. „Er zijn bijvoorbeeld redacteuren, vertalers en ondertitelaars die veelal hetzelfde werk doen als werknemers in loondienst, maar dan zonder voorzieningen. Onder hen is zeker interesse in een publieke verzekering met een lagere premie”, zegt Marcel Hooft van Huysduynen van de Auteursbond.

„Maar vraag je het zelfstandige schrijvers die uit volle overtuiging kozen voor het ondernemerschap, dan zijn die minder blij”, zegt Hooft van Huysduynen. Zij hebben vaak al van alles geregeld bij ziekte, zoals een broodfonds of spaarrekening. „Of neem de leraar die naast zijn werk boeken schrijft. Die heeft al een vangnet.”

Betere toegang

In het advies zoals het er nu ligt, zijn zelfstandigen vrij zich aanvullend particulier te verzekeren, of helemaal alles zelf te regelen – mits die regeling het risico op arbeidsongeschiktheid minstens zo goed afdekt als de publieke verzekering.

Met verzekeraars is daarom afgesproken particuliere verzekeringen toegankelijker te maken. Door minder vaak te vragen naar de ziektegeschiedenis, of door oudere zzp’ers niet meer te weigeren, bijvoorbeeld. Richard Weurding, algemeen directeur van het Verbond van Verzekeraars, zegt dat zij inderdaad „gaan kijken naar de verbetering van de toegankelijkheid.”

Opvallend is ook dat de wensen van zelfstandigenorganisaties onderling heel divers zijn. En dat maakt ze allemaal net niet helemaal gelukkig met het advies, hoe graag ze ook een toegankelijke aov voor zzp’ers willen. Het advies lijkt een keuze voor het ‘midden’ te zijn, zeggen zij.

Waar zzp’ers weinig onderhandelingsmacht hebben, in de kunsten bijvoorbeeld, zijn ze in principe vóór een verplichte aov. Maar zij hekelen nu de hoogte van de maandelijkse premie. „Het is te duur”, zegt Caroline Cartens van het Platform voor Freelance Musici. „We worden al gekort op de zelfstandigenaftrek en moeten nu ook nog tussen de 120 en 220 euro bruto per maand gaan betalen. Dat kúnnen veel zelfstandige musici niet.” Ook Van den Bunder van de Kunstenbond vraagt zich af in hoeverre deze premie voor de gemiddelde kunstenaar „naar draagkracht” is.

In de zorg willen zzp’ers hun keuzevrijheid juist behouden. Lex Tabak van SoloPartners benadrukt dat zelfstandige zorgmedewerkers zelfredzaam zijn. „Het is geen kwetsbare groep”, zegt hij. „De tarieven zijn goed, men verdient hetzelfde, of zelfs meer dan in loondienst.” De mogelijkheden om zélf voorzieningen te treffen zijn daarom groot. „En die keuze hadden veel zzp’ers graag in eigen hand gehouden.”

Ook voor Marijn Rooymans van Ondernemende Juristen is de „bottomline” dat zij graag een steentje bijdragen aan een collectieve regeling, maar als ondernemer zelf willen kunnen blijven beslissen. „Veel van ons hebben al een aov. Al dan niet in combinatie met een broodfonds, of door afspraken te maken met werkende partners of door in eigen beheer een buffer op te bouwen.” Bovendien, zegt hij, is de verhouding tussen inleg en uitkering in deze publieke regeling ongunstig. Als je dat afzet tegen de verzekeringen die zij gewend zijn tenminste, waarin ze een premie betalen die past bij hun veilige beroep.