Vergaderen over aankoop in gangpad van Tefaf

Kunstmarkt Vandaag begint de 33ste editie van Tefaf Maastricht. Het bestuur van de Vereniging Rembrandt is op afroep beschikbaar voor museumdirecteuren met een koopwens.

De kamer met balkon in Spurveskjul (1911) van Vilhelm Hammershøi, in 2014 op Tefaf door museum Boijmans aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt.
De kamer met balkon in Spurveskjul (1911) van Vilhelm Hammershøi, in 2014 op Tefaf door museum Boijmans aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt. Museum Boijmans

Het is een van de curiositeiten van de openingsdagen van Tefaf Maastricht: de ‘gangpadvergaderingen’ van de Vereniging Rembrandt. Flanerend over de kunst- en antiekbeurs kunnen de genodigden soms het voltallige bestuur van de vereniging, die zich inzet voor het openbaar kunstbezit, aantreffen. In een beursstand of gangpad drommen de bestuurders rond een kunstwerk, vaak luisterend naar de uitleg van een museumdirecteur.

Voor de directeur staat veel op het spel. Hij heeft zijn oog laten vallen op een kunstschat die naar zijn overtuiging „niet mag ontbreken” in de collectie van zijn museum. Het aankoopbudget van Nederlandse musea is per definitie echter ontoereikend, zeker voor aankopen op een beurs als Tefaf, waar het beste van het beste (lees: het duurste van het duurste) is bijeengebracht.

„Help!”, roept de museumdirecteur tegen de Vereniging Rembrandt. Die kan hem een eind op weg helpen. Met de donaties van de 16.000 leden steunt de vereniging namelijk aankopen voor openbare collecties in Nederland. Sinds 1883 zijn zo al meer dan 2.000 kunstwerken verworven.

De gebruikelijke procedure voor steunverlening neemt maximaal drie weken in beslag. Die begint met een aanvraagformulier, dan volgt een pre-advies van een externe deskundige, en uiteindelijk beslist het bestuur over de aanvraag.

Bij Tefaf (en ook bij de nationale kunstbeurs Pan Amsterdam) wijkt de Vereniging Rembrandt van de normale werkwijze af. Dat geeft het gewicht van de beurs aan; vrijwel alle Nederlandse museumdirecteuren en -conservatoren lopen met begerige ogen door het tijdelijke kunstparadijs – het MECC is jachtterrein voor kunstliefhebbers.

Elke museumdirecteur heeft het telefoonnummer van Fusien Bijl de Vroe. Als de directeur van de Vereniging Rembrandt een hulpverzoek opportuun acht, kan zij alle veertien bestuursleden op Tefaf bijeenroepen. Met een bericht in de groeps-app laat zij dan weten: ‘Om zo en zo laat spreken we bij die handelaar af’.

Zonder pottenkijkers

Aan de standhouder vraagt Bijl de Vroe vervolgens of er een plekje is waar de bestuursleden even zonder pottenkijkers naar het kunstwerk kunnen kijken. Dat lukt niet altijd. In 2015 stond het bestuur letterlijk in het gangpad te vergaderen met Boijmans-directeur Sjarel Ex, die het vizier had gericht op een schilderij van de Belgische surrealist René Magritte.

Een jaar eerder lukte het wel om enige privacy te verkrijgen, toen Ex in Maastricht was gevallen voor een schilderij van Vilhelm Hammershøi, een belangrijke Deense kunstenaar die op dat moment nog in geen enkel Nederlands museum was vertegenwoordigd. De handelaar haalde het doek – een interieur in grijstinten – van de spijker en hing het even in een achterafruimte met daglicht.

Bijl de Vroe: „Om de een of andere reden hadden we toen onvoldoende bestuursleden voor een beslissing over de Hammershøi. Maar omdat de aanwezige bestuursleden heel enthousiast waren, kon ik toen namens het bestuur tegen Ex zeggen: ‘Als je het schilderij koopt, neem je geen groot risico. Je mag een officiële aanvraag bij ons doen.’”

Haastklus

Na de beurs zou Boijmans inderdaad een bijdrage van 100.000 euro voor het schilderij krijgen, 37 procent van het aankoopbedrag. Met de toezegging-onder-voorbehoud van de vereniging wist Ex een optie op het werk te verkrijgen. En, minstens zo belangrijk, als een belangrijke partij als de Vereniging Rembrandt steun toezegt, wordt het veel eenvoudiger om andere fondsen en donateurs over de streep te trekken. Boijmans had de resterende financiering voor de Hammershøi vlot bij elkaar. Bijl de Vroe: „De Vereniging Rembrandt is vaak het eerste schaap dat over de dam is. Een hele verantwoordelijkheid.”

Sinds 2011 zijn met gangpadvergaderingen op Tefaf altijd wel één of twee museale aankopen gesteund. Zo hielp de vereniging het Dordrechts Museum met een vroeg achttiende-eeuws plafondstuk met vogels van de Dordrechtse schilder Abraham Busschop (een haastklus, aldus Bijl de Vroe, want een Amerikaanse verzamelaar toonde ook belangstelling). Boijmans kreeg naast de steun voor de Hammershøi en de Magritte ook een bijdrage voor een doek van de Mexicaanse kunstenaar Leonora Carrington. En Het Scheepvaartmuseum werd geholpen met de aanschaf van een oud Chinees porseleinen beeld van een Afrikaan en twee laat zeventiende-eeuwse wandtapijten.

Voor elf museumaankopen zegde de vereniging op Tefaf sinds 2011 in totaal bijna 4,5 miljoen euro aan steun toe. Het grootste bedrag – 1 miljoen euro – was bestemd voor een bloemstilleven uit 1615 van Roelant Savery, dat het Mauritshuis in 2016 aankocht.

Chinees porseleinen beeld uit circa 1720, in 2018 met steun van de Vereniging Rembrandt aangekocht door Het Scheepvaartmuseum. Foto Het Scheepvaartmuseum

Ook al gaat het in Maastricht om spoedprocedures, de bestuursleden proberen ter plekke toch gedegen onderzoek te doen. Bijl de Vroe: „We zijn geen pinautomaat en zeggen niet makkelijk: ‘Ja, doe maar’.”

Dat beaamt Benno Tempel, directeur van het Kunstmuseum Den Haag. Als lid van de keuringscommissie negentiende-eeuwse schilderkunst van Tefaf stuitte hij in 2015 op een zeldzaam, uit 1854 daterend Amsterdams stadsgezicht van de Franse schilder Camille Corot.

Met de Vereniging Rembrandt besprak hij tijdens de beursopening een eventuele aankoop. Tempel: „Is het werk van nationaal belang? Past het binnen de collectie van het museum? Wat is de vraagprijs en wat heb je er vanaf gekregen? Een reeks van vragen moest ik beantwoorden. Eigenlijk de normale subsidieaanvraag, maar dan onder hoogspanning en in het gangpad.”

Geluk

De Vereniging Rembrandt zegt altijd slechts een deel van het aankoopbedrag toe. Voor tien van de elf Tefaf-kunstwerken was dat minder dan de helft van wat de musea moesten betalen. De vereniging staat op het standpunt, legt zij uit, dat de musea die werken echt heel graag moeten willen hebben. Vandaar de opdracht om minimaal de helft van het aankoopbedrag uit eigen middelen te betalen of elders te vinden.

Een principieel standpunt dat zelfs nageleefd werd toen het Nationaal Glasmuseum in Leerdam eens aanklopte voor de aanschaf van een karaf van glaskunstenaar Andries Copier die op Markplaats werd aangeboden. De vereniging hielp graag: het gaf 750 euro, de helft van het aankoopbedrag en een van de kleinste bijdragen die de vereniging ooit verstrekte.

Maar ook van die kleine bijdrage werd Bijl de Vroe blij. „Het geld van onze leden zetten wij via de kunst om in geluk. Alle 16.000 leden kunnen zich een stukje eigenaar van zo’n karaf voelen. Hoe leuk is dat niet?”

Tefaf Maastricht: t/m 15 maart in het MECC. De eerste publieksdag is zaterdag. Inl: tefaf.com