Twaalf musea bekennen kleur

Culturele diversiteit Het platform ‘Musea Bekennen Kleur’ dat woensdag 4 maart ten doop wordt gehouden, heeft als doel de culturele diversiteit duurzaam te verankeren in het dna van de Nederlandse museale sector.

Jasper of Jeronimus Beckx, ‘Portret van Dom Miguel de Castro’, 1643. (Uitsnede)
Jasper of Jeronimus Beckx, ‘Portret van Dom Miguel de Castro’, 1643. (Uitsnede) Kopenhagen, Statensmuseum for Kunst.

Een landelijk tentoonstellingsprogramma over slavernij en koloniale erfenis, een symposium, een kindertop, een manifest en vooral: heel veel kennis delen op het gebied van culturele diversiteit. Dat is de ambitie van twaalf Nederlandse musea die zich hebben verenigd in het platform ‘Musea Bekennen Kleur’. In het platform, dat vandaag ten doop wordt gehouden in Museum het Rembrandthuis in Amsterdam, zijn instellingen verenigd als het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Van Gogh Museum in Amsterdam, het Zeeuws Museum in Middelburg, het Eindhovense Van Abbe, het Bonnefanten en – initiatiefnemer tot het platform – het Centraal Museum in Utrecht. Doel van het samenwerkingsverband is de inzichten over culturele diversiteit ‘duurzaam te verankeren in het dna van de Nederlandse museale sector’, aldus coördinator Aspha Bijnaar.

De eerste bijeenkomsten van het platform zijn vorig jaar georganiseerd op initiatief van directeur Bart Rutten van het Centraal Museum in Utrecht. Toen het Rijksmuseum aankondigde in september 2020 een grote slavernij-tentoonstelling te organiseren, stapte Rutten op Taco Dibbits, directeur van het Rijks, af. „Ik zei: wij doen mee. Hoe dan? Door onder andere aan te haken op dit thema – wij zelf gaan bijvoorbeeld een tentoonstelling maken over de invloed van zwarte cultuur op mode. En we willen als sector structureel kennis uitwisselen over hoe je dat doet: je instelling, je publiek, je programma laten ‘verkleuren’.”

Jasper of Jeronimus Beckx, ‘Portret van Dom Miguel de Castro’, 1643.

Kopenhagen, Statensmuseum for Kunst.

Reflectieve blik

Onder leiding van coördinator Bijnaar zijn tot nu toe zeventien musea voor het platform benaderd. Vijf daarvan, waaronder museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en het Kunstmuseum Den Haag, doen (nog) niet mee aan het samenwerkingsverband. Musea Bekennen Kleur wordt voor zestig procent gefinancierd door de musea zelf, aangevuld met een net toegezegde subsidie van het Mondriaan Fonds.

Gerrit Dou, ‘Tronie van een jongen met een tulband’, ca. 1635.

Landesmuseum Hannover/ARTOTHEK

Bijnaar benadert musea met de vraag wat ze willen en kunnen betekenen voor Musea Bekennen Kleur. Wat is je rol, wat is de kleur van je museum en hoe komt het dat die kleur zo is? Welke kleur wil je eigenlijk bekennen? En waarom nu? „Alles”, zo beklemtoont Bijnaar, „begint met een open reflectieve blik en het vermogen, de moed, om je kwetsbaar op te stellen.” Bij alle gesprekken die Bijnaar voerde met deelnemende musea voelde ze ‘urgentie’. „Musea zelf beginnen zich ongemakkelijk te voelen bij de ‘witte feestjes’ die tentoonstellingen vaak zijn. Ze zien in dat dit eigenlijk niet meer van deze tijd is. Bovendien bestaat er in het maatschappelijk debat, bij de fondsen en bij de overheid inmiddels veel aandacht voor diversiteit en inclusie. Dus men moet ook wel veranderen, wil men subsidies blijven krijgen.”