Turbobelegging geeft vaak een kater, AFM hint op maatregelen

Opgepompt rendement Met turbo’s zet je een hefboom op beursbeleggingen. Dat gaat meestal mis, ziet toezichthouder AFM.

Illustratie Fokke Gerritsma

Turbo’s, speeders, sprinters: namen die doen denken aan synthetische drugs. Met reden: het zijn ‘gestructureerde’ financiële producten waarmee particulieren het rendement op hun beleggingen kunnen oppompen – beursanabolen dus. Gebruik eindigt meestal in een flinke kater, blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), die hint op maatregelen.

De beurstoezichthouder deed voor het eerst onderzoek naar beleggingsresultaten van turbo’s (en verwante producten). De turbo is in 2004 door ABN Amro ontwikkeld en populair geworden onder particuliere beleggers in Nederland. Zo’n 35.000 beleggers kopen jaarlijks samen ongeveer 2,5 miljard turbo’s (2018). Het gros komt van vier aanbieders: ABN Amro, ING, BNP Paribas en BinckBank.

Hefboom

Met turbo’s kun je via een omweg en met een zogenaamde hefboom beleggen in effecten, valuta’s, grondstoffen of beursindices. Dat werkt min of meer zo: kost een aandeel 10 euro, dan betaalt een turbobelegger bijvoorbeeld 2 euro. De rest van het bedrag leent hij (m/v) van de bank – dat is de hefboom. Stijgt de beurskoers naar 11 euro, dan maakt de turbobelegger een rendement van 50 procent op zijn inleg, in plaats van 10 procent als hij het aandeel zelf volledig had gekocht. Het omgekeerde geldt ook: daalt de koers met 1 euro, dan is hij de helft van zijn inleg kwijt. Met turbo’s, die beursgenoteerd zijn en verhandelbaar, kun je speculeren op zowel stijging als daling van een koers (shorten).

Zo’n 35.000 beleggers kopen jaarlijks samen ongeveer 2,5 miljard turbo’s (2018)

De AFM onderzocht ruim een jaar aan transactiegegevens van de vier grote turbo-aanbieders in Nederland. Meer dan twee derde van de turbobeleggers (68 procent) eindigde met verlies. Ter vergelijking: in de onderzoeksperiode (juni 2017 - juli 2018) steeg de AEX-index met een kleine 5 procent. Het gemiddelde resultaat per turbobelegger: 2680 euro negatief. Dat komt neer op een totaal verlies van bijna 100 miljoen euro, een bedrag dat volgens de AFM wordt opgestreken door „de hele keten in de turbo-industrie” van aanbieders, marketmakers en beleggingsinstellingen.

De AFM verwacht van aanbieders van turbo’s nu „weloverwogen voorstellen” om de risico’s voor beleggers te verminderen, laat een woordvoerder weten. Komen die er niet, dan dreigt voor turbo’s een zelfde lot als voor binaire opties of contracts for difference (cfd’s). Die risicovolle beleggingsproducten zijn door de ESMA, de overkoepelende Europese toezichthouder, respectievelijk verboden en flink aan banden gelegd. Omdat turbo’s vooral in Nederland populair zijn, geldt hierop het toezicht van de AFM.

De branchevereniging van aanbieders van gestructureerde financiële producten (Nedsipa) „verwelkomt” het onderzoek, zo staat te lezen op de website, maar is tegelijkertijd kritisch. Zo kunnen beleggers turbo’s gebruiken om risico’s op andere producten af te dekken, stelt de belangenclub, iets wat ten onrechte niet is meegenomen in de analyse van de AFM. Ook had de toezichthouder volgens Nedsipa moeten corrigeren voor een paar zeer actieve beleggers met ongewoon „grote uitslagen”.