Schok door Covid-19 is moeilijk te dempen met renteverlaging

Monetair beleid Zonder op andere centrale banken te wachten verlaagde de Amerikaanse Fed de rente in reactie op het coronavirus. Maar zal dat de economie helpen?

Treinstation Shanghai Hongqiao is vrijwel leeg op een van de laatste dagen van het Chinees Nieuwjaar, 18 februari.
Treinstation Shanghai Hongqiao is vrijwel leeg op een van de laatste dagen van het Chinees Nieuwjaar, 18 februari. Foto Aly Song/Reuters

Terwijl de voorbije dagen alarmbellen klonken over de schade die het coronavirus de wereldeconomie toebrengt, drong zich de vraag op: wie moet in actie komen om de schok op te vangen? De Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, gaf op die vraag dinsdagmiddag een luid en duidelijk antwoord: in elk geval wij, de monetaire autoriteiten.

Onverwacht verlaagde de Fed de rente met 0,5 procentpunt – twee rentestappen in één keer. En dit buiten de reguliere Fed-vergadering om, wat uitzonderlijk is. Zonder op andere centrale banken en op regeringen te wachten, neemt de Fed de leiding in de Covid-19-crisisbestrijding. Dit terwijl het allerminst evident is dat het monetair beleid echt helpt om de economische schade door het coronavirus te beperken.

Wat zich nu ontvouwt, is allesbehalve een herhaling van de laatste crisis die tot grootscheeps ingrijpen van centrale banken leidde, de kredietcrisis van ruim tien jaar geleden. Die begon met paniek op de financiële markten – over risico’s in Amerikaanse rommelhypotheken – en werd vervolgens een wereldwijde recessie. Covid-19 daarentegen zorgde eerst voor economische problemen – stokkende leveringen uit China, annuleringen van reizen – en pas daarna voor onrust op de beurzen. Omdat niemand weet hoe snel het virus zich verder verspreidt, is de omvang van de economische impact bovendien heel onzeker, zoals het Centraal Planbureau dinsdag stelde.

Vraag en aanbod

Wat Covid-19 in economisch opzicht bijzonder maakt, is dat er zowel een ‘aanbodschok’ als een ‘vraagschok’ optreedt, zo analyseerde de OESO, de denktank van rijke landen, maandag. Een aanbodschok, omdat het aanbod aan goederen en diensten opdroogt. Dit raakt de winstgevendheid van bedrijven. Denk aan de Nederlandse webwinkel Coolblue, die geen leveringen uit Azië (China, Zuid-Korea) ontvangt. Het virus zorgt ook voor een ‘vraagschok’: de vraag naar vliegreizen is gekelderd, omdat consumenten en zakenreizigers het virus niet willen oplopen. Het vertrouwen van consumenten staat onder druk, wat hun uitgaven tempert.

Die mix van effecten maakt het voor centrale banken niet zomaar logisch om te interveniëren. Op de financiële crisis hebben de Fed, de Europese Centrale Bank en de Bank van Japan gereageerd met ultralage rentetarieven, de grootscheepse opkoop van schuld (in het geval van Japan: ook aandelen) en zeer gunstige langetermijnleningen voor banken. Het resultaat: de rentes over de hele linie, van korte- tot langetermijnleningen, staan historisch laag. Vooral in de eurozone, waar de ECB een negatief tarief hanteert voor banken die deposito’s aanhouden (minus 0,5 procent). Lees ook: CPB: impact coronavirus op economie is nog onzeker

Zou ‘meer van hetzelfde’ een economische coronacrisis bezweren? Tegen een negatieve aanbodschok kunnen de Fed en andere centrale banken niet veel doen. Ze kunnen niet, pakweg, Chinese fabrieken aan de praat krijgen of lokale autoriteiten helpen het virus in te dammen. Meer vraag creëren dan? Na een „aanhoudende periode” van extreem lage rentes zal het effect van een nóg ruimer beleid op de vraag slechts „bescheiden” zijn, schreef de OESO maandag.

De Fed ziet dit duidelijk anders. Doel kan ook zijn verdere onrust op de markten in toom te houden. Want financiële instabiliteit kan economische ellende veroorzaken, zoals de kredietcrisis van 2008 op een extreme manier liet zien. Beleggers gingen er de afgelopen dagen al vanuit dat centrale banken zouden gaan reageren, zo was te zien aan de dalende rentes op staats- en bedrijfsleningen. Dat roept weer de vraag op voor wie de centrale banken nu eigenlijk moeten handelen: voor de economie of voor de belegger? Die laatste is de laatste jaren al flink verwend, met ultraruim monetair beleid dat de beurskoersen opstuwde.

Aarzelende ECB

De Bank van Japan kocht zondag extra aandelen in. Daarnaast voorzag zij de banken van extra liquiditeit. De ECB aarzelt duidelijk nog. „Als je een probleem hebt, kun je niet altijd naar de centrale banken kijken”, zei ECB-vicevoorzitter Luis de Guindos maandag. Diezelfde avond kwam ECB-baas Christine Lagarde evenwel met een verklaring waarin ze zei de situatie „nauwlettend te volgen”. Dat waren ook de woorden die Fed-baas Jerome Powell vrijdag had gebruikt. Maar anders dan bij de Fed zijn de woorden tot dusver niet gevolgd door maatregelen.

De ECB heeft sowieso minder ruimte voor een antwoord op ‘corona’. De negatieve ECB-rente zorgt voor heel wat schadelijke bijeffecten – de banken en pensioenfondsen hebben er last van. Nóg negatiever betekent nóg meer bijwerkingen. Mogelijk, zo meldde persbureau Reuters, introduceert de ECB extra gunstige „gerichte” leningen aan banken die het midden- en kleinbedrijf ten goede komen.

‘Gericht’ is eveneens een sleutelwoord in de discussie over het antwoord van overheden op het economische ‘coronarisico’. De politiek is misschien beter bij machte om de ‘aanbodschok’ te verzachten. Italië compenseert bijvoorbeeld bedrijven die werk mislopen via de belastingen. Nederland stelt de deeltijd-WW open voor ondernemers wier personeel tijdelijk minder te doen heeft. De overheid kan ook de zorg extra stutten, zoals de OESO suggereert. Allemaal maatregelen om de bedrijvigheid op peil te houden terwijl het virus voortwoekert. Stimuleren van de vraag naar goederen en diensten gaat eveneens effectiever via de overheidsbegroting dan via het monetair beleid, omdat de overheid zélf vraag kan creëren, met bouwprojecten bijvoorbeeld.

Als de coronacrisis uit de hand loopt, is „gecoördineerd” optreden van overheden en centrale banken nodig, meent de OESO. Een vleugje daarvan was dinsdag merkbaar: ministers van Financiën en centralebankchefs van de G7 hielden samen telefonisch overleg. Maar een daadwerkelijk gecoördineerd optreden volgde niet op dit overleg: alleen de Fed intervenieerde.