Recensie

Recensie Theater

NDT2 toont met werk Naharin creatief proces in werking

Dans ‘George & Zalman’, de nieuwe choreografie van Ohad Naharin voor Nederlands Dans Theater 2, laat zien hoe het creatieve proces werkt bij een korte voorstelling. Het is fascinerend.

‘Black Milk’ van Ohad Naharin, te zien in het programma ‘Standalone’ van Nederlands Dans Theater 2.
‘Black Milk’ van Ohad Naharin, te zien in het programma ‘Standalone’ van Nederlands Dans Theater 2. Foto Rahi Rezvani

‘Ignore all possible concepts and possibilities… just make it, babe”, herhaalt de voice-over in George & Zalman (2006) telkens, naar een gedicht van Charles Bukowski. Het is een opdracht aan de vijf danseressen die dit voor Nederlands Dans Theater 2 nieuwe werk van Ohad Naharin uitstekend uitvoeren. Het is ook een boodschap aan Naharin zelf, en meer in het algemeen de kunstenaar. Doe het, maak het, begin elke keer opnieuw: precies dat is de structuur van de korte choreografie. Telkens wordt, volgens het postmoderne accumulation-principe, door toevoeging van enkele nieuwe bewegingen één lange frase geregen, uitwaaierend over het toneel en weer samenkomend bij het begin.

Het creatieve proces in werking dus – altijd fascinerend. En des te boeiender omdat deze conceptuele vrouwenchoreografie in het programma Standalone tegenover het rituele mannenstuk Black Milk (1992) staat. Eveneens van Naharin, maar met duidelijke invloeden van een van Naharins leermeesters, Martha Graham. Wie het werk van de Israëlische choreograaf kent, weet hoe dergelijke invloeden in een eigen signatuur zijn uitgemond.

‘George & Zalman’, nieuw werk van Ohad Naharin bij Nederlands Dans Theater 2.

Foto Rahi Rezvani

Ook Johan Inger lijkt in het nieuwe Impasse te willen demonstreren hoe een toename van (nieuwe) invloeden leidt tot andere, maar volgens Inger niet per se betere vormen. Drie dansers (onder wie de expressieve Tess Voelker) stappen uit een huisje en openen met grote, vrije, kinderlijk speelse bewegingen, die Ingers schatplichtigheid aan landgenoot Mats Ek tonen.

Terwijl het huisje en het toneel kleiner worden, breidt het bewegingsarsenaal uit met rauwere, strakke, uiteindelijk agressieve taferelen – die weer aan (de door Naharin beïnvloede) Hofesh Shechter doen denken, compleet met naargeestige clown en lege, hedonistische feestelijkheid.

Is dit vooruitgang? Waar blijft de eigenheid bij zoveel invloeden, schijnt Inger zich af te vragen. Paradoxaal genoeg is Impasse ondertussen wel een krachtig ballet, zij het niet zo interessant als Bliss (onlangs tijdens Holland Dance Festival), dat aantoonde hoe Inger, zonder anekdotisch richtsnoer, dánkzij allerlei invloeden is gegroeid.