Leerstof voor Weense kunststudenten

Tentoonstelling Het Noordbrabants Museum toont zeventig kunstschatten uit de studiecollectie van de Weense kunstacademie.

Peter Paul Rubens, ‘Bacchanaal met de dronken Silenus’, ca. 1611-1615. Olieverf op doek.
Peter Paul Rubens, ‘Bacchanaal met de dronken Silenus’, ca. 1611-1615. Olieverf op doek. Foto Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste

De academie voor beeldende kunsten in Wenen is een van de oude Europese kunstopleidingen met een eigen museumcollectie. Zoals de Florentijnse Accademia beroemd is om Michelangelo’s David, bezit die van Wenen een groot drieluik met het Laatste Oordeel van Jheronimus Bosch. Onderhandelingen om dat kwetsbare werk voor een expositie terug te halen naar de vaderstad van de schilder bleven vooralsnog vruchteloos. Ze leidden er wel toe dat er uit de tijdelijk voor renovatie gesloten verzameling in Wenen een selectie op reis mocht van vijftig schilderijen en twintig tekeningen uit de zestiende- en zeventiende-eeuwse Nederlanden. Die is nu te zien in Het Noordbrabants Museum in Den Bosch.

Veel van die werken zijn afkomstig uit de nalatenschap van Anton graaf Lamberg-Sprinzenstein uit 1882. Te oordelen naar de verder weinig samenhangende keuze die nu wordt getoond, had hij belangstelling voor de specialismen uit de Noordelijke Nederlanden: stadsgezichtenschilder Gerrit Berckheyde en landschappenspecialist Jan van Goyen zijn vertegenwoordigd en van Emanuel de Witte en Hendrick van Vliet zijn er schilderijen met witgepleisterde kerkinterieurs.

Dronken wijngod

Rembrandt is present met een portret van een jonge vrouw uit 1632. Maar vooral weerspiegelt de expositie een voorkeur voor Vlaamse kunstenaars rondom Peter Paul Rubens, van wiens hand alleen al zes werken worden getoond.

Met de schilderijen van Rubens kon de academie bij uitstek voldoen aan de wens van graaf Lamberg dat zijn legaat gebruikt zou worden in het kunstonderwijs. Zo is er een indrukwekkend, meer dan twee meter breed schilderij van een bacchanaal met de half slapende, dronken wijngod Silenus (ca. 1611-1615). Het werk is een staalkaart van anatomie, menselijke poses en uitdrukkingen. De bonte collectie natuurgetrouw weergegeven geledigde schalen en bokalen van glas en edelmetaal is geschilderd door Rubens’ Antwerpse collega David Rijckaert, die daarin excelleerde.

Kleine, losjes geschilderde olieverfschetsen voor onder meer Rubens’ plafonddecoraties van de jezuïetenkerk in Antwerpen geven niet alleen een beeld van enkele van de inmiddels door brand vernietigde schilderingen, maar illustreren ook hoe zo’n uitvoerige reeks op klein formaat werd voorbereid.

Ontstaansproces

Het ontstaansproces van schilderijen is voor aspirant-kunstenaars ook mooi te volgen aan de hand van tekeningen. Een fascinerend blad van de hand van Jan van der Straet (1565) toont de belegering van het Toscaanse vestingstadje Monteriggioni. De Vlaming Van der Straet maakte de tekening tijdens zijn verblijf in Italië in het atelier van Giorgio Vasari, ter voorbereiding van een van de schilderingen die de grote zaal van het Palazzo Vecchio in Florence sieren. Prominent op de voorgrond staat het verrassende motief van een soldaat die, voorovergebogen en op de rug gezien, een in de modder vastgelopen rijdend kanon probeert los te wrikken. Verder naar de achtergrond worden figuren en wapens steeds schetsmatiger op de kronkelweg naar de abstract getekende citadel.

Anthony van Dyck, ‘Zelfportret op 15-jarige leeftijd’, 1613-1614. Foto Erich Hussmann / Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste

Het meest aansprekende voorbeeld voor beginnende kunstenaars moet toch het zelfportret zijn geweest dat Antoon van Dyck rond 1614 schilderde. Het kleine, trefzeker en in een beperkt kleurenpalet gepenseelde werk toont niet alleen het gezicht van de kunstenaar op pas vijftienjarige leeftijd, maar vooral ook de bravoure en het zelfvertrouwen waarover hij toen al moet hebben beschikt.