Opinie

Ik beken. Ik bekeek ‘J’accuse’

Joyce Roodnat De uitreiking van de Césars, de Franse Oscars, verliep dit jaar turbulent om één film, ‘J’accuse’. Of eigenlijk: om de regisseur ervan, Roman Polanski. Joyce Roodnat begrijpt de ophef, maar wil toch maar één ding: die film zien.

Joyce Roodnat

Het is mooi als er tegen een kunstwerk wordt geprotesteerd. Hoe harder, hoe beter zelfs – het betekent dat zo’n werk iets losmaakt, dat het terzake doet.

De felle protesten bij de Césars, belangrijke Franse filmprijzen, zijn van een andere orde. Ze richten zich via een film tegen een man. Roman Polanski. Twaalf nominaties kreeg zijn nieuwste film, J’accuse (voor landen die bang zijn voor het Frans heet hij An Officer and a Spy) en de hel brak los. ‘Violanski’ werd er geschreeuwd, ‘verkrachteranski’.

Polanski is voor mij de maker van de klassiekers Rosemary’s Baby en China Town, van The Pianist, de beste film over de Jodenvervolging die ik ken. Hij is ook de man die in 1977 bekende een 13-jarig meisje seksueel te hebben misbruikt. Weerzinwekkend, maar tientallen jaren later was het tijd om het verleden te laten rusten, vond ik. En toen werd Polanski’s nieuwste film genomineerd voor die Césars, en maakten twaalf vrouwen bekend op jonge leeftijd door hem te zijn misbruikt. Dat gebeurde lang geleden, maar ineens was het misbruik van destijds geen uitglijer meer maar deel van een patroon. Dat had ik niet zien aankomen. Vreselijk.

Lees ook: Omstreden Roman Polanski wint César voor beste regie

De uitreiking van de Césars verliep turbulent. De bekroning voor de beste regie was voor Polanski, er werd gejoeld en vrouwen liepen demonstratief de zaal uit. Begreep ik. En toch wilde ik maar één ding: een zaal in. Die film zien.

Ik beken. Ik bekeek J’accuse, een historische film waarmee Polanski de van antisemitisme doordrenkte geschiedenis van de Joodse officier Alfred Dreyfus ontrafelt: mentaal in elkaar gebeukt en in 1895 onschuldig veroordeeld voor spionage. Die César kreeg hij niet voor goed gedrag maar voor de beste regie. En met J’Accuse verdient hij die, niets aan te doen.

Intussen wordt de aanstaande Nederlandse vertoning behandeld alsof het om een virus gaat, met waarschuwingen, en met debat vooraf. Dat debat gaat niet over Polanski’s visuele flair of zijn magische vertelkunst. Het zal zich buigen over de vraag of het nog wel kán, een film van Polanski Violanski bekijken. En of hij Dreyfus’ ellende niet heeft misbruikt voor zijn eigen ‘J’accuse’.

Dat laatste kan zijn. Polanski is een provocateur, daarom is zijn kunst ook zo goed. Maar maakt het uit? Hij doet maar, het slaat nergens op. Hij is bijvoorbeeld niet verbannen naar Duivelseiland zoals Dreyfus, maar zit in zijn Franse villa. En ja, hij is uit de Oscars gegooid. Maar dat is geen vergelijk met de openbare vernedering van Dreyfus, zoals hij zelf in een ijselijke scène laat zien.

Hoe dan ook, ik interesseer me niet voor een volksgericht en ik buig niet voor een gedachtenpolitie. Wie deze film weigert te zien moet dat zelf weten. Ik had J’accuse niet willen missen.

Aanvulling 6/3: Debatcentrum de Balie in Amsterdam organiseert op zondag 19 april een vertoning van ‘J’accuse’, met daaraan voorafgaand een gesprek over de controverse rond Polanski. Inl: debalie.nl

Beluister ook deze podcast: De Franse Oscars in tijden van MeToo