‘Bij D66 in Dordrecht moet iets veranderen’

Ahmet Polat

D66 stelt vertrouwenspersonen aan na een klacht over discriminatie uit Dordrecht. Fractievoorzitter Ahmet Polat vertelt voor het eerst over zijn ervaringen. „’Neem jullie Turkse zetel en ga weg!’ kregen we te horen.”

Tot nu toe heeft de Dordtse D66-fractievoorzitter Ahmet Polat van niemand binnen de partij op empathie kunnen rekenen, zegt hij.
Tot nu toe heeft de Dordtse D66-fractievoorzitter Ahmet Polat van niemand binnen de partij op empathie kunnen rekenen, zegt hij. Foto Dieuwertje Bravenboer

Het is de avond van 22 maart 2018, de dag na de gemeenteraadsverkiezingen, en de nieuwe en oude D66- fractie zijn in opperste staat van verwarring bijeen. Ahmet Polat, een Turkse Nederlander, en Osman Bosuguy, óók een Turkse Nederlander, zijn tegen alle verwachtingen in met voorkeursstemmen gekozen. Polat stond op nummer 30 op de kandidatenlijst maar kreeg zoveel stemmen – 327 van de 4.729 – dat hij recht heeft op een van de vier zetels. Zijn partijgenoten, denkt hij, zullen wel blij zijn. Mede door de stemmen die hij binnenhaalde ging D66 er in aantal zetels niet op achteruit, terwijl de partij in de rest van het land vooral zetels verloor.

„Maar die avond zijn Bouoguy en ik teruggebracht tot Turken die een zetel hebben gekaapt”, zegt hij in een café in Dordrecht. In de fractiekamer hoort Polat: „We willen jullie niet in de partij hebben. We zijn geen Denk66. Neem jullie Turkse zetel en ga weg!”

Het is het begin van een proces van discriminatie en uitsluiting, zegt Polat. Hij en Bosuguy staan tegenover de andere twee fractieleden en de fractieondersteuning. Polat overwoog aangifte. Dat hij dat niet heeft gedaan, schreef hij later aan het partijbestuur, spijt hem nog altijd.

Lees ook: ‘Er zijn veel mensen die racisme salonfähig proberen te maken’

Buitengesloten

Voor D66 is diversiteit een belangrijk thema. En als er ergens discriminatie plaatsvindt – de arbeidsmarkt, het voetbalveld – dan spreekt de partij zich daar fel tegen uit. Een jaar geleden zei D66-leider Rob Jetten dat kansengelijkheid voor zijn partij belangrijker is dan klimaat. Maar het verhaal van Ahmet Polat, een Turks-Nederlands gemeenteraadslid dat intern melding maakte van discriminatie door zijn partijgenoten, toont aan hoe moeilijk het is die idealen in de praktijk te brengen.

Sinds hij verkozen is, voelt Polat zich buitengesloten in de fractie. Zo hard als op die avond van 22 maart klinken de woorden niet meer, maar dat hij ‘anders’ is blijven zijn fractiegenoten hem duidelijk maken. „Ze spraken over ‘jouw achterban’ als ik met een idee kwam. Alsof ik alleen maar bezig ben met de belangen van Turkse kiezers.” Bosuguy beaamt dat: „Discriminatie betekent niet alleen dat mensen iets tegen je zeggen. Het is ook uitsluiting. Er was een appgroep, De Toekomst, waar Ahmet en ik niet in zaten, maar de rest van de fractie en de ondersteuning wel.”

Polat brengt het ter sprake in de fractie, op ledenvergaderingen, bij het interim afdelingsbestuur, tijdens bemiddelingspogingen die op niets uitlopen. In de fractie is sprake van een vertrouwensbreuk. De andere fractieleden, Kevin Noels en Karin Castelijn, stapten begin dit jaar uit de fractie en uit de politiek, tot die tijd was Noels fractievoorzitter. Noels: „De boosheid in de fractie had niets te maken met de achtergrond van Polat. Het ging ons erom dat hij in de lijstadviescommissie had gezeten én op de kandidatenlijst. Dat waren onverenigbare functies. Hij had altijd gezegd dat hij die zetel niet in zou nemen.” Castelijn onderschrijft dat.

Tegen een beschuldiging van discriminatie kan ik me niet wapenen

Kevin Noels D66-fractielid Dordrecht

Noels en Castelijn bevestigen dat er die avond in maart emotioneel is gereageerd, door acht aanwezigen en allemaal gericht op Polat – Bosuguy was niet aanwezig. Maar ze zeggen ook allebei dat de opmerkingen gingen over het handelen van Polat en niet over zijn afkomst. Castelijn: „De vraag werd opgeworpen hoe anderen de fractiesamenstelling zouden duiden. Daarbij viel het woord Denk66.”

In een mail aan het partijbestuur schrijft Polat eind 2018: „Voor het eerst in mijn leven voelde ik me gekleineerd en gediscrimineerd. Niet alleen ik, maar al die Dordtenaren met Turkse achtergrond waren doelwit van deze mensen.” Hij vraagt het partijbestuur in te grijpen.

In de partij rommelt het dan al langer, ook in het afdelingsbestuur. Dat wordt weggestuurd na een rapport van een interne onderzoekscommissie. Die concludeert dat er wel erg veel cadeaulidmaatschappen waren uitgedeeld aan nieuwe leden die dat bestuur goedgezind waren. De commissie had „sterk de indruk” dat daardoor een ledenvergadering was beïnvloed. In het vertrouwelijke rapport, dat in handen is van NRC, staat ook dat de kandidatuur van Polat „onwenselijk” was gezien zijn andere rol binnen de partij maar dat Polat volgens de Kieswet zijn zetel in mocht nemen. Inmiddels is het Huishoudelijk Reglement van de partij aangepast door het partijcongres in november 2019. Kandidaten voor een politieke functie worden geschorst als lid van een verkiezingscommissie of lijstadviescommissie.

Het partijbestuur vraagt eind 2019 antidiscriminatiebureau RADAR om te onderzoeken of de scheuring in de fractie nog te lijmen is. Dat bureau constateert een patstelling.

Lees ook: Werkgevers versus de populisten: de D66-last

Druk, intimidatie en discriminatie

Op basis van de gesprekken met Noels en Polat stelt de onderzoeker dat er sprake was van intimidatie, chantage, druk en opmerkingen met een discriminerend karakter. Volgens het adviesbureau heeft de partij niet op tijd, niet voldoende en niet juist ingegrepen.

Zowel Noels als Castelijn noemt de klacht over discriminatie van Polat een „gelegenheidsargument”. Noels: „Het is om te vergoelijken dat hij die zetel toch heeft ingenomen. Tegen een beschuldiging van discriminatie kan ik me niet wapenen.”

Het landelijke partijbestuur van D66 erkent dat het mis is gegaan in Dordrecht. In een reactie aan NRC schrijft Sander Bus, directeur van het partijbureau, dat het landelijk bestuur „baalt” van de gebeurtenissen en „een belangrijke les heeft geleerd.

In kwesties die raken aan ieders persoonlijke gevoel van sociale veiligheid pakken we eerder en doortastender zelf de regie om sneller tot een oplossing te komen.” Een landelijk netwerk van vertrouwenspersonen wordt versneld ingevoerd.

Tot nu toe heeft Polat van niemand binnen de partij op empathie kunnen rekenen, zegt hij. In januari sprak hij voor het eerst over de kwestie met partijvoorzitter Annemarie Spierings. Hij vindt dat zijn ervaringen werden gebagatelliseerd in dat gesprek. „Spierings zei dat ze óók opmerkingen kreeg als ze een rokje droeg. Ze begreep het gewoon niet. Of het is een blinde vlek.” In een reactie zegt Sander Bus namens Spierings dat ze in het gesprek persoonlijke ervaringen deelde over hoe het is als vrouw in de politieke wereld en dat ze daar verder niet op in wil gaan.

Toen Polat die avond van 22 maart de fractiekamer binnenliep, wist hij nog niet of hij de zetel in zou nemen. „Maar na wat er die avond gebeurde, dacht ik: hier moet iets veranderen. Ik hoop dat de partij er van leert. Practice what you preach.

Correctie (5 maart 2020): In een eerdere versie stond de naam van Osman Bosuguy verkeerd gespeld.