Opinie

Het grote geld in topvoetbal

Frits Abrahams

Onlangs zag ik een door Ajax TV vervaardigd filmpje dat een interview met sterspeler Hakim Ziyech bevatte. Het dateerde van 24 februari en ging over zijn transfer naar Chelsea. Hij praatte weer met de aan weerzin grenzende stroefheid die we zo goed van hem kennen.

Toch was hij blij, zei hij. Hij had een „trots gevoel” vanwege die transfer. „Eindelijk mijn kans. Het is een grote, mooie club, ze spelen onder de nieuwe trainer ook aanvallend voetbal.”

Eindelijk mijn kans. God hoorde mij vloeken, maar gelukkig Hij alleen. Hij (ik bedoel Ziyech, niet God) had voor het Nederlands elftal kunnen spelen, als hij gewild had, hij werd de laatste jaren terecht op handen gedragen door Ajax en zijn aanhang, hij verdient er naar schatting 5 miljoen euro per jaar – maar pas nu krijgt hij eindelijk zijn kans.

Ajax kan het ermee doen, het kent weer zijn plaats – ergens onder de top van de pikorde in het Europese voetbal. Waarom gaat zijn beste speler weg? Ajax is toch ook een grote, mooie club en het wil toch ook aanvallend voetbal spelen, al lukt dat momenteel niet meer? Ik denk dat het salaris bij Ziyech de doorslag heeft gegeven: bij Chelsea zal hij vermoedelijk minstens 10 miljoen euro per jaar verdienen. (Frenkie de Jong wordt bij FC Barcelona al op 16 miljoen euro per jaar geschat.)

Het grote geld heeft nu eenmaal steeds meer greep gekregen op de topsport in het algemeen en het voetbal in het bijzonder. De topspelers en hun graaiende makelaars verdienen absurde bedragen die alleen nog kunnen worden opgebracht door een kleine groep topclubs. Ajax hoort daar niet bij. Het kan wel relatief rijk worden met de verkoop van zijn topspelers, maar niet rijk genoeg om adequate vervangers te kunnen inkopen.

Ter vervanging van Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt kocht Ajax voor 27,5 miljoen twee spelers (Marin en Alvarez) die achteraf niet voldoen. Dat was dom van Ajax, zoals de laatste maanden ondubbelzinnig uit de resultaten blijkt, maar vergeet vooral niet dat veel betere spelers – boven de 40, 50 miljoen – ook voor Ajax niet betaalbaar zijn.

Ajax mag hopen dat het af en toe een paar grote, jonge talenten binnenhaalt die snel de top bereiken en vervolgens voor veel geld verkocht kunnen (moeten) worden. Daarom zal internationaal succes voor Ajax, zoals vorig seizoen, per definitie incidenteel zijn.

Wat nu met Ajax gebeurt, een soort ineenstorting, is dan ook niet zo vreemd, psychologisch gezien. De topspelers (Blind, Tadic, Ziyech) die na de verkoop van de allerbesten achterbleven, zien hoe hun team verzwakt wordt en verliezen geleidelijk de moed en de motivatie. Ajax mag alleen maar hopen dat ze toch nog voldoende eergevoel hebben om er de laatste maanden van het seizoen het beste van te maken.

De rol van het geld in het topvoetbal begint zó onaangenaam te worden dat er steeds meer bezwaren rijzen. Een belangrijke ontwikkeling. De UEFA heeft Manchester City zwaar bestraft met uitsluiting voor de Champions League vanwege het schenden van de financiële regels. In Duitsland verzetten voetbalsupporters zich tegen de invloed van een miljardair-eigenaar bij TSG Hoffenheim. Ze doen dat met kwalijke spandoeken en spreekkoren, maar hun ergernis is invoelbaar en zou ook weleens naar andere landen kunnen overslaan.