Recensie

Recensie Muziek

De kwaliteit van Bona, Rodriguez en Martinez is overdadig

Drie topmuzikanten uit New York verkennen de Afro-Cubaanse traditie. Soms is het wat fragmentarisch, maar wanneer ze samenspelen is het bijna te veel van het goede.

Foto Dorien Hein

Opperbassist Richard Bona heeft echt niemand nodig om met zijn repertoire, veelzijdigheid, stem en charisma een zaal in vervoering te brengen. Pianist Alfredo Rodriguez kan met gemak in zijn eentje iedereen betoveren met de toetsen. Geef percussionist Pedrito Martinez een conga en de zaal is gevuld. Tezamen vormen ze een absoluut all-star trio. De kwaliteit is overdadig.

De drie hebben elkaar gevonden in New York, maar zijn allen elders geboren. De Kameroenees Bona is met zijn veertig jaar podiumervaring de natuurlijke leider. Door zijn ontspannen publieksinteractie en grapjes over toeren tijdens de corona-epidemie zou je haast vergeten hoe geweldig zijn argeloze basspel is. Hij kan de bas laten meezingen als Rodriguez contemplatieve jazz speelt, hij legt onverwachte accenten die volstrekt logisch klinken. Het bereik van zijn stem is bijna net zo groot, blijkt eens te meer wanneer hij met zijn loopstation speelt. Bouwt hij eerst een ritme als human beatbox, later zingt hij met zichzelf mee.

Alfredo Rodriguez met Richard Bona, in Los Angeles vorig jaar:

Ook Rodriguez – protegé van Quincy Jones – kan zingen en speelt bovenal verbluffend piano. Soms in de half-klassieke traditie van Bill Evans, vaker met wendingen die doen denken aan Thelonious Monk. Tegen het einde van de avond neemt het ritmische, Cubaanse spel de overhand. Zijn vingers gaan zo vlug over de toetsen, het is alsof zijn handen altijd zijn hersenen een stap voor zijn. Ook de rest van zijn lijf heeft maar te volgen, geheel in dienst van de muziek.

Vocaal vullen de drie elkaar aan. Instrumentaal dagen ze elkaar constant uit en bereiken ze ongekende hoogten. Als er dan iets te klagen valt, is het dat het door de wisselende duo’s en solo’s wat fragmentarisch blijft. Misschien wordt de ritmische schakel Martinez net te weinig benut. Om hem heen staat slagwerk dat een hybride van de drumkit en de Afro-Cubaanse percussie vormt. Gezeten op de cajon vliegen zijn handen over vijf conga’s, drie bekkens en een snaredrum. Als de twee Cubanen Martinez en Rodriguez samen werk van hun recente album Duologue spelen, klinkt naast jazz, Cubaans en klassiek ook een hiphopbeat. Het smeekt om Bona’s input, eventueel als beatbox, maar die samensmelting volgt niet. Het zou wellicht ook te veel van het goede zijn.