Concurrentie droeg bij aan ondergang van MC Slotervaart en MC IJsselmeerziekenhuizen

Zorgstructuur MC Slotervaart en MC IJsselmeerziekenhuizen zochten hulp, maar andere ziekenhuizen hadden daar geen belang bij, aldus onderzoek.

Patiënten worden verplaatst, een dag nadat het Slotervaartziekenhuis failliet is verklaard.
Patiënten worden verplaatst, een dag nadat het Slotervaartziekenhuis failliet is verklaard. Foto Olivier Middendorp / ANP

De ondergang van de ziekenhuizen MC Slotervaart en MC IJsselmeerziekenhuizen, eind 2018, is voor een belangrijk deel het gevolg van de manier waarop ziekenhuiszorg in Nederland georganiseerd is. Dat concludeert een onderzoekscommissie onder leiding van emeritus hoogleraar corporate governance Jaap van Manen, die in opdracht van de minister het debacle onderzocht. Ook toezichthouders faalden.

Terwijl de trend in de zorg meer samenwerking vraagt, verhoudt zich dat slecht tot het systeem van concurrentie, concludeert de commissie. Verzoeken van de twee noodlijdende ziekenhuizen tot samenwerking met omliggende ziekenhuizen werden afgewezen. Die hadden „geen direct belang bij een overname of samenwerking vóór een faillissement”. Het VUmc wilde in de zomer van 2018 wel MC Slotervaart overnemen op voorwaarde dat mede-eigenaar Loek Winter geen aandeelhouder zou blijven, onthult de commissie.

Volgens de commissie waren de ziekenhuizen te afhankelijk van de dominante zorgverzekeraar in hun regio, Zilveren Kruis. De commissie noemt dat „geen duurzaam model voor financiering van ziekenhuiszorg”.

Onnodig chaotisch

Toen bij beide ziekenhuizen een neerwaartse spiraal was ingezet, bleven allerlei betrokkenen te „rigide” aan „hun rol” vasthouden. Ziekenhuizen en verzekeraar waren bang voor een selffulfilling prophecy als de ernst van de situatie met de buitenwereld werd gedeeld. Daardoor werd het faillissement onnodig chaotisch, waarbij een goed voorbereide overdracht van patiënten werd belemmerd.

Ook groeide het wantrouwen jegens de ziekenhuisbestuurders vanwege hun gebrekkige vorm van communicatie. Een conflict met huisaccountant EY leidde er zelfs toe dat de accountant zelf de opdracht ter controle van de jaarrekening beëindigde vanwege de groeiende risico’s.

De Inspectie (IGJ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het ministerie van Volksgezondheid hadden volgens de commissie „pas veel te laat in de gaten” dat het echt misging. Zij hadden die neerwaartse spiraal kunnen doorbreken. „Het externe toezicht op de financiële huishouding van zorginstellingen is versnipperd en ontoereikend.”

Ruzie tussen zorgverzekeraar en ziekenhuizen leidde tot een soort vechtscheiding, zei Van Manen woensdagochtend in een toelichting; een vechtscheiding waar de kinderen, in dit geval de patiënten, de dupe van zijn. Volgens commissielid Pauline Meurs werd geen gezamenlijke verantwoordelijkheid genomen voor de patiënten. „De IGJ wilde meer informatie over de kwaliteit, de verzekeraar wilde meer informatie over het geld. Terwijl in een crisissituatie zulke partijen zich anders zouden moeten gaan gedragen.”

Medewerking geweigerd

De commissie deed veertien maanden onderzoek, maar liep aan tegen een gebrek aan medewerking en het gemis van een wettelijke grondslag om informatie op te vragen. De curatoren van MC IJsselmeerziekenhuizen weigerden de verstrekking van een cruciale analyse door adviseur PwC die medio 2018 de basis vormde voor een pauzeverzoek aan de banken en verzekeraars. Verstegen Accountants wilde niet meewerken aan het onderzoek en weigerde zich te laten interviewen.

Volgens Van Manen is het onderzoeksdossier van betrokken overheden compleet, maar dat geldt niet voor de informatie van betrokken private partijen.

Nooit meer

Het rapport dat woensdag is gepresenteerd is het laatste in een serie rapporten over het faillissement van de ziekenhuizen. In november schreef de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) dat een „ongecontroleerd faillissement” zoals dat van het Slotervaartziekenhuis nooit meer mag voorkomen in de zorg. Het bankroet zou tot onnodig veel onrust hebben geleid. Artsen binnen en buiten het ziekenhuis hadden geen tijd om zich voor te bereiden op het reduceren en overdragen van patiëntenzorg vanuit MC Slotervaart.

Twee maanden later verscheen een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Daaruit bleek hoe groot de chaos eigenlijk was na het plotselinge faillissementen van de ziekenhuizen. Voorzitter Jeroen Dijsselbloem noemde het tegenover NRC ten dele een „ongelooflijk geluk” dat het niet slechter afliep met sommige patiënten, wat ook te danken is aan de „enorme inzet” van improviserende artsen. „Vaak is het maar net goed gegaan.”

Bij het Amsterdamse MC Slotervaart, bijvoorbeeld, vertrokken flexkrachten abrupt van de spoedeisende hulp, de intensive care en operatiekamers. Een ander voorbeeld: door gebrek aan goede afspraken kregen twintig patiënten hun chemomedicatie twee weken te laat.

In het OVV-rapport kwam Zilveren Kruis er ook slecht vanaf. Het was die verzekeraar die in één ruk aan de geldkraan draaide, zonder te bekijken of abrupte sluiting een risico zou vormen voor de veiligheid van patiënten. Hier waren wel signalen voor.