Zes vragen over de nieuwe klimaatwet van ‘Brussel’

Klimaatbeleid De Europese Commissie wil met een klimaatwet meer invloed kunnen uitoefenen op de klimaatdoelen van lidstaten. Het wetsvoorstel heeft felle kritiek teweeggebracht. Zes vragen over de nieuwe wet.

Klimaatactivist Gretha Thunberg noemde de klimaatwet een „capitulatie”, omdat het CO2-neutrale doel zo ver in de toekomst ligt.
Klimaatactivist Gretha Thunberg noemde de klimaatwet een „capitulatie”, omdat het CO2-neutrale doel zo ver in de toekomst ligt. Yves Herman/Reuters

Als de Europese klimaatwet die woensdag werd gepresenteerd wordt aangenomen, wordt het doel om Europa in 2050 CO2-neutraal te maken juridisch bindend. Nog voor de wet werd voorgesteld, leidde die al tot felle kritiek. Zes vragen over de klimaatwet.

1 Waarom legt de Europese Commissie het doel voor 2050 vast in de wet?

Om de ogen op de bal te houden. Het doel voor een klimaatneutraal Europa is niet in Brussel bedacht, maar in december al onderschreven door alle lidstaten. Zonder dat wettelijk vast te leggen, is de vrees dat klimaatplannen in de lange periode tot 2050 in de verdrukking kunnen komen. Bijvoorbeeld als er een economische crisis uitbreekt, of als thema’s als migratie of handel de Europese agenda dreigen te gaan overheersen. Met deze wet wil de Europese Commissie ervoor zorgen dat zowel Brussel als de lidstaten het doel voortdurend voor ogen houden bij het maken van nieuwe wetten en plannen. Ook bestaand beleid moet door de wet beter kunnen worden afgestemd en waar nodig aangepast.

De klimaatwet kun je daarom zien als een soort overkoepelend dak op al het klimaatbeleid dat de komende jaren gepresenteerd zal worden, of, zoals Commissievoorzitter Ursula von der Leyen het woensdag omschreef: „een kompas voor de komende dertig jaar waarop gevaren kan worden”. Bovendien moet het juridisch bindend maken van het behalen van het einddoel een belangrijk signaal zijn naar de buitenwereld: dit is de richting die Europa inslaat. Voor investeerders, in toenemende mate op zoek naar een bestemming voor groene beleggingen, moet het aantrekkelijker worden geld richting Europa te sturen: zij weten hiermee zeker dat het beleid niet toch weer de andere kant op gaat.

De Commissie kan met deze wet niet zomaar bepaald beleid afdwingen of landen straffen die te weinig doen. Wel wordt door het vastleggen van het einddoel de politieke druk opgevoerd om mee te blijven doen.

Lees ook:dit interview met Frans Timmermans over de Green Deal

2 Hoe beïnvloedt deze wet het leven van de gewone Europese burger?

De weg naar een klimaatneutraal Europa zal het leven van iedereen ingrijpend veranderen. De verwarming van huizen, het dagelijks transport, de productie van voedsel: alles zal in de komende decennia anders worden. Tegelijk is dat niet direct een gevolg van deze wet: lidstaten, ook Nederland, zijn al jaren druk bezig via klimaatbeleid hun emissies terug te dringen. Deze wet is geen zichzelf implementerende machine: over welke maatregelen wanneer door wie genomen moeten worden, is niets vastgelegd. Nieuwe Europese wetgeving voor bijvoorbeeld de prijs van CO2 of de uitstoot van auto’s zal de komende jaren steeds tot een debat gaan leiden.

3 Krijgt de Europese Commissie hiermee meer macht over klimaatbeleid?

Ja en nee. De Commissie stelt in de wet voor gebruik te maken van een speciaal mechanisme om tussentijdse Europese emissiedoelen na 2030 sneller bij te kunnen stellen. Mocht uit een analyse van wetenschappers en klimaatagentschappen blijken dat men achterop raakt, dan wil Brussel het tempo kunnen opvoeren, zonder daarvoor het vaak lange Europese wetgevingsproces in te gaan. Deels wordt het proces daarmee gedepolitiseerd: de beslissing wordt immers aan deskundigen gelaten. Maar ook wil de Commissie ermee voorkomen pas in de laatste jaren vóór 2050 in te kunnen grijpen. De vijfjaarlijkse evaluatie moet gaan samen vallen met de in het Parijs-akkoord afgesproken mondiale inventarisatie, waarbij wordt gekeken of de ondertekenaars nog op de goede weg zitten.

Tegelijk kunnen zowel lidstaten als het Europees Parlement altijd bezwaar maken tegen het verhogen van het emissiedoel en dat, als er voldoende verzet is, blokkeren. In de klimaatwet ligt bovendien niks vast over hóe de EU klimaatneutraal moet worden, noch over hoe hard afzonderlijke lidstaten daarvoor moeten lopen. In de uitwerking van het beleid houden lidstaten en EP hun gewone stem.

4 Hoe zijn de reacties?

Kort gezegd: louter negatief. Het klimaatneutrale doel voor 2050 is in Europa relatief onomstreden: alle lidstaten schaarden zich daar in december al achter. Maar het mechanisme waarmee de Commissie emissiedoelen eventueel wil kunnen bijstellen zorgt voor een golf aan kritiek. Diplomaten laten nu al weten dat lidstaten hier niet mee gaan instemmen. Het EP, waar de steun voor klimaatbeleid over het algemeen hoog is, staat eveneens op zijn achterste benen. Ook zij vrezen door de wet buitenspel komen te staan.

5 Zijn milieuorganisaties en groene partijen dan tevreden?

Ook niet. Klimaatactivist Greta Thunberg, die woensdag het EP toesprak, liet weten de wet een „capitulatie” te vinden, omdat het klimaatneutrale doel zo ver in de toekomst wordt gelegd. Ook milieuorganisaties als Greenpeace en de groene fractie in het Europees Parlement zijn teleurgesteld, omdat de Commissie nog niet met een aangescherpt doel voor 2030 komt. Dat doel zal tussen de 50 en 55 procent liggen, maar hoe hoog precies wil de Commissie eerst nog onderzoeken en pas in september voorstellen. Velen vrezen dat dat te laat is in aanloop naar de VN-klimaatconferentie in november. Ook de Nederlandse minister Eric Wiebes (VVD, Economische Zaken en Klimaat) riep Frans Timmermans, verantwoordelijk voor het Europese klimaatbeleid, deze week in een brief op sneller met een ambitieuzer doel te komen. Timmermans zelf benadrukte woensdag dat men juist tijd bespaart, door alle berekeningen vooraf te doen, waardoor lidstaten het na presentatie van het 2030-doel sneller eens kunnen worden.

6 Kan de wet leiden tot rechtszaken zoals die van Urgenda?

Dat durven juristen nog niet te voorspellen. Het kan leiden tot een verdere ‘juridisering’ van de klimaatdiscussie. Tegelijk ligt het doel ver in de toekomst, waardoor het voor burgers lastiger is nu al beleid af te dwingen. Bovendien valt ook voor te stellen dat een rechter de rol van Brussel anders beoordeelt dan die van nationale regeringen. Maar hoe de wet in verschillende Europese lidstaten door een rechter beoordeeld zal worden is vooraf moeilijk te voorspellen.