Zoek het water op en kijk naar de overkant

De juiste plek Waar voel je je thuis in den vreemde? NRC-correspondent Anouk van Kampen over een pad langs een rivier in Gent.

Foto Anouk van Kampen

Zoals Amsterdam zijn Amstel en het IJ heeft, heeft Gent de Leie en de Schelde. En zo verweven als de Nederlandse hoofdstad is met het water, is ook de – naar mijn mening – leukste stad van Vlaanderen. De stad werd er (net als Amsterdam) zelfs naar vernoemd: het Keltische Ganda betekent naar verluidt ‘monding’.

Vanuit Frankrijk stroomt de Leie Gent in. Daar neemt de Schelde de Leie mee, richting Antwerpen, Nederland, de Noordzee. Daar waar de Leie de Schelde wordt, ontstond Gent in de derde eeuw na Christus. Volg de rivieren en hun vertakkingen en Gent trekt voorbij.

Het Patershol, het charmantste stukje stad vol cafés en restaurants. Het Gravensteen, de imposante burcht van de stad. De Sint-Michielsbrug, waarvandaan je de Sint Niklaaskerk, de belforttoren en de Sint-Baafskathedraal achter elkaar ziet liggen. De Graslei, waar je liefst zelf je pintje meeneemt en in de zon op een muurtje opdrinkt, in plaats van op een te duur terras.

Bijna waan ik me in Amsterdam. Dat zou een vergissing zijn: het centrum hier is wél al grotendeels autovrij

Bijna zou ik me langs het water in Amsterdam wanen, waar ik vóór België jaren woonde. Maar dat zou een vergissing zijn. Het centrum hier is wél al grotendeels autovrij, en nog niet volledig overgenomen door toeristen en de hogere inkomens. Gent ís toeristisch, het is te mooi om dat niet te zijn, maar het centrum is ook van bewoners. Nog wel. Tijdens de jaarlijkse Gentse Feesten ontvlucht een beetje Gentenaar het centrum niet. Die neemt als het lukt vrij en probeert – in tegenstelling tot de dagjestoeristen die alleen in de overvolle weekends komen – de tien dagen feest aan te tikken.

Toch ligt mijn favoriete stukje Leie niet daar. Terwijl de meeste toeristen vanaf het vergelegen Sint-Pietersstation de tram nemen, loont het om het water hier al op te zoeken en zo richting centrum te lopen. Het eerste stuk is niet zo spectaculair – aan beide kanten van de rivier leidt een drukke weg langs saaie voorgevels. De reden dat ik hierlangs loop is de Bijlokekaai, iets verderop. Alleen de linkerzijde van de rivier is toegankelijk. Een weg loopt langs het water, onder de bomen ligt een wandelpad. Ook dat is niet heel speciaal – maar het gaat om de overkant.

De voorkanten van huizen zijn in België vaak gesloten, weinig aantrekkelijk. Hier geven ze hun achterkant prijs. Studentenkotten en imposante huizen wisselen elkaar enigszins chaotisch af. Royale tuinen lopen tot aan de waterkant. Achter grote raampartijen vang ik soms een glimp van een huiskamer op.

Terwijl ik er loop stel ik me voor hoe iemand, daar aan de andere kant van de Leie, van achter die ramen, naar mij terugkijkt.