Analyse

Covid-19: hoe erg is het in Nederland?

Nederlandse aanpak Maatregelen als sluitingen van scholen of isolatie van gemeenten komen pas in beeld bij lokale virushaarden.

Foto David van Dam

Het nieuwe coronavirus is nu bijna een week in Nederland. Sinds de melding vorige week donderdagavond van de eerste patiënt in Loon op Zand – een 56-jarige man die daags daarvoor in Noord-Italië was geweest – zijn er 23 bevestigde besmettingen gemeld vanuit het hele land, aldus het RIVM dinsdag. Epidemiologen zien het als „vonkjes”, die zijn overgesprongen van een echte brandhaard, de omvangrijke uitbraak van het nieuwe coronavirus in Noord-Italië met bijna 2.000 besmettingen.

In tegenstelling tot een grote brand, zijn vonkjes relatief makkelijk te bestrijden door ze een voor een op te sporen en uit te laten doven. Patiënten die ernstig ziek zijn moeten in isolatie verpleegd worden in het ziekenhuis, mensen die milde ziekteverschijnselen krijgen – en dat is de meerderheid – kunnen in thuisisolatie herstellen. Dat is tot nu toe ook de strategie van het RIVM.

Covid-19, de infectieziekte die het virus veroorzaakt, bereikte Nederland relatief laat. In Frankrijk (24 januari), Duitsland (27 januari), België (4 februari) waren al dik een maand eerder besmettingen. Die waren allemaal terug te herleiden naar reizigers die vanuit China kwamen, het land waar het virus begin december 2019 voor het eerst uitbrak. Vanuit de stad Wuhan in het centrum van China verspreidde het virus zich in een paar maanden over de hele wereld.

Lokale virushaarden

Aan die eerste golf, direct uit China, is Nederland ontsnapt. Pas nadat ook in Europa lokale virushaarden ontstonden doken vanuit daar ook de eerste besmettingen in Nederland op. De meeste infecties die nu bekend zijn hebben een verband met mensen die recent in Noord-Italië en mogelijk Duitsland zijn geweest.

Nu het aantal patiënten nog te overzien is, is het zinnig de directe contacten van deze mensen in kaart te brengen, om zo snel in beeld te krijgen wie er mogelijk nog meer besmet zijn. Dat contactonderzoek is een taak van de GGD. Mensen uit deze groep die zich niet lekker voelen krijgen het advies thuis te blijven en als de klachten verergeren de huisarts te bellen. In overleg met de GGD wordt dan bepaald of het nodig is te testen op het virus. Mensen die positief zijn getest moeten in thuisisolatie blijven om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Als zij ernstig ziek worden, en bijvoorbeeld problemen krijgen met de ademhaling, zullen ze in het ziekenhuis worden opgenomen.

Lees ook: Herre Kingma: ‘Nederland heeft een landsdokter nodig

Cruciaal in het voorkomen van nieuwe besmettingen is het naleven van goede persoonlijke hygiëne, zeggen deskundigen. Dat betekent zorgvuldig en regelmatig de handen met zeep wassen, en erop letten het gezicht zo min mogelijk aan te raken. Het coronavirus Sars-CoV-2 is namelijk erg besmettelijk. Feitelijk heeft het een maagdelijk speelveld, omdat geen mens nog weerstand heeft tegen dit nieuwe virus. Daar komt bij dat het virus tamelijk makkelijk van de ene mens op de andere overspringt. Dat gaat via druppeltjes die door hoesten, niezen of zelfs gewoon praten in de lucht komen en door anderen worden ingeademd.

Met kleine, verspreide infecties, die duidelijk te herleiden zijn naar een bron in het buitenland zijn drastische maatregelen in Nederland nog niet nodig, vindt het RIVM. Jaap van Dissel, directeur van het Centrum voor Infectieziektebestrijding van het RIVM legde maandagavond in het praatprogramma Op1 uit dat de bestrijding van de epidemie in ieder land anders verloopt, omdat ook de aard van de uitbraak verschilt. In Frankrijk worden bijvoorbeeld grote evenementen met meer dan 5.000 bezoekers uit voorzorg afgelast, en sommige scholen zijn gesloten. Het land heeft te maken met lokale uitbraken van het virus, waardoor het risico op wijdere verspreiding groot is.

Lees ook: Hoe ver is het virus verspreid? En 26 andere vragen over het coronavirus

In Nederland is hier nog geen sprake van. Maar er ligt al een draaiboek klaar voor wanneer er toch lokale virushaarden ontstaan in Nederland. Dan komen ook hier maatregelen als afgelastingen van grote evenementen, sluitingen van scholen en zelfs isolatie van hele wijken of gemeenten in beeld. Dat laatste gebeurt alleen in uiterste gevallen, bijvoorbeeld als het niet goed lukt om mogelijk besmette mensen op te sporen door contactonderzoek.

Al deze maatregelen zijn gericht op het zoveel mogelijk vertragen van de verspreiding van het virus. Daarmee hopen de gezondheidsautoriteiten te bewerkstelligen dat ziekenhuizen niet overstelpt raken door patiënten. Er is nog hoop dat we het virus kunnen beteugelen. In 2003 is het ook gelukt de uitbraak van SARS tot staan te brengen, al bleef die epidemie veel kleiner dan de huidige. De epidemie in Nederland tot staan brengen zal niet voldoende zijn, door internationaal reizigersverkeer zullen er telkens nieuwe besmettingen geïmporteerd worden als het niet lukt het virus ook in het buitenland te smoren.

Voorzitter van de Wereldgezondheidsorganisatie Tedros Adhanom Ghebreyesus benadrukte maandag dat het nog steeds mogelijk is de infectieziekte Covid-19 onder duim te houden. „Het moet voor alle landen de topprioriteit blijven het virus te bestrijden”. Hoe dat het beste kan, verschilt per land. „Er is geen one-size-fits-all oplossing”, zei hij.