Opinie

Schaapjes aan de hemelbaan

Foto Merlijn Doomernik

Opa vraagt: „Weet je hoe er naar olie wordt geboord?” Ik maak de vergissing om „nee” te antwoorden en de volgende veertien minuten houdt opa een monoloog over moerbouten, pijpen en staaldraad. Met fronsende wenkbrauwen, want zo praat opa over dingen die hem enthousiasmeren. „Levenslessen van opa?” had mijn moeder gelachen toen ik vertelde over deze column. „Wat wil je dan schrijven? Hoe je belastingaangifte doet?” Ik vond dat een beetje irritant, maar ik snap nu wat ze bedoelt.

Opa kijkt me doordringend aan: „Bij boren hoort draaien, dat weet jij wel toch?” Achter hem staat een foto van mijn oma waarop oma kijkt zoals ik nu ongeveer moet kijken – slaperig. Ik knik: „Uiteraard. Even terug naar het begin?”

Opa werd in 1929 geboren op een boerderij in – opa schraapt zijn keel – „het dorp Zuidhoorn in de provincie Groningen”. Opa’s opa was een huisslachter. Opa’s oma’s droegen klederdracht. Opa’s ouders hadden veertig koeien. Het melken deden ze met de hand. Toen opa werd geboren hadden ze geen elektriciteit. De kachel brandde op turf en houtskool. „Ze wisten nog niet eens dat er gas in de grond zat!” Achterin de koeienstal was een ‘poepdoos’, een houten doos met een gat: dat was de wc. Opa zegt: „Sommige mensen vinden dat boeren blijkbaar heerlijk, maar mij was meteen duidelijk: ik wil een ander leven.”

Opa’s oudere broer hielp vanaf zijn veertiende op de boerderij, maar opa mocht naar de mulo en daarna naar de hogere technische school in Groningen. Elke dag veertien kilometer fietsen, heen en terug.

Volgens Wie, wat, waar?, een prachtig boekje uit 1948 dat ik op opa’s zolder had gevonden, bestond Nederland in het jaar dat opa negentien werd voor 48 procent uit grasland (een plaatje met koeien) en 12 procent was ‘ongecultiveerd’ (een plaatje met huizen). Van de Nederlandse bevolking werkte 20,5 procent in de landbouw en 37,5 procent in de industrie. Per dag waren er gemiddeld 560 geboorten, 220 huwelijken, 13 echtscheidingen, werden er 2,6 miljoen brieven en 10.000 telegrammen verzonden.

Opa zegt: „Nederland veranderde en ik veranderde mee. Ik koos voor de toekomst.”

In 1954 vond hij een baan bij een Amerikaanse oliemaatschappij in de Randstad. Zo komt het dat ik in 1984 werd geboren tussen flatgebouwen, cement, asfalt en beton. Het Nederland van mijn overgrootouders bestond toen al niet meer. Ik heb er slechts wat restjes van meegekregen, maar ik heb het altijd geromantiseerd.

Welke mooie dingen er met het Nederland van mijn overgrootouders verdwenen? Opa vindt het moeilijk te zeggen. Maar dan kijken we uit het raam en wijst opa naar de wolken boven het tankstation: „Schaapjes aan de hemelbaan duiden wind en regen aan.” Dat zei zijn moeder vroeger over dit soort luchten.

En inderdaad: een paar uur later begint het te stormen.