Marga Weimans (links) en Simone Weimans

Foto Daan Brand | Visagie Clayton Leslie | Kleding Marga Weimans

‘Ik snapte die vrouwen wel: onze vader was een mooie man, heel stijlvol’

Dubbelinterview Simone en Marga Weimans maakten als zwarte vrouwen carrière in een witte omgeving. „De laatste jaren zijn er enorme stappen gezet”, zegt Simone. „Maar je moet het verhaal blijven herhalen”, zegt Marga.

Begin jaren tachtig werden in de Tweede Kamer vragen gesteld over Schuurpapier, een rebels kinderradioprogramma van de VARA. Onder de verslaggevers waren twee Rotterdamse meisjes van twaalf en dertien jaar oud. Ze stapten overal op af, met soms hondsbrutale vragen. Hoe een heroïneprostituee haar beroep uitoefende. Of, aan een pedoseksueel: hoe dat in zijn werk ging, een relatie met een jonge jongen.

Aanleiding voor de Kamervragen was een reportage waarin werd uitgelegd hoe je zwart kon rijden: je moest je strippenkaart insmeren met zeep, zodat je het stempel er makkelijk weer af kon vegen.

„Of de VARA de kinderziel aan het beschadigen was door dit soort dingen de ether in te slingeren”, zegt Simone Weimans (48). „Ik was een brutaler kind dan Simone”, zegt haar zus Marga (49), „maar soms schrok ik toch van de dingen die we moesten vragen. We werden best wel gepusht door de redactie.”

Simone: „O, zo heb ik dat niet ervaren. Ik dacht: als je voor de radio werkt, mag je alles vragen. Het was voor mij meteen duidelijk: ik wil de journalistiek in.”

We zitten in lunchcafé Koozie op het Noordereiland in Rotterdam, een buurt die ze allebei goed kennen. Marga woonde tot een maand geleden om de hoek. Simone woont sinds haar studie communicatiewetenschappen in Amsterdam. „Maar in mijn hart blijf ik een Rotterdammer”, zegt ze.

Allebei dragen ze tijdens het interview onopvallende kleren: jeans en platte schoenen. Simone, presentator bij het NOS Journaal en Met het Oog op Morgen, een pluizige lila trui met V-hals. Marga, modeontwerper, een blauwe sweater die ze geleend heeft van Simone.

Een groot verschil met de outfits die ze als tiener droeg. Simone vertelt dat Marga en zij na de scheiding van hun ouders even met hun moeder in een nieuwbouwwijk in Capelle aan den IJssel woonden. Daar paradeerde Marga „met een enorme blauwe hoed” over straat. „En ik erachteraan, samen met een meisje uit de buurt. Wij hadden thuis Avenue [de vooruitstrevende Nederlandse modeglossy]. Marga kleedde zich ook zo. Ze was ook altijd aan het tekenen.”

Tegenwoordig trekt vooral tv-persoonlijkheid Simone de aandacht op straat. „Zij heeft het niet eens meer door, maar ik zie het als ik met haar door de stad loop”, zegt Marga.

Simone: „Ik heb er geen last van. Mijn werk is serieus, dus mensen benaderen mij ook serieus. Je krijgt terug wat je geeft.”

Marga en Simone zijn vernoemd naar Marga Klompé, in 1956 de eerste vrouwelijke minister van Nederland, en Simone de Beauvoir, de Franse schrijfster van De tweede sekse, een revolutionair pleidooi voor economische onafhankelijkheid van vrouwen. Hun moeder, Rinette Schotsborg, kwam in 1966 als alleenstaande moeder uit Suriname naar Rotterdam. Ze dacht dat ze daar betere zorg voor haar zoon zou vinden, die door zuurstofgebrek bij de geboorte slechtziend en licht verstandelijk gehandicapt was. Zijn vader had haar vlak voor de geboorte verlaten. Haar ouders verhuisden mee, ze namen hun kleinzoon in huis.

In Nederland ontmoette ze Walther Weimans, die pedagogiek had gestudeerd. Zij was kleuterjuffrouw, liet zich omscholen tot maatschappelijk werkster, en werd actief in de vrouwenbeweging. Toen ze, zoals Marga zegt, merkte dat de strijd van de Nederlandse vrouwen niet de hare was – „in Suriname was het normaal voor een vrouw om te werken” – richtte ze zich op de emancipatie van Surinaamse vrouwen.

Ook na het huwelijk – en de geboorte van twee dochters – bleef haar zoon bij zijn grootouders. Marga: „Mijn vader zag het niet zitten, nog een kind erbij.” Simone: „In de Surinaamse cultuur is het veel gebruikelijker dat opa’s en oma’s, of bijvoorbeeld een zus, de kinderen van een ander opvoeden.”

In het huis waar de zussen opgroeiden had hun vader zijn eigen etage. Dat had, zegt Marga, „ te maken met zijn afkomst”. Walther Weimans, hij overleed in 2012, was een Marron; een afstammeling van de Surinaamse tot slaaf gemaakten die wisten te ontsnappen en zich vestigden in de binnenlanden. „Waar hij woonde was het gebruikelijk dat mannen twee huizen hadden: één voor hun gezin en één voor henzelf.”

Simone: „Je mocht wel op zijn verdieping komen, het was geen geheim of zo. Ik deed het alleen niet.”

Marga: „Ik zat er heel vaak. Ook omdat hij mysterieus was, en afstandelijk. Hij was wel fysiek met ons: je kon op hem klimmen, lekker met hem knuffelen. En hij was enorm grappig.”

Simone: „Hij was geen prater. En veel weg. Altijd voorzitter. Van het koor, van de voetbalclub.”

Marga: „En hij zat bij de vrijmetselaars. Als hij weg was, ging ik in zijn kamer rondsnuffelen. Zo kwam ik achter allerlei geheimen. Ik vond een doos met een foto van onze halfbroer.”

Simone: „Welke halfbroer?”

Marga: „De zoon van papa. Ik heb die doos rood geschilderd, een soort eerste kunstzinnig moment. Misschien moet ik kunstenaar worden, dacht ik. Ik was een jaar of negen, tien. Ik wist toen nog niet wie die jongen was, maar dacht: dit is vast een zoon van mijn vader.”

Simone (links) en Marga Weimans Foto Daan Brand | Visagie Clayton Leslie

Marga ontdekte meer: een vriendin van haar moeder belde onder een andere naam en vroeg naar haar vader. „Mijn moeder had het nooit door, maar het gebeurde onder haar ogen. Ik snapte die vrouwen wel: hij was een mooie man, heel stijlvol. Hij droeg mooie kleren, hij rook lekker. Een beetje een ster was het, een artiest.”

De scheiding ging, zegt Simone, „niet met grote emoties gepaard. Wij zagen ook wel dat die twee totaal niet bij elkaar pasten”.

Marga: „Maar misschien hebben we het toch niet helemaal verwerkt, als je kijkt naar onze relaties met mannen.”

Simone: „We hebben gezien hoe schaamteloos mannen kunnen zijn. Als ik een vriend heb, denk ik meteen: hoe gaat dit eindigen?”

Marga: „Een leuke alleenstaande vrouw komt bij mij niet zo snel over de vloer.”

Zes jaar na de scheiding van hun ouders volgde een soort tweede scheiding. Toen de zussen achttien en negentien waren, verliet hun moeder het huis.

Marga: „Typisch mijn moeder. Ze vond dat we voor onszelf moesten zorgen. Maar ze kwam vrij snel weer terug – we maakten te veel ruzie. Pas later zijn we echt bevriend geraakt. Nu komt het niet meer voor dat we een week geen contact hebben.”

Toch hadden ze in die tijd ook veel plezier met z’n tweeën. Marga: „We hadden een eettentje op een voorloper van De Parade, Teatro Fantastico. Soewarte Parel, heette het, ik had het concept bedacht, een soort fusion: mini roti, soesjes met pom erin.”

Simone: „Ik deed al het regelwerk. We hadden twee vriendinnen in dienst, T-shirts laten bedrukken.”

Marga: „Het liep als een trein. Simone maakte van de opbrengsten een reis naar Amerika, ik heb alles aan kleren uitgegeven. En we hebben samen in twee films gespeeld, in de periode dat we voor Schuurpapier werkten. Arthouse-films van Rotterdamse filmmakers, ze zijn vertoond op het Filmfestival van Rotterdam. Het waren lange dagen, ook in de winter. Gingen we weer met de bus naar de filmopnamen, gewoon in de vrieskou. Maar mijn moeder zei: ‘Je maakt af waar je aan bent begonnen.’ Als ik eraan denk dat mijn kinderen dat soort dingen zouden doen…”

Marga’s kinderen zijn twaalf en elf. Haar dochter is vernoemd naar Grace Jones, haar zoon naar Miles Davis. Later zal ze vertellen dat Grace haar aan Simone doet denken: altijd buiten adem van het dansen en zingen.

Simone: „Voor mij voelde het acteren niet als werk. En het resultaat was prachtig.”

Hadden jullie ouders hoge verwachtingen van jullie? Met zulke namen…

Marga: „Ik denk dat onze moeder goed doorhad wat we leuk vonden. En wat we konden. Het feit dat ik me die opmerking herinner, over afmaken waar je aan bent begonnen, komt doordat ze bijna nooit zoiets zei.”

Simone: „Ik vond het bijzonder dat ik naar zo’n belangrijke feministe was vernoemd. Het zorgde niet voor druk, zo heb ik het niet ervaren.”

Marga: „Voor mij was het een aanleiding om haar boeken te gaan lezen. En ik heb me natuurlijk in Marga Klompé verdiept. Ik heb ook altijd de behoefte gehad om, net als zij, de eerste met iets te zijn. Of in elk geval iets te veranderen in de wereld waarin ik me begeef.”

Geldt dat voor jou ook, Simone?

„Niet zo extreem. Ik wil graag zo goed mogelijke gesprekken voeren met mensen.”

Marga: „Toen ik net van de academie kwam was ik heel opschepperig, op een hiphop-achtige manier: ik wil aan het hoofd van een groot modehuis staan. Nu vind ik het belangrijker om een bijdrage te leveren aan de samenleving, om een pad vrij te maken voor anderen. Een jaar of vijf geleden, na de overzichtstentoonstelling van mijn werk in het Groninger Museum, begon de discussie over Zwarte Piet, met al die extreme reacties. Ik was in mijn leven allerlei vreemde dingen tegengekomen en…”

Simone: „Moeten we het nou wéér over Zwarte Piet hebben?”

Marga: „Nou, dan niet. Jammer dan. Ik bedoel: ík heb het erover.”

Het is het enige moment in het gesprek dat er wrijving is. De rest van de tijd vullen ze elkaar aan, als ze herinneringen ophalen vaak schaterlachend. Achteraf legt Simone uit dat „zodra in een interview met mij de term Zwarte Piet valt”, er tumult ontstaat op Twitter. „Dus dan denk ik: daar gaan we weer.”

Marga: „Maar je moet het verhaal blijven herhalen, dat kan niet anders.”

Foto Daan Brand | Visagie Clayton Leslie

‘Ik snapte die vrouwen wel: onze vader was een mooie man, heel stijlvol’
Marga Weimans

Wat voor vreemde dingen maakte je mee, Marga?

„Op de kleuterschool moesten we een keer een tekening maken van ons gezin. Toen ik klaar was, zei de juffrouw: ‘Bruin is geen mooie kleur.’”

Thuis hadden ze een manier om met discriminatie om te gaan, vertelt ze: mensen die racistisch waren noemden ze patiënten. „We deden er een beetje afstandelijk over. Maar we waren wel altijd de enigen in een witte omgeving. Lagere school, middelbare school, mode-academie: altijd.”

Simone: „Je went eraan. Maar ik was me er wel altijd bewust van. En er was de onderschatting. Ik kreeg een mavo-advies en heb vwo gedaan.”

Marga: „Je moet altijd een tandje meer geven. Wij hebben dingen bereikt, anderen lukte het niet zo ver te komen, besefte ik toen die discussie opkwam. Ik dacht: ik moet met organisaties gaan samenwerken om te zorgen dat dingen veranderen. Mijn vingers jeukten.”

Voordat ze aan een mode-opleiding begon, studeerde ze bestuurskunde. Marga: „Mijn roots en het kolonialisme heb ik verwerkt in mijn collecties, maar ik weet ook hoe je concreet iets kunt veranderen aan beleid. De laatste jaren gaf ik lezingen en workshops, organiseerde ik kunstprojecten voor jongeren. Kunstinstellingen nodigden me uit om te vertellen over inclusiviteit.”

Simone: „Toen ik bij het journaal kwam, was ik een van de weinigen die er een beetje anders uitzag dan de gemiddelde journalist. De laatste jaren zijn er enorme stappen gezet, mensen zijn zich ervan bewust dat het anders moet. Maar ik blijf pushen. Laatst hadden we een item over het afschaffen van de term Gouden Eeuw door het Amsterdam Museum – als deskundigen waren twee witte mannen uitgenodigd. Ik dacht: waarom praat je niet met mensen die dit aangaat? Uiteindelijk hebben we [theaterman] Jörgen Tjon A Fong gevraagd, één van de aanstichters van de discussie.”

Marga: „Het is zo makkelijk om in witte stereotiepen te vervallen, ook wij doen dat. Je moet altijd alert zijn.”

Is het niet vermoeiend om steeds met dat onderwerp bezig te zijn?

Marga: „Er zijn momenten geweest dat ik me kut voelde: op school, in mijn carrière. Ik dacht dan dat het persoonlijk was. Nu weet ik: nee, het is systematisch. Je kunt actief worden tegengewerkt omdat je zwart bent, net zoals dat met vrouwen gebeurt. Als je je daar bewust van bent, kun je er beter mee omgaan, solidariteit zoeken bij anderen.”

Simone: „Tijdens Black Achievement Month gaan wij naar een bijeenkomst voor Black Female Achievers. Dat hadden we vroeger totale aanstellerij gevonden.”

Marga: „Ja, daar zouden we vijf jaar geleden nog hard voor weggerend zijn.”

Simone: „Twee jaar geleden werden we gevraagd om op die bijeenkomst over onze carrière te vertellen. Dan zitten er allerlei vrouwen naar je luisteren, maar wel alleen zwarte vrouwen. Dat is zo anders dan anders.”

Marga: „Je hebt dan die micro-agressie niet. En na afloop wordt er met z’n allen gedanst. Het is geweldig.”

‘Zij kan echt wild worden. Ze is hardcore.’
Simone Weimans

Kun je een voorbeeld geven van micro-agressie?

Simone: „We waren naar een concert van Beyoncé. De trein terug was vol, het was wringen om eruit te komen. Toen zei een man tegen Marga: ‘Ken je plaats.’”

Marga: „Dat betekent dus dat je als zwart mens te veel ruimte inneemt. Ik was zo kwaad, ik stond buiten te schelden en heb keihard op het raam geslagen. Als ik eenmaal losga…”

Simone „Jij kan echt wild worden.” Ze spreek het op z’n Engels uit. Tegen ons: „Ze is hardcore.”

Marga: „Ik oog rustiger dan mijn zus en mijn moeder, maar zij zijn verstandiger. Ik ben meer een straatvechter. Daarom kan ik goed in de modewereld functioneren, denk ik. Ik ben ook wraakzuchtig. Mijn studiebegeleider op de middelbare school zei tegen mij dat ik de universiteit niet aan zou kunnen, dat ik daar als een bang vogeltje ten onder zou gaan. Toen ik succes had, wilde ze een interview in het lustrumblaadje van de school. Ze heeft me wel tien keer gebeld. Nou, no way.”

Heb je haar geconfronteerd met die uitspraak? Misschien was ze het wel vergeten.

Marga: „Nee, maar dat zou ik wel moeten leren. Dat zegt Simone ook: ‘Je moet assertiever zijn.’”

Helpen jullie elkaar vaak?

Simone: „Ik deed de productie van haar shows, ik mixte de muziek, stuurde de modellen de catwalk op, overlegde met de technicus.”

Marga: „We praten over wat ze draagt op tv en bij presentaties. Ze heeft een stylist, maar daar ga ik dan een beetje boven hangen.” 

Simone: „Soms, bijvoorbeeld bij een uitzending over de slavernijherdenking, draag ik kleding van Marga. Op het journaal wil ik vooral zakelijk zijn.”

Marga ging pas op haar 28ste naar de kunstacademie, in Antwerpen. Haar studie bestuurskunde maakte ze net niet af. „Ik ging er te lang mee door, wilde het niet opgeven. ” Simone: „Ik zag hoe ongelukkig ze was. Toen heb ik gezegd: dit gaat hem niet worden.”

Marga: „Martijn [haar man] trok in mijn huis in Rotterdam. Hij hielp me ook, met presentaties.”

Simone: „We hielpen allemaal. Ik weet nog dat je een heel klein broekje moest naaien…” Ze barst in lachen uit: „Je kón helemaal niet naaien.”

Een jaar of acht geleden kwam Marga erachter dat ze ADD heeft, een concentratiestoornis. „Ik las over de symptomen en dacht: dit is het dus. Dromerigheid, moeite hebben met dingen waar ik geen zin in heb : een mailtje beantwoorden, de afwas doen. Ik slik nu een lage dosis ritalin, dat helpt me om structuur aan te brengen in mijn leven. Voor mij is het alsof ik eindelijk een bril heb opgezet. Ik kwam net te laat bij dit interview, maar het is me in de metro wel gelukt uit te zoeken hoe ik straks naar de volgende afspraak moet gaan.”

Is je ADD ook een reden dat je je modehuis op een laag pitje hebt gezet?

„Ja. Organiseren, subsidies aanvragen, dingen afmaken – lastig . Op de academie noemden ze me ‘het geval’. Ze zeiden ook: je hebt talent, het komt goed.”

Simone: „Ik dacht altijd: dat is gewoon mijn zus. En als de chaos zich ophoopte, hielp ik haar.”

Marga: „Nu ben ik er wel weer aan toe om autonoom werk te maken. Ik ga weer een collectie maken.”

Foto Daan Brand | Visagie Clayton Leslie

Jouw carrière lijkt vrij smooth te zijn verlopen, Simone.

„Je kent de achterkant niet. Het Media Park is een slangenkuil. Soms zijn mensen je goedgezind, soms zijn ze je minder goedgezind. Dan ben je uit en heb je geen idee waarom. Alle presentatoren vinden het leuk eens iets anders te doen, zoals een live presentatie op locatie. En als iemand anders dan een klus krijgt die jij graag had willen hebben, is dat wel slikken.”

Marga: „Daar kan ik heel nijdig om worden, bijna van: waar woont die persoon. Door erover te praten zijn we erachter gekomen dat jij nog nooit gevráágd had om zo’n klus. Dat heb je wel geleerd: wie vraagt, die krijgt.”

Simone: „Maar ik ben heel gelukkig bij het journaal, ik begrijp waarom mensen er lang blijven. De energie die het geeft, vind je nergens anders. Zeker als er breaking news is. Dan sta je uren live in de studio, zonder autocue, en maar hopen dat het goedkomt. Het belangrijkste is dat je rustig blijft. Ik doe yoga, ik sport veel. Dat helpt.”

Marga: „We sporten allebei veel. Vooral na de dood van mijn vader, hij had darmkanker. En hij was te zwaar. Ik merk dat ik er ook stabieler van ben geworden.”

Hebben jullie goed afscheid kunnen nemen van jullie vader?

Simone: „Toen hij al heel ziek was, hebben we hem samen bezocht in Suriname – hij ging halverwege de jaren negentig terug. We dachten: nu komen de verhalen. Ik heb nog een paar video’s gemaakt: ‘Pa, vertel!’ Er kwam wel iets uit, maar niet veel. Misschien was het een muur, misschien zat er niet veel in.”

Marga: „Hij heeft natuurlijk ook wel het een en ander meegemaakt. Nu wil iedereen in Suriname wel Marron zijn, omdat zij zich hebben losgemaakt van de slavernij, maar vroeger waren het outcasts: de wilden uit het binnenland, de vrouwen liepen met blote borsten door de stad. ‘Bosnegers’ werden ze genoemd. Voor een Creoolse om te trouwen met een Marron, dat was een no go.”

Simone: „Hij ging als jongen in z’n eentje naar Paramaribo. Dat moet zwaar geweest zijn. Hij kwam uit zó’n andere omgeving.”

Marga: „Hij bracht ons naar het vliegveld en wij stonden daar met betraande ogen: ‘Pa, als we de volgende keer komen, ben je misschien dood.’ ‘Doeoeg’, zei hij alleen maar.”