Opinie

Minister Stef Blok: Stop humanitaire ramp met no-fly-zone boven Idlib

Syrië De Europese Unie moet met Rusland en Turkije in gesprek over Idlib, schrijft minister . Hij wil dat het luchtruim boven de Syrische provincie dicht gaat.
Luchtbombardement op 2 maart op het dorp Balyun in het zuidelijk deel van de Syrische provincie Idlib
Luchtbombardement op 2 maart op het dorp Balyun in het zuidelijk deel van de Syrische provincie Idlib Foto: Omar Haj Kadour/AFP

De schaal van de humanitaire catastrofe in de Syrische provincie Idlib is nauwelijks te bevatten. Een miljoen mensen, meest kinderen, zijn op de vlucht geslagen richting de grens met Turkije, dat al sinds jaar en dag zo’n 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen opvangt.

Veel van deze nieuwe vluchtelingen waren al eerder binnen Syrië ontheemd en zijn in Idlib terechtgekomen. Daar gold sinds de afspraken van Sotsji in 2018 een soort fragiel bestand, dat het regime in Damascus met zijn militaire offensief naar de prullenmand heeft verwezen. Nu moeten die mensen opnieuw vluchten voor het geweld van dit regime, daarin politiek en militair gesteund door Rusland en Iran. Niet verrassend stelt Turkije dat het zijn draagkracht te boven gaat als er nog een miljoen vluchtelingen uit Syrië bijkomt. En dat leidt tot migratiedruk op Europa.

Lees ook een reportage vanaf de Turks-Syrische grens door onze correspondent: Turken willen soldaten thuishouden en vluchtelingen doorsturen

Vorige week waarschuwde ik samen met dertien Europese collega’s in verschillende Europese kranten voor het gevaar van militaire escalatie en de oplopende humanitaire tragedie in Idlib. Sindsdien hebben in één luchtaanval 34 Turkse militairen het leven gelaten. De kans op een directe militaire confrontatie in Idlib tussen eenheden van NAVO-bondgenoot Turkije en die van Rusland is inmiddels meer dan denkbeeldig. Wij riepen op tot de-escalatie en wezen erop dat het drama in Idlib – het zoveelste in het geteisterde Syrië – nog eens onderstreepte dat dit slepende conflict in het hart van het Midden-Oosten door geen enkele partij ooit militair beslecht kan worden maar een politieke uitkomst behoeft.

Landmijnen en vatenbommen

De-escalatie en een politiek proces – in die volgorde – zijn geen holle frasen. Het zijn de leidende principes om een uitgang uit dit conflict te vinden. Omwille van de Syrische bevolking en omwille van onze eigen stabiliteit en veiligheid. Maar na negen jaar van dit conflict is wel duidelijk dat die zoektocht met kleine, bescheiden stapjes moet worden ondernomen. Een allesomvattende ‘oplossing’ dient zich niet aan. Daarover moeten we realistisch zijn. Dit conflict gaat ons nog jaren bezighouden. De weg naar een politieke uitkomst is bezaaid met landmijnen, terwijl vanuit de lucht vatenbommen op burgers worden gegooid.

Waar ik mij hard voor ga maken, te beginnen deze week in aanloop naar de spoedzitting van de Raad Buitenlandse Zaken van vrijdag, is de-escalatie van de nu uit de hand lopende militaire situatie. Die is cruciaal om gewapend conflict tussen Turkije en Rusland in Idlib te voorkomen, maar ook om de op de vlucht geslagen burgerbevolking veilig te kunnen bereiken met essentiële noodhulp. Hulpverleners verdienen onze uiterste inspanning. Voor humanitaire noden in Idlib trekt collega Sigrid Kaag (minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66) extra geld uit. Maar het is net zo belangrijk dat Turkije een tastbaar signaal krijgt dat wij zijn legitieme veiligheidszorgen hebben gehoord en serieus nemen.

Tegelijkertijd moet de EU ook in gesprek gaan met Rusland. Over sommige dingen zijn we het met Moskou eens: behoud van de territoriale integriteit van Syrië; die is nooit ter discussie gesteld. Daarvoor heeft Rusland, als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad een bijzondere verantwoordelijkheid. Zo ook hoe een toekomstig politiek bestel van Syrië eruit moet zien. Dat is niet aan ons, aan buitenstaanders; dat is aan de Syrische bevolking, die dan wel de vrijheid moet worden gegeven om daar zonder last of dwang zich over uit te spreken. Hetzelfde geldt voor de strijd tegen terrorisme. We zijn hier in Nederland en Europa niet naïef: we hebben immers grote aanslagen meegemaakt, met veel doden en gewonden.

VN-mandaat

Dat eerste kleine stapje moet wat mij betreft gaan om veiligheid en vertrouwen. Voor de burgerbevolking in Idlib; de hulpverleners; maar ook voor de partijen die militair direct betrokken zijn. Laten we met z’n allen nu één stap terugdoen en in ieder geval het luchtruim boven Idlib vrijstellen van bombardementen. Geen Syrische jachtvliegtuigen en helikopters meer. Dus: een no-fly zone voor Assad boven Idlib.

Lees ook: De ‘westeloze orde’ biedt Europa nu slimme kansen

De EU moet met de Russen en de Turken in overleg. Dat zal ik vrijdag in de EU-Raad bepleiten. Zodat Assad geen keus meer heeft en zijn luchtmacht aan de grond houdt. De sluiting van het luchtruim boven Idlib moet dan internationaal worden gemonitord. En als er dan toch een luchtaanval plaatsvindt in Idlib, dan weten we in ieder geval wie daarvoor verantwoordelijk is.

Bij voorkeur gebeurt die monitoring van de sluiting van het luchtruim met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Die is helaas al jaren verlamd over Syrië, maar we hebben wel de plicht om te proberen deze patstelling te doorbreken. Als dat mandaat er niet komt, dan zal de monitoring creatiever moeten worden georganiseerd, bijvoorbeeld door inlichtingen te delen, informatie van lokale organisaties te ontsluiten of monitoring op afstand te doen. Alles met het doel om het geweld te stoppen en de daders die het geweld gebruiken te identificeren en ter verantwoording te roepen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.