Mark Tuitert: ‘Ik heb geleerd ook mijn duistere kant te accepteren’

Openhartig Mark Tuitert (39), oud-topschaatser, is ondernemer en sportcommentator bij schaatswedstrijden. Hij beantwoordt zeven persoonlijke vragen, vrij naar Marcel Proust.

Foto Patrick Harderwijk, bewerking NRC

Wat zie je als je in de spiegel kijkt?

„Iemand voor wie vrienden en familie heel belangrijk zijn. Die supergedreven is en graag fysiek en intellectueel wordt uitgedaagd. Maar die zich ook weleens afvraagt: Jongen, waarom ben je toch altijd zo druk?”

Wat is je meest typerende eigenschap?

„Dingen willen begrijpen. Echt in de kern. Dat heb ik als ondernemer, maar ook als mens. Ik nodig vrienden uit en vraag: wat heeft jullie de laatste tien jaar het meest geraakt, en waarom? Ik lees veel. Managementboeken, filosofie. Als ik een boek uitheb, ziet het er niet meer uit. Onderstrepingen, aantekeningen. ezelsoren.”

Wat is je motto?

„Ik ben een aanhanger van de stoïcijnse filosofie: zet met hart en ziel in op wat je kunt controleren en laat los wat je niet in de hand hebt. Dat is ruis, ballast. Het houdt je af van wat er voor jou echt toe doet.”

Hoe krijgen ze jou kwaad?

„Niet. Ik blijf stoïcijns, haha. Ik probeer conflicten te analyseren, zoek naar oplossingen. Mijn ouders hebben een nare scheiding gehad. Ik had zes jaar lang geen contact met mijn vader. Ik was zó kwaad op hem. Mijn moeder was depressief, ze lag hele dagen huilend op de bank. Misschien dat ik daarom zelf probeer emotioneel niet uit de bocht te vliegen.”

Wat was een keerpunt in je leven?

„Ik was 25, in de kracht van mijn leven, technisch en conditioneel op mijn top, en toch miste ik de Spelen. Ik heb harde keuzes moeten maken. Allround schaatsen was mijn jeugddroom, dat heb ik los moeten laten. En ik ben met iemand gaan praten over mijn ouders, aan een tafeltje, twee kopjes koffie erbij en een glas water. Mark, die kopjes zijn je ouders, waar sta jij? Ik zette het glas bij mijn moeder, weg van mijn vader. Ik had altijd het idee dat ik haar moest beschermen. Hij zei: als je nou eens hier gaat staan, niet in die strijd tussen die twee. Fuck, ja, voelde ik gelijk, dat voelt beter. Ik heb mijn ouders gebeld: dit is niet mijn strijd, dit is jullie strijd. Het zat dwars. Vier jaar later, in 2010, won ik goud op de Olympische Spelen.”

Wie is je grote liefde?

„Helen! Natuurlijk. We zijn samen sinds mijn twintigste. Ik ben degene met de grote plannen, zij bewaakt het fort.”

Wat is het mooiste moment van de dag?

„Alles! Ja, echt. Ieder moment heeft z’n charme. Opstaan, ontbijten, dan ga ik naar de sportschool, met uitzicht op de snelweg, als iedereen in de file staat. Daar geniet ik zo van. Ik ben niet alleen maar positief. Ik hou van zware melancholische muziek, van metal. Ik heb ook een donkere kant. Ik heb geleerd ook die te accepteren, in het vertrouwen dat ik altijd weer de weg omhoog zoek. Er zit een rauwe, pure kracht in de duistere kant. Het gaat erom beide kanten van je persoonlijkheid te omarmen.”