Recensie

Recensie Theater

‘Jihad van liefde’: aangrijpend portret van rouw en liefde

Theater In ‘Jihad van liefde’ worden haat en verdriet omgezet in een verhaal van liefde. Acteur Mohammed Azaay is op zijn sterkst als hij ingetogen en dicht bij zichzelf blijft, in ingedikte stiltes tussen zinnen of in fluisterend verdriet.

Mohammed Azaay en het Amsterdams Andalusisch Orkest in ‘Jihad van liefde’.
Mohammed Azaay en het Amsterdams Andalusisch Orkest in ‘Jihad van liefde’.

„Niets heeft nog smaak,” schrijft Mohamed El Bachiri in Jihad van liefde. Hij verloor in 2016 zijn vrouw, moeder van hun drie kinderen, bij de terreuraanslag in de Brusselse metro. Zijn verhaal, opgetekend door David Van Reybrouck, vormt het uitgangspunt voor een gelijknamige solovoorstelling.

Naast een aangrijpend portret van rouw en liefde, is Jihad van liefde ook een persoonlijk document van een moslim met Marokkaanse wortels, in een verhardende westerse maatschappij. Hij groeit op in de Brusselse wijk Molenbeek, zowel „de broedplaats van het jihadisme” als zijn Molenbeek. Hij is een „kind van België” maar voelt zich tegelijkertijd diep verbonden met Marokko, waar de dood niet wordt weggestopt.

Voorzichtig geluk

Acteur Mohammed Azaay is op zijn sterkst als hij ingetogen en dicht bij zichzelf blijft, in ingedikte stiltes tussen zinnen of in fluisterend verdriet. Hij is een innemend acteur, waardoor de pijn die zijn personage met zich meedraagt soms onverwacht hard binnenkomt. Eran Ben-Michaël koos voor een sobere regie met een aantal prachtige, verstilde beeldvondsten.

Lees ook: ‘Misschien heb ik uit woede wel van liefde kunnen spreken’

Maar hij bracht ook voldoende lichtheid en beweging aan, zodat het verdriet behapbaar blijft. Prachtig is bijvoorbeeld de inbreng van drie muzikanten van het Amsterdams Andalusisch Orkest, die het confronterende, nietsontziende ritme van het voortstuwend leven verklanken: dan weer zijn kinderen, met al hun vragen en verdriet; dan weer de buitenwereld, de stad met zijn pulserende levendigheid, het deinende ritme van alledag, dood of geen dood. Dat is op momenten verschrikkelijk, en op momenten het enige waar je je nog aan vast kan klampen.

De voorstelling toont hoe El Bachiri – met vallen en opstaan, met diepe pijn tegenover hele kleine momentjes van voorzichtig geluk – haat en verdriet omzet in een verhaal van liefde. Dat is voor hem de enige manier waarop hij zich nog verbonden voelt met zijn vrouw. Dat verhaal is groots.