Nergens zijn we zo multicultureel als op het bord

Hassnae & Nadia Nergens wordt de kracht van interculturaliteit duidelijker dan op het bord, schrijft Hassnae Bouazza. Het bijbehorende recept voor een nawintersalade is van Nadia Zerouali.

Nadia Zerouali (links) en Hassnae Bouazza.
Nadia Zerouali (links) en Hassnae Bouazza. Foto Lars van den Brink

Het zag er treurig uit, het groepje Britse politici onder leiding van Nigel Farage dat in het Europese parlement de Brexit vierde. Zwaaiend met hun vlaggetjes. Ze waren weer onafhankelijk hoor, maar wat dat precies betekent, dat wisten voorstanders van de Brexit niet. „Nou, gewoon”, was het antwoord van een vrouw die op straat naar haar mening werd gevraagd. Iets met oo-too-mo-nie en eigen cultuur eerst.

Die afkeer van de ander is ironisch, omdat Groot-Brittannië, net als andere koloniale machten zoals Frankrijk en Nederland, groot is geworden dankzij een bonte mix van invloeden en culturen. Sowieso is het idee van één zuivere cultuur zonder buitenlandse invloeden een illusie. Producten, stoffen en gebruiken verplaatsen zich met mensen mee en integreren naadloos in de nieuwe omgeving, vaak zonder dat mensen het door hebben.

In 2001 noemde de toenmalig Britse minister van Buitenlandse Zaken Robin Cook de chicken tikka masala een nationaal Brits gerecht, omdat het de perfecte samensmelting is van de Indiase chicken tikka – in yoghurt en specerijen gekruide stukjes gegrilde kip – en de masala-saus, een toevoeging voor de Britten omdat ze van vlees in jus houden.

De Britse culinaire cultuur is door migranten, onder andere de Indiase en Pakistaanse gemeenschappen en de Franse broers en topchefs Roux, dramatisch ten goede veranderd. Dat geldt ook voor Nederland, waar schraalhans meestal keukenmeester was; dankzij de invloed van Suriname en Indonesië, en later andere migrantengemeenschappen, maakten de saai gekookte aardappel met groenten en vlees plaats voor een bruisende wereldkeuken. Maar een beetje waardering voor die migranten, ho maar. De shoarma is lekker, maar de makers ervan hoeven niet te blijven.

In het verleden braken leiders brood met de vijand om oorlogen te beëindigen of verbonden te smeden. Het delen van eten was het begin van een nieuwe band of bondgenootschap. Nu willen nationalisten wel het eten, maar niet de persoon die het met zich meebrengt.

Op individuen wordt een rigide nationaliteit en identiteit geplakt, maar op gerechten niet. Zo fel als mensen ageren tegen invloeden van buitenaf, zo lustig geven ze zich eraan over als ze hun tanden erin kunnen zetten. Veel hedendaagse gerechten zijn een uiting van een supermulticulturaliteit, waarin tegengestelde elementen – zoet, hartig, zacht, pittig en bitter – elkaar versterken. Açai uit Brazilië, hummus uit Libanon, linzen uit India. Nergens wordt de kracht van interculturaliteit duidelijker dan op het bord.

Cook zei in dezelfde toespraak dat het moderne idee van een nationale identiteit niet gebaseerd moet zijn op nationaliteit en ras, maar op gedeelde waarden en aspiraties.

Zo werkt het ook in de keuken. Je moet je eraan overgeven: hoe bonter de samenstelling, hoe lekkerder.