Opinie

Het gemis van een Nationale Huisarts

Tom-Jan Meeus

Crises zijn momenten waarop je als burger het landsbestuur leert kennen. Politici en ambtenaren hebben niet de ruimte alles kalm te overwegen. Zij beschikken over onvolledige informatie, ze ervaren tijdsdruk, ze beslissen op intuïtie. Daarna komt het aan op presentatie. Voorkom paniek, straal overtuigingskracht uit.

Het verklaart het ongemak over minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) in de coronacrisis. Als aanzegger van het laatste nieuws op televisie oogt hij onzeker. Spiekbriefjes en hakkelen. In Den Haag kennen ze hem als onspectaculair maar erg collegiaal, dus het viel op dat het CDA vanaf vorige week lange reeksen schriftelijke vragen stelde over uitblijvende informatie van het kabinet. Onheilspellend: blijkbaar wil deze coalitiepartner de crisis politiseren. De VVD reageerde kregelig.

Mij leek de ingezonden brief in NRC van Herre Kingma interessanter. De voormalig inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg signaleerde dat de overheid in deze crisis met te veel stemmen spreekt. RIVM-functionarissen, GGD-artsen, hoogleraren, bestuurders. En een minister die, schrijft hij, „niet gezien kan worden als overtuigende, geruststellende autoriteit”. Terwijl juist deze kwestie volgens hem de behoefte aan een „landsdokter” laat zien, zoals je ook een rijksbouwmeester hebt. Iemand met deskundigheid „voorbij het politieke primaat”.

Zo’n functionaris hebben we ook jaren gehad. Wijlen Joop van Londen was directeur-generaal Volksgezondheid in 1977-1991 en bijzonder hoogleraar algemene gezondheidszorg. Hij was arts en verscheen zoveel in de media over medische kwesties dat hij een soort Nationale Huisarts werd. Maar een opvolger heeft hij in die rol nooit gekregen, en dit was geen toeval. Kort na zijn vertrek werd de Algemene Bestuursdienst (ABD) gevormd. Een pool van topambtenaren waarover NRC laatst uitvoerig schreef. Mensen die niet worden geselecteerd op vakkennis en nooit op één ministerie blijven. Ambtenaren met gevoel voor politiek-bestuurlijk management die zelden naar buiten treden.

En dus kreeg Van Londen bijna alleen opvolgers die onzichtbaar bleven en geen arts waren. Tot 2014 was het de econoom Paul Huijts – nu de hoogste ambtenaar van Rutte. Daarna bestuurskundige Angelique Berg, die eerder hoge functies op onder meer Financiën en Algemene Zaken had.

Ik zeg niet dat zij haar werk slecht doet, geen idee. Maar haar onzichtbaarheid in deze crisis, in combinatie met Bruins’ moeizame optredens, onderstreept de fundamentele vergissing onder de Algemene Bestuursdienst: dat je geen vakkennis nodig zou hebben om de overheid te leiden.

Het gemis in deze crisis van een Nationale Huisarts is dus geen toeval: het staat voor iets veel groters.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.