Foto Georges Gobet/AFP

Guus Kouwenhoven kreeg negentien jaar cel, maar kan rustig verder leven in zijn gouden kooi

Afrika Hij is veroordeeld tot negentien jaar cel voor wapenhandel en medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden. Toch leidt de Nederlandse zakenman Guus Kouwenhoven nog altijd een luxe leven in Zuid-Afrika. Correspondent Bram Vermeulen zocht hem op in zijn gouden kooi. „Mijn grote angst is dat uitleveringsverhaal. Dan is het over.”

De bel zoemt als een hommel in een rozenkelk. De loodzware voordeur van De Wet Straat 50 zwaait open en valt met een klap weer in het slot. De glazen deur aan de andere kant van het glazen halletje blijft dicht. Minutenlang ben ik opgesloten, als een vis in een aquarium. Bewakingscamera’s kijken bewegingloos op me neer. Een vrouw met een witte bediendenschort komt aanrennen en doet de tussendeur open. „Wie kan ik zeggen dat er is?”

In de woonkamer geen fotolijstjes op bijzettafeltjes, geen souvenirs van lange reizen. Een interieur gekopieerd uit een woonblad, zo voelt het. Alsof de bewoners van de villa tijdelijke gasten zijn. Van beneden klinken gedempte kinderstemmen. Buiten blaast een zwakke zuidoostenwind rimpels in het water van het zwembad met uitzicht over Bantry Baai, Zeepunt en de Atlantische Oceaan.

Het is 19 april 2019. In de vroege ochtend van 8 december 2017 stonden er twaalf gewapende politieagenten voor ditzelfde huis in een van de duurste wijken van Kaapstad. Ze kwamen om de Nederlandse zakenman Guus Kouwenhoven te arresteren. „War crimes”, zeiden de agenten. De Nederlandse justitie had Zuid-Afrika om uitlevering gevraagd nadat Kouwenhoven op 21 april dat jaar door het gerechtshof in Den Bosch tot negentien jaar cel was veroordeeld. Na zijn arrestatie kwam hij onder huisarrest en moest hij zich een paar keer per week melden bij de politie.

Kouwenhoven zou in de burgeroorlog in Liberia, tussen 2000 en 2003, wapens hebben ingevoerd voor de regering van president Charles Taylor. Hij schond daarmee niet alleen het wapenembargo van de Verenigde Naties dat in die tijd voor Liberia gold; de rechters bevonden hem medeplichtig aan de oorlogsmisdaden die Taylor en zijn soldaten begingen in Liberia en buurland Guinee.

Guus Kouwenhoven (78) had al drie jaar in een Nederlandse gevangenis moeten zitten. Maar zijn advocaten wisten de Zuid-Afrikaanse rechter ervan te overtuigen dat hij volgens de letter van het uitleveringsverdrag niet kan worden uitgeleverd. De misdrijven waar Kouwenhoven van wordt beschuldigd, beging hij niet in Nederland maar in Liberia. Nederland heeft daarom geen ‘territoriale jurisdictie’, oordeelde rechter Ingrid Arntsen op 21 februari dit jaar. „Onder deze omstandigheden, en tot mijn grote spijt, moet ik verdachte laten gaan.” De Zuid-Afrikaanse officier van justitie beloofde meteen in hoger beroep te gaan, maar dat kan nog jaren duren. De grens kan Kouwenhoven niet meer over – wegens het internationale arrestatiebevel tegen hem.

Hoe is het leven in zijn gouden kooi? En wat drijft de man die al heel lang in één adem wordt genoemd met een van de gruwelijkste burgeroorlogen in Afrika? Met die vragen leg ik enkele maanden na zijn veroordeling voor het eerst contact met hem via zijn advocaat in Rotterdam, Inez Weski. Als de kranten melden dat hij in Zuid-Afrika zit, vermoed ik dat Kaapstad zijn toevluchtsoord is. Aan de weelderige Kaapkust resideren de rijkste zakenmensen van het continent: Afrikaanse presidenten, criminelen.

De deuren van de lift die de vijf verdiepingen van de villa met elkaar verbindt, schuiven open. Puffend schuifelt Kouwenhoven even na elven naar zijn ontbijttafel. Hij verontschuldigt zich. Verslapen. „Ik word normaal om vijf uur wakker. Dus ik denk: laat ik een slaappilletje nemen. Word ik om elf uur wakker.”

Guus Kouwenhoven spreekt over Guus Kouwenhoven alsof het iemand anders is die naar de gevangenis moet

Guus Kouwenhoven in 1999 in de Liberiaanse havenstad Buchanan. Foto AFP

Zijn vrouw Jenny, een dertig jaar jonger fotomodel uit Ivoorkust, heeft een ontbijt neergezet. Hammen, kazen, olijven en Hollandse boterhammen. Naast zijn bord staat een doosje met twintig pillen. Negen pillen voor de interstitiële pneumonie in zijn longen, een ziekte die vaak voorkomt bij hiv-patiënten als hij. Bij elke ontmoeting die ik de afgelopen drie jaar met hem had, scheelde er iets anders aan zijn broze lijf. Dan een gebroken pols. Dan een gebroken been. Uitgegleden in de badkamer. Zonder pillen slaapt hij niet.

„Dat je niet gaat liggen denken”, zegt hij over die noodzaak tot verdoving. Guus Kouwenhoven spreekt over Guus Kouwenhoven alsof het iemand anders is die naar de gevangenis moet.

Waar gaat dat malen dan over?

„Dat gaat overal over. De zaak. Me kwaad maken over wat er nu weer in de krant is geschreven. Honderd-en-een dingen.”

Wat is uw grootste angst?

„Mijn grote angst is dat uitleveringsverhaal. Want dan moet ik naar Nederland.”

Dan moet u de gevangenis in.

„Dan moet je de gevangenis in. Dan zie je de familie niet meer. Dan ben je wel voor een paar dagen weg. Als ik daar eenmaal kom, dan zit ik daar en moet ik beginnen met de straf van negentien jaar. Met mijn leeftijd betekent dat voor altijd. Dan heb je de kinderen, die kleinsten, die kennen dan hun vader niet meer. Dan is het over.”

 


Avonturier

Guus Kouwenhoven heeft zeven kinderen uit vier huwelijken. Vier jaar geleden kreeg hij met Jenny een tweeling. De andere kinderen wonen verspreid over de wereld. New York, Los Angeles, Pennsylvania, Congo-Brazzaville, Rotterdam. Over dat privéleven spreekt hij liever niet. Persoonlijke vragen irriteren hem. „Dat is allemaal niet belangrijk”, zegt hij dan, met stemverheffing.

In het boek Operatie Laat niets in leven: het bizarre leven van oorlogsmisdadiger Guus Kouwenhoven uit 2018 beschrijven Arnold Karskens en Henk Willem Smits zijn eerste schreden als internationaal zakenman. Geboren in Den Bosch en geschoold op de hbs in Rotterdam begint Kouwenhoven in de jaren zestig een carrière als autohandelaar. Hij reist de hele wereld over, van Libanon tot de Filippijnen. In 1976 wordt hij gearresteerd in de Verenigde Staten wegens heling van acht gestolen schilderijen, waaronder een Rembrandt. Als hij twee jaar later wordt vrijgelaten, vertrekt hij naar West-Afrika. „Ik wil het niet over mijn verleden hebben”, zegt hij over die tijd vóór Liberia. „Dan lijk ik een avonturier.”

In 1976 wordt hij gearresteerd in de VS wegens heling van acht gestolen schilderijen, waaronder een Rembrandt

Liever praat hij over de zaak die hem al bijna twintig jaar achtervolgt. De rapporten van milieu-actiegroep Global Witness die hem als eerste aanwezen als de financier van Charles Taylor. De tientallen getuigen die voor zijn houtkapbedrijf in Liberia werkten en hem ervan beschuldigen wapens te hebben ingevoerd tijdens de burgeroorlog. „Allemaal leugens”, zegt hij. En meteen daarachteraan: „Dat moet jij nou eens uitzoeken, waarom die mensen allemaal liegen.”

Onze eerste ontmoeting vindt plaats in de lobby van vijfsterrenhotel One&Only, bij het winkelcentrum Waterfront, in juli 2017, drie maanden na zijn veroordeling. Hij komt voorrijden in een goudkleurige Porsche. Gouden montuur op de neus. Gouden Rolex om de pols. Suède schoenen. Met een hand leunend op een kruk, strompelt hij de trap af naar de lobby.

„Bram?”

Ik sta op en wil op hem aflopen.

„Ik ga nog even met deze dame zitten. Kom zo bij je.”

De dame aan het andere tafeltje blijkt een makelaar, die hem wil helpen met de verkoop van een van zijn huizen in Kaapstad. De Kouwenhovens schamen zich niet voor hun bezittingen. Het Zuid-Afrikaanse lifestyle tv-programma Top Billing krijgt in de maand van zijn veroordeling in Den Bosch een uitgebreide rondleiding door het huis aan de De Wet Straat. Jenny beschrijft de villa als „minimalistisch en monochroom”. In de introductie verhaspelen de programmamakers de voornaam van de Nederlander. „Dit is de eerste plek waar Jenny en Hugo Kouwenhoven zijn neergestreken in hun zeventien jaar samen. Het is als thuiskomen.” Op Facebook plaatsen de Kouwenhovens ook een filmpje van de opening van Jenny’s beautysalon Lume, in 2016 in Kaapstad. Terwijl zijn vrouw de gasten toespreekt, nipt Guus Kouwenhoven aan de champagne, leunend op zijn kruk.

Veroordeeld, gezocht door Interpol en slecht ter been, maar Kouwenhoven zit niet stil. Tijdens onze afspraken rinkelt zijn telefoon onophoudelijk. Telefoontjes uit Nederland, uit Italië, de Verenigde Staten, Singapore. Hij belt veel met Congo-Brazzaville, waar hij samen met zijn 33-jarige zoon Serge nog steeds een houtkap- en bouwbedrijf runt dat kopzorgen geeft. „Problemen met personeel. Betalingen die niet komen. Materiaal dat niet komt.” Zijn hoop is gericht op een lening van het Internationaal Monetair Fonds, waarmee de regering in Congo-Brazzaville Kouwenhovens rekening zou kunnen betalen.

In het One&Only-hotel fantaseert hij over het openen van een hotel in Kaapstad. „Je hebt een goede kamerbezetting hier, ik denk wel 90 procent in de zomer”, zegt hij terwijl hij de lobby rondkijkt. Buiten dobberen jachten in de haven, met de Tafelberg in de rug. Binnen verlekkeren Italiaanse toeristen met bodywarmers zich aan de vitrine vol gebakjes. „Een hotel met 180 kamers, dat zou een goede business kunnen zijn.” In het hoofd van Guus Kouwenhoven is alles nog mogelijk.

Kindsoldaat in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia in 2003 Foto Nic Bothma/EPA

Kindsoldaat in 1990 in de havenstad Buchanan. Foto Pascal Guyot/AFP

 

Hotel Africa

Het begon allemaal met een hotel.

„Guus zei altijd tegen mij: als je mensen wilt ontmoeten, ga het hotelwezen in.” Aan het woord is Henry Taylor, zakenman en boezemvriend van Guus Kouwenhoven. Taylor zit onderuitgezakt in zijn leren fauteuil in zijn villa vlak bij het strand van Monrovia, de hoofdstad van Liberia. Het is november 2019, enkele weken voordat in Kaapstad de hoorzittingen over Kouwenhovens uitlevering aan Nederland zullen beginnen. Buiten is het zweterig heet. De airconditioning zoemt.

Henry Taylor spreekt met het zware Amerikaanse accent dat gewoon is bij de elite van Liberia. Het West-Afrikaanse land werd in 1847 gesticht door voormalige slaven die terugkeerden uit Amerika. Ze onderwierpen de lokale bevolking zoals ze zelf als slaven waren onderworpen. Die Ameriko-Liberianen vormen nog altijd de bovenlaag van Liberia – ook al is de macht nu in handen van voormalig voetbalinternational George Weah, die een inheemse achtergrond heeft. Weahs vicepresident is Jewel Taylor. Zij is de ex-vrouw van Charles Taylor, die in een Britse gevangenis zijn celstraf van vijftig jaar uitzit wegens oorlogsmisdaden in buurland Sierra Leone. In ruil voor toegang tot de diamantvelden steunde Taylor in de jaren negentig de brute rebellenbeweging RUF, berucht vanwege de vele kindsoldaten in hun gelederen en het afhakken van de armen van burgers.

Henry Taylor is geen familie van de voormalige president, onderstreept hij. Maar hij kent hem wel, al jaren. „In het begin had ik een hekel aan hem. Charles Taylor had een grote bek en was een patser. Maar toen begon de oorlog en zag ik iets anders: moed, karakter.”

Ze leren elkaar begin jaren tachtig kennen: Taylor, Taylor en Guus Kouwenhoven. Mr. Gus, noemen ze hem in Liberia. „Ineens stond hij daar in een duur pak en met een huurvliegtuig,” vertelt Taylor, „op zoek naar zaken”.

Kouwenhoven doet een bod op Hotel Africa, dat in de zanderige baai ten westen van Monrovia ligt. Het hotel is in 1979 gebouwd voor een bijeenkomst van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid. Driehonderd kamers en 52 villa’s, voor elk van de presidenten van Afrika één. Onder Kouwenhovens leiding groeit het afgelegen hotel uit tot een verzamelplek van de Liberiaanse elite. „Wij wachtten in de disco tot de meiden binnenkwamen”, vertelt Taylor. „Je moest wachten tot de croupiers klaar waren met hun tafels en dat was nooit voor half vijf in de nacht. Het was een geweldige tijd. We waren jong.”

Charles Taylor woont ook in Hotel Africa als hij nog minister is in het kabinet van president Samuel Doe. Kouwenhoven raakt bevriend met hem. „Guus was goed met iedereen”, zegt Henry Taylor. „Niet per se omdat je een hoge functie had, maar omdat hij je persoonlijk mocht.”

Hij komt voorrijden in een goudkleurige Porsche. Gouden montuur op de neus. Gouden Rolex om de pols

„Hij was geen typische Hollander”, lacht John T. Richardson op het terras van zijn villa, niet ver van de plek waar het overwoekerde geraamte van Hotel Africa staat. „Ik zag hem niet als een witte man. Hij was als een Liberiaan. Altijd warm, altijd open. Hij was niet zomaar een vriend. Hij was als familie.” Na het einde van de burgeroorlog in 2003 en het vertrek van Kouwenhoven is het hotel gestript tot de laatste tegel.

Richardson is ook dik bevriend met Charles Taylor. Sinds diens veroordeling in 2012 belt Taylor hem meerdere malen per week op vanuit de Britse gevangenis, vertelt hij. Lachend: „Om recepten uit te wisselen. Hij houdt van koken.”

Richardson was Taylors veiligheidsadviseur tijdens de twee gruwelijke burgeroorlogen waarin Liberia en buurlanden Guinee en Sierra Leone van 1990 tot 1996 en van 2000 tot 2003 betrokken waren.

Wat deed u tijdens die oorlogen?

Richardson: „Ik hielp met de oorlog. Het was vechten of sterven. Taylor vroeg me zijn veiligheidsadviseur te worden omdat ik veel strijders kende. Ze vertrouwden mij. Dus ik heb die baan aangenomen.”

Uw strijders waren erg jong.

„Ze varieerden in leeftijd. Er waren ook oudere mensen die meevochten. Het was een Liberiaanse oorlog. We vochten. En we vochten een verdomd goede strijd.”

 


De executie

Die strijd begint eind jaren tachtig. Charles Taylor vlucht naar de Verenigde Staten als president Doe hem beschuldigt van verduistering. Hij wordt gearresteerd en vastgezet in een Amerikaanse gevangenis, maar weet te ontsnappen. In 1989 trekt Taylor vanuit buurland Ivoorkust met zijn allegaartje aan (kind)soldaten de Liberiaanse grens over om president Doe van zijn troon te stoten. Wapens krijgt hij van de Libische president Gaddafi.

Bij het begin van die eerste burgeroorlog vlucht Guus Kouwenhoven naar buurland Sierra Leone. Terwijl Taylors troepen het binnenland veroveren, neemt een andere krijgsheer, met de naam Prince Johnson, de hoofdstad Monrovia in. Hij vestigt zich in Hotel Africa. Johnson vraagt het hoofd van Kouwenhovens beveiliging om 5 miljoen dollar, die volgens zijn overtuiging in de kluis zou moeten liggen. Als de man ontkent, schiet Johnson hem dood en gooit hij hem van het balkon op de vierde verdieping. Kort daarna vermoordt Johnson ook president Doe. Voor het oog van de camera snijden Johnsons soldaten hun president de oren af en laten hem doodbloeden. Johnson kijkt toe terwijl hij zijn blikje Budweiser leeg drinkt.

Kouwenhoven kent het filmpje. „Dat is geen fijn gezicht”, zegt hij als ik hem er in een van onze gesprekken naar vraag.

U bent nog tijdens die eerste burgeroorlog teruggekeerd naar Liberia. Als u dat filmpje ziet, denkt u dan niet: dit wordt me te gek, ik ga hier weg?

„Je hebt de keus: of je komt terug, of je zegt dag tegen al je bezittingen. Je hebt tien jaar lang gewerkt om het op te bouwen. Dan kan je zeggen: nou, laat het maar vallen, ik ga weg. Dat doe je dus niet.”

Veroordeeld, gezocht door Interpol en slecht ter been, maar hij zit niet stil

Zes jaar duurt de oorlog. Monrovia wordt aan puin geschoten door zwaar gedrogeerde milities, soms nog geen tien jaar oud. Ze dossen zich uit met pruiken, bruidsjurken en smeren zich in met kruiden die hen onsterfelijk moeten maken. Alleen bij de gevechten in Monrovia komen in een jaar tijd al meer dan drieduizend Liberianen om het leven. Als de overgangsregering in 1997 verkiezingen organiseert, voert Charles Taylor campagne met de slogan ‘He killed my ma, he killed my pa, but I will vote for him.’

In juli 1997 wordt Taylor gekozen tot president. Zijn dreigement No Taylor, No Peace werkt. Vrijwel meteen na zijn aantreden begint hij met de realisering van zijn droom van een Greater Liberia, dat zich uitstrekt over buurland Sierra Leone. Daar steunt hij rebellenbeweging RUF, die hem onder meer toegang verschaft tot de diamantvelden in het buurland.

Guus Kouwenhoven zit op de voorste rij als Taylor concessies uitdeelt voor Liberia’s belangrijkste inkomstenbron: de export van hardhout. Naast Hotel Africa heeft hij in de jaren tachtig en negentig tal van andere bedrijven opgericht: een BMW-garage, een bescheiden vliegmaatschappij en diverse houtkapbedrijven. In 1999 richt hij samen met een Indonesische zakenpartner de Oriental Timber Corporation (OTC) op.

OTC is meteen het grootste kapbedrijf van Liberia, met een concessie die bijna de helft van al het kapbare woud in Liberia bestrijkt. Het bedrijf is gevestigd in de havenstad Buchanan. Volgens het boek van Karskens en Smits krijgt het bedrijf al snel de bijnaam ‘Old Taylor’s Children’. OTC groeit uit tot een van de belangrijkste belastingbetalers van Taylor. „Als er oorlog is en je bent zakenman, dan wordt er geregeld een beroep op je gedaan”, zegt Henry Taylor.

Kon je nee zeggen tegen Charles Taylor?

Henry Taylor: „Niet als je daar nog langer zaken wil doen. Hoe kun je dan nee zeggen? Als je nee wil zeggen, kun je maar beter eerst je koffers pakken en vertrekken.”

Dat zou het einde zijn?

„Dat zou heel dom zijn.”

Charles Taylor als president van Liberia in 2003. Foto Ben Curtis/AP

Ex-president Charles Taylor zit in een Britse gevangenis vijftig jaar uit wegens oorlogsmisdaden in Sierra Leone

 

De vergeldingsactie

„We zijn natuurlijk wel in Afrika”, zegt Guus Kouwenhoven tijdens een ontmoeting in januari 2018. Hij ligt onderuit op de bank en speelt met zijn autosleutels. Buiten schittert een felle zomerzon in het zwembad. De bediende brengt koffie verkeerd. „Toen OTC een bedrijf werd, vroeg Charles Taylor of ik 5 miljoen dollar vooruit kon betalen. Als belasting. Geld was schaars in Liberia. Toen zijn we ook over veiligheid gaan praten. Hij vroeg of ik die jongens in dienst wilde nemen die in Liberia hadden gevochten. Die moesten gerehabiliteerd worden.”

Wat vond u van dat idee? Die jongens hebben toch misdaden begaan?

„Dat weet ik niet. Het deed er niet toe wat ze gedaan hadden. Die jongens moesten worden vergeven. En we hadden grote investeringen die beveiligd moesten worden. Want er lopen nog steeds duizenden mannen rond en die kunnen iedereen aanvallen. Dus toen zei Taylor: ik zal je mensen sturen en die zullen van mij wapens krijgen om jullie te beveiligen.”

Als hoofd van de beveiliging wordt Roland Duo aangesteld, tevens een hoge militair in het leger van Charles Taylor. Duo heeft de handen vol aan aanvallen van rebellen vanuit buurland Guinee en wordt naar de grens gestuurd. Eind 2001 lopen beveiligers van OTC in een hinderlaag, waarbij een beveiliger wordt gedood en een ander zwaargewond raakt. „De wraakactie die op de hinderlaag volgt is ongekend wreed”, schrijven Karskens en Smits in hun boek. „Kouwenhovens medewerker Roland Duo leidt rond Kerstmis 2001 een vergeldingsactie. Duizenden leden van de Gbandi-stam vinden een gruweldood. De codenaam voor de aanvalsoperatie luidt ‘Save no Living Thing’. Laat niets in leven.”

Ik leg de beschuldigingen aan Kouwenhoven voor. Hij haalt zijn schouders op.

U ziet op een gegeven moment dat uw hoofd beveiliging naar de grens met Guinee gaat?

„Als hij weg is, daar bemoei ik me niet mee. Hij is het hoofd van het officiële regeringsleger. Dus als hij in zijn functie naar het noorden moet, dan is dat zijn business.”

Vroeg u hem niet waar hij was geweest?

„Nee, dat is mijn business toch niet.”

Hij is het hoofd van uw beveiliging.

„Hij is er vaak niet. Hij heeft een villa daar in het kamp. Voor de rest doet hij zijn business.”

Daar was u niet bijzonder in geïnteresseerd? Want eind 2000, begin 2001 komen er berichten uit het grensgebied van Guinee dat er flink gevochten wordt en dat Roland Duo de grens over gaat…

„Ik weet niet of hij de grens over is geweest. Dat heeft hij mij nooit verteld. Ik had daar geen belang bij. Hij deed wat hij moest doen. Natuurlijk, als hij terugkwam, dan vroeg ik hem ‘hoe gaat het’ en dan zei hij: nou ja, spannend, maar het gaat wel.”

Oké, dus jullie spraken er wel over?

„Ja, ja. Het gaat wel, zei hij dan. Maar ik bedoel: er wordt niet gezegd…” Kouwenhoven aarzelt. Hij lijkt te beseffen dat deze woorden belangrijk zijn in de strafzaak. „Hij is… wat de fout van iedereen is, is dat niemand wil aannemen dat dit leger van Taylor is, het leger van een president. Het is het nationale leger.”

Maar als die mannen zich hebben beziggehouden met oorlogsmisdaden, vrouwen hebben verkracht, burgers hebben vermoord, dan is dat geen punt van zorg voor u?

„Ik heb dat nooit geweten. Dat zijn allemaal leugenverhalen.”

„Mr Gus?” Chauffeur Michael staat plots in de kamer. „Het is tijd.”

„Is het alweer zover?”

Kouwenhoven staat op en strompelt naar de lift. Tijd om zich te melden op het politiebureau.

 


De heftruckchauffeur

Buchanan, 13 november 2019. De havenstad is weggekwijnd. Platanen groeien door de ramen van ooit statige villa’s aan het strand. Met het einde van de burgeroorlog kwam ook een einde aan de hoogtijdagen van Buchanan. De resten van Kouwenhovens houtkapbedrijf OTC zijn sinds 2003 verdwenen onder het hoge gras. Alleen in de haven is nog leven. Wagons vol ijzererts puffen richting het ontschepingsplatform, waar een schip geduldig wacht op de lading.

Verschillende getuigen beschrijven na de oorlog aan Nederlandse politierechercheurs hoe ze in deze haven wapens hebben gelost uit een schip genaamd Antarctic Mariner. Hun getuigenissen lopen uiteen: volgens de een worden de wapens met de hand via een steile ladder uit het ruim van het schip getild, andere getuigen vertellen dat de wapens met een kraan worden gelost. Ook variëren de beschrijvingen van de verpakkingen van de wapens. Volgens sommige getuigen worden ze in containers aangeleverd, volgens anderen in kisten.

De tegengestelde verklaringen zijn voor het gerechtshof in Den Haag in 2008 reden om Kouwenhoven vrij te speken, nadat hij in 2006 is veroordeeld wegens het leveren van wapens aan Liberia. De hoge beroepsrechter noemt de hele zaak „drijfzand”. „Er bevindt zich in het dossier geen enkel objectief en hard bewijs […] dat met de Antarctic Mariner wapens naar Liberia zijn vervoerd.” Verklaringen van getuigen worden niet consistent genoemd en „bepaald ongeloofwaardig”.

Het OM laat het er niet bij zitten. De zaak wordt twee jaar later naar het hof in Den Bosch getild. Er is een nieuwe getuige opgedoken die de gaten kan dichten, ene Nathaniel Tentay.

Ik zoek hem thuis op. Hij is diep in de zeventig nu, maar nog altijd druk als heftruckchauffeur. Het pensioen dat Kouwenhovens bedrijf hem in het vooruitzicht had gesteld, is hem afgenomen nadat hij een belastende verklaring tegen zijn baas had afgelegd. Enige tijd na die verklaring verscheen er een medewerker aan het hek van een bouwplaats waar Tentay werkte. „Hij zei: meneer Tentay, ik heb iets voor u. Duizend dollar. Ik zeg: u betaalt me geld om te liegen?”

Duizend dollar is veel geld.

„Ik werk liever voor mijn geld dan dat ik lieg voor duizend dollar.”

Waarom is dat belangrijk voor u?

„Omdat de Bijbel zegt dat je de waarheid moet vertellen. Zelfs als de waarheid je het leven kan kosten. Dan nog.”

Hij vertelt zijn verhaal zoals hij het aan de Nederlandse rechercheurs heeft verteld, en aan de Nederlandse rechter-commissaris tijdens een schouw in Liberia. „Mijn baas belde me op een dag om vier uur ’s middags op. Hij zei: je moet vanavond naar Monrovia met de truck. Ik vroeg: wat zit er in de container? Tonijn, zeiden ze. De manager waarschuwde me: deze rit is gevaarlijk, je mag voor niemand stoppen.”

Tientallen getuigen hebben hem ervan beschuldigd wapens te hebben ingevoerd tijdens de burgeroorlog in Liberia

Omdat er in het bosbouwgebied bij Buchanan geen normale opleggers beschikbaar zijn, wordt de container die avond op een aanhangwagen vol boomstammen geplaatst. De constructie wordt met een ketting vastgesjord.

„Ik vroeg: waar moet dit heen?”, vertelt Tentay. „Naar Hotel Africa, zeiden ze.”

Midden in de nacht rijdt Tentay naar Monrovia. Op weg naar het hotel kruist de doorgaande weg een spoorbrug waar de hoge truck niet onderdoor kan. Maar Tentay laat een olifantenpaadje zien dat vanaf de hoofdweg naar beneden duikt. Het pad wordt veel gebruikt door te hoge vrachtwagens, die met deze kleine omweg makkelijk onder de brug door kunnen. Zo vervolgt Tentay zijn weg naar Hotel Africa, waar hij wordt opgewacht door een groep soldaten met pick-ups.

„Ze vroegen me de truck achter te laten. Maar ik was bang dat ze mijn benzine zouden stelen. Dus ik ben op een afstand gaan staan en zag hoe ze de lading eruit haalden. Het waren wapens en ammunitie.”

Dus u zag dat het wapens waren?

„Het waren wapens verpakt in karton. Er viel er een uit de doos. Daarom wist ik dat het wapens waren. Iedere soldaat kwam er een halen.”

Als ik de getuigenis voorleg aan Kouwenhoven, zegt hij: „Dat is allemaal niet mogelijk. Het is allemaal maar een verhaal.”

Zijn belangrijkste verweer: Tentay zegt tegen zijn ondervragers dat hij zijn rit in juli 2003 maakte. Op dat moment hebben rebellen de hoofdstad Monrovia ingenomen en zijn de wegen niet langer in handen van de regeringssoldaten van Charles Taylor. Kouwenhoven is dan Liberia al ontvlucht. OTC en Hotel Africa zijn verlaten.

Strijder van warlord Charles Taylor in 1990. Foto AFP

 

De strafvervolging

Op de derde verdieping van het Paleis van Justitie in Amsterdam gaat Leon Plas voor het raam zitten, met uitzicht over het IJ. Een veerboot trotseert de golven. Liberia voelt ver weg. Als advocaat-generaal en officier van justitie deed Plas dertien jaar onderzoek naar de zaak-Guus Kouwenhoven. Hij bezocht Liberia één keer.

Als ik hem vraag wat volgens hem de belangrijkste drijfveer van Guus Kouwenhoven is, zegt hij zonder aarzelen: „Winstbejag. Wij zien hem als een zakenman die zaken doet in een land waar men het op zijn zachtst gezegd niet zo nauw neemt met de regels.” Kouwenhoven is geen Nederlandse Victor Bout, de Oekraïense wapenhandelaar op wie de film Lord of War (2005) is gebaseerd. Bout was primair een wapenhandelaar, die rijk werd door Afrikaanse leiders als Taylor wapens te verkopen die hij voor een prikje opkocht in de voormalige Sovjet-Unie. Kouwenhoven is een zakenman die het moeras van een oorlog ingetrokken is.

Plas ziet de vervolging van Kouwenhoven als een plicht voor Nederland. „Ik denk dat het heel belangrijk is dat Nederland juist ook achter personen aangaat met de Nederlandse nationaliteit.”

Heeft het ook te maken met het internationale aanzien van Nederland, als zetel van het Internationaal Strafhof?

„Ik neem aan dat het er ongetwijfeld mee te maken heeft gehad.”

Dus ook wel prestige?

„Dat denk ik wel.”

Ik vraag hem hoe je eerst door het gerechtshof in Den Haag kunt worden vrijgesproken en dan bijna tien jaar later in Den Bosch alsnog kunt worden veroordeeld tot een lange celstraf. Volgens Plas is dat te rechtvaardigen omdat er nieuw bewijsmateriaal op tafel is gekomen. Er is een brief opgedoken waarin Kouwenhoven zijn sympathie uitspreekt voor de strijd van president Taylor tegen de rebellen die oprukken vanuit de buurlanden. „De Verenigde Naties doen helemaal niets”, staat in de brief. „Maar ze beweren dat we nog steeds wapens importeren. Wat willen ze dan? Dat we gewoon gaan liggen en doodgaan? Als we ze nu niet stoppen, zijn ze in no-time in Monrovia.”

En er is de verklaring van chauffeur Tentay, die pas opdook na de vrijspraak bij het hoger beroep in Den Haag. Dat het jaartal dat Tentay noemt voor zijn rit van de haven in Buchanan naar Hotel Africa niet kan kloppen, vindt het Openbaar Ministerie niet erg. „Wij geloven hem in essentie”, zegt Plas.

Hij zegt dat dit in juli 2003 is gebeurd, terwijl Monrovia dan al gevallen is.

„We hebben een cultureel antropoloog laten rapporteren hoe je tegen verklaringen van Liberianen aan moet kijken als het gaat om bijvoorbeeld tijdsbesef. Dan blijkt dat het in Liberia toch heel anders leeft dan in de westerse wereld.”

Is in Liberia negen uur ’s ochtends iets anders dan in Nederland?

„Op zich is negen uur hetzelfde. De vraag is of het in de beleving van getuigen hetzelfde is.”

Dus als een getuige zegt: het is in 2003 gebeurd, dan kan het ook in 2001 zijn gebeurd? Dan is dat tóch een betrouwbare verklaring?

„Dat betekent niet automatisch dat het daardoor onbetrouwbaar wordt. Sommige getuigen zijn natuurlijk pas gehoord in 2012 of 2013. Tien jaar nadat de feiten hebben plaatsgevonden.”

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is niet overtuigd van die redenering. Het Hof neemt eind 2019 het verzoek van Kouwenhovens advocaat Weski in behandeling om te onderzoeken of er bij de rechtsgang in Nederland fouten zijn gemaakt.

 


De verhuizing

We zitten nog aan de ontbijttafel in Kaapstad, 19 april 2019. De telefoon blijft het gesprek onderbreken. Kouwenhoven spreekt met zijn zakenpartners in Congo-Brazzaville. In het Nederlands, Engels, Frans. Af en toe belt een minister.

U bent 78, u bent ziek, u moet naar de gevangenis. Waarom is het nog niet genoeg?

„Je moet bezig blijven. Om de zaken te redden die je nog hebt. Je moet toch geld binnenbrengen.”

Heeft u nog niet genoeg dan?

„Je moet genoeg geld hebben om voor je kinderen en je vrouw te zorgen. Zij moeten nog twintig jaar vooruit kunnen. Door al die advocaten raak ik snel door mijn reserves heen. Dat kost handenvol geld. Dus je moet doorgaan om geld te verdienen. Bovendien, ik zou gek worden als ik de hele dag niks zat te doen.”

Ik moet denken aan zijn vader, eveneens zakenman, maar minder ambitieus. Ingenieur en leraar aan een technische hogeschool. Een negen-tot-vijf-man, met aanzienlijk minder geld, maar ook minder zorgen dan zijn zoon.

„Ik heb meer geld verdiend”, zegt Kouwenhoven. „Ik ben niet iemand die ergens voor 3.000 euro in de maand zou gaan werken. Maar mijn vader had ook niet de hoofdpijn die ik met mijn business heb gehad. Hij had een rustiger leven.”

Heeft u spijt?

„We hebben goede en slechte jaren gehad. Ik heb geen enkele spijt van wat ik gedaan heb.”

Als ik Guus Kouwenhoven voor het laatst thuis spreek, in november, zit hij tussen de verhuisdozen. Zijn villa aan de De Wet Straat heeft hij ingeruild voor een huis in de wijnlanden van Constantia, buiten de stad. Voor de kinderen. Het is een week voor het begin van de hoorzitting over zijn uitlevering aan Nederland. Als ik hem vraag naar die curieuze timing, reageert hij geïrriteerd. „De verhuizing heeft niks met die uitlevering te maken. Dat staat er helemaal buiten. Ik ga niet mijn leven daar stil voor zetten.”

Dus het feit dat u verhuist, betekent dat u nog een toekomst ziet hier?

Kouwenhoven zucht, en kijkt weg.

Op 21 februari bevestigt de rechter dat de toekomst van Guus Kouwenhoven voorlopig hier ligt, in zijn gouden kooi in Kaapstad. Het Openbaar Ministerie en de Nederlandse ambassade in Zuid-Afrika zijn volkomen verrast. „Een donderslag bij heldere hemel”, zegt een ingewijde die de zaak al jaren volgt.

Áls aanklagers een hogere rechter al weten te overtuigen dat Nederland wel degelijk jurisdictie heeft over de zaak Kouwenhoven, dan zal dat nog jaren duren.