CPB: impact coronavirus op economie is nog onzeker

Groeiprognoses Het CPB is optimistisch over de economie voor dit en volgend jaar – maar hield geen rekening met het coronavirus.

Een werknemer met een mondkapje aan het werk in een Chinese textielfabriek in Haia, in de provincie Jiangsu.
Een werknemer met een mondkapje aan het werk in een Chinese textielfabriek in Haia, in de provincie Jiangsu. Foto China Daily/Reuters

Zo alarmerend als de economen van de OESO maandag klonken over het effect van het coronavirus op de wereldeconomie („de ernstigste bedreiging sinds de crisis”), zo rustig klinken de economen van het Centraal Planbureau (CPB) dinsdag.

Het is duidelijk dat het coronavirus nu al een negatief effect heeft op de economie, zegt de nieuwe CPB-directeur Pieter Hasekamp. En als het virus zich verder verspreidt, kan dat de economische groei dit jaar ook in Nederland drukken, met 0,5 procentpunt. Maar anders dan de OESO gaat het CPB niet van het negatieve scenario uit. De impact van het virus op de economie is nog zo onzeker dat het CPB er in zijn voornaamste macro-economische raming geen rekening mee houdt en zelfs wat positiever is over de economische groei voor dit jaar en 2021, ten opzichte van de voorspelling in december.

Vanwaar het verschil? „Dat zit hem misschien in dat Nederland nog maar net, sinds donderdag, door het virus geraakt is”, zegt Hasekamp in een toelichting. „Wij kunnen bovendien niet volledig verklaren hoe de OESO aan zijn bijgestelde raming komt.” Dus gaat het CPB nog uit van een hogere wereldwijde economische groei: 3 procent in plaats van de 2,4 procent waar de OESO, de denktank van industrielanden, van uitgaat.

De opvolger van Laura van Geest presenteerde op zijn tweede werkdag het jaarlijkse Centraal Economisch Plan met prognoses voor de Nederlandse economie.

Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) reageerde in zijn wekelijkse interview met RTL enthousiast. „Het is iets positiever dan ik had verwacht.” Maar hij ziet ook het grote onbekende risico dat als „het zwaard van Damocles” boven het hoofd hangt. „Het coronavirus zit hier nog niet in verwerkt en dat is natuurlijk potentieel van heel groot formaat.”

Effect al deels zichtbaar

De impact van het virus is zeer onzeker, stelt het CPB. Als het virus zich verder verspreidt over Azië en Europa en pas in de zomer uitdooft, kán de groei op beide continenten grofweg halveren. Dat zou de Nederlandse groei dit jaar kunnen verlagen tot 0,9 procent in plaats van de voorspelde 1,4.

In dit negatieve scenario gaat het CPB ervan uit dat Nederland niet zelf geraakt wordt door de epidemie. Hasekamp: „Dit is vorige week gemaakt toen er geen ziektegevallen waren in Nederland.” Nu al andere scenario’s doorrekenen heeft weinig zin volgens Hasekamp, omdat het verloop zo onzeker is. „We hebben dit niet eerder meegemaakt. Als de verspreiding van het virus kort duurt, dan kan het letterlijk in een paar maanden tijd overwaaien.” Pas in juni komt het CPB met een nieuwe raming.

Van groot belang voor het mogelijke negatieve effect is of de economie tijdelijk wordt geraakt of permanent. Chinese toeristen die dit voorjaar niet naar de Keukenhof komen, zorgen blijvend voor minder omzet in Nederland. Maar uitgestelde aankopen van iPhones, die in China worden gefabriceerd, kunnen later leiden tot inhaalgroei. Hasekamp: „Als de kerstballen uit China niet in september maar in november in de winkel liggen, hoe erg is dat?”

Ook is nog niet duidelijk hoe groot het effect is van een hapering in de wereldwijde productieketens, volgens Hasekamp. China speelt nu een veel grotere rol in de wereldeconomie dan tijdens de uitbraak van SARS in 2003.

Opvallend aan de raming van het CPB is dat de Nederlandse economie het relatief goed blijft doen, terwijl de wereldeconomie al voor de uitbraak van het coronavirus haperde. „Het algehele lagere tempo dat in 2019 werd ingezet, houdt aan”, schrijft het planbureau. Gevolgd door opsomming van slecht nieuws: magere economische groei wereldwijd, industriebedrijven die het vrijwel overal moeilijk hebben, onzekerheid over het handelsbeleid die investeringen en handel remt en – na de Brexit – onduidelijkheid over de toekomstige handelsrelatie tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk. Normaal gezien zou dat handelsland Nederland sterker raken.

De Nederlandse groei blijft echter dit jaar (1,4 procent) en volgend jaar (1,6 procent) relatief hoog. Voornaamste aanjagers daarvan: hogere overheidsuitgaven en consumenten die meer besteden. Door de krappe arbeidsmarkt en de lastenverlichting die het kabinet op Prinsjesdag aankondigde, blijven de lonen en de koopkracht de komende jaren behoorlijk stijgen.

Een andere meevaller met een gunstig economisch effect levert de recente bijstelling van de bevolkingsgroei door het CBS, en dan met name de toename van arbeidsmigranten. Die zorgen volgens het CPB voor een toename van de beroepsbevolking. Dat is goed nieuws voor het volgende kabinet, want op basis van deze nieuwe bevolkingsprognose heeft het CPB ook de economische groei voor de middellange termijn naar boven bijgesteld: tot 1,5 procent. Dat leidt weer tot een verbetering van het zogeheten houdbaarheidstekort, de betaalbaarheid van de publieke voorzieningen. In december zag het planbureau in een sterk verslechterd houdbaarheidssaldo nog een groot risico voor de komende kabinetsperiode.