Opinie

Werkgevers versus de populisten: de D66-last

Menno Tamminga

Nieuwe voorzitter, nieuw geluid? Ingrid Thijssen (1968), de nieuwe voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, wordt alom geprezen als een verbinder. Als iemand die met haar opvattingen over de onontkoombare energietransitie en verduurzaming van het bedrijfsleven de tegenstribbelende werkgeverslobby een ‘groene’ doorstart kan laten maken. Zou het werkelijk?

VNO-NCW is een economische belangenorganisatie. Belangen van leden staan voorop, niet de persoonlijke opvattingen van de voorzitter. Thijssen is de eerste vrouw in die stoel. Ze heeft geen loopbaan in het commerciële bedrijfsleven. Ze leidt nu Alliander, een monopolist die elektriciteitsnetten exploiteert. De aandelen zijn in handen van lagere overheden.

Voor Alliander is de energietransitie een kolossale investeringsklus. Daar spelen andere belangen de hoofdrol dan bij energieslurpers als Tata Steel en oliebedrijven als Shell die bang zijn dat hun concurrentiepositie wordt aangetast door Nederlandse maatregelen. Voor windmolenbouwers en bedrijven die zonnepanelen en warmtepompen installeren kan het echter niet voortvarend genoeg gaan. Transitie is voor hen werk en winst.

Dat gaat nog jaren stress geven in de Malietoren, het werkgeversbolwerk in Den Haag.

Lees ook deze eerdere column: Een baas die verbindt. Wat moet VNO ermee?

Die stress geeft de belangentegenstellingen tussen de multinational-leden, het middenbedrijf en de kleine ondernemingen een extra dimensie. Grote ondernemingen worden ‘bediend’ met de lobby voor lagere belastingen (winst, dividend). Kleinere bedrijven hebben meer aan versimpeling van arbeidsrecht, lagere lasten (doorbetaling van ziek personeel) en acties tegen de macht van grote bedrijven, zoals supermarkten, die prijzen en leveringsvoorwaarden dicteren. Dat laatste is geen agendapunt van VNO.

Het succes (of niet) van Thijssen als voorzitter wordt, afgezien van haar persoonlijke inzet, bepaald door twee factoren: de tijdgeest en het economisch tij. Haar voorganger Hans de Boer had het tij mee: spectaculair economisch herstel. Hij kreeg de tijdgeest tegen. Hij sprak te boude taal. Andere werkgeverslobbyisten volgden, bijvoorbeeld toen Maxime Verhagen van de bouwwerkgevers vorig jaar wel een actievoerder leek op een antistikstofpodium. De Boer propageerde afschaffing van de dividendbelasting. Dat werd een splijtzwam tot in zijn eigen achterban. Met het debat over de uitwassen van het kapitalisme wisten De Boer en VNO-NCW niet goed raad.

De Boers voorganger, Bernard Wientjes, had het tij tegen: kredietcrisis, economische malaise, hoge werkloosheid. Maar wellicht mede daardoor had hij de tijdgeest mee: werkgevers zorgen voor werk, geef hen de ruimte.

Thijssen wacht nu onderwerpen als pensioenen, ontslagrecht, energie, scholing, belastingen. Stuk voor stuk onderwerpen in klassieke onderhandelingen met dito tegenstrevers: vakbonden, politici, lobby’s. Dan is het geven en nemen. Centen en procenten. Versnellen of vertragen.

Hét onderwerp dat zich opdringt aan de werkgevers is echter wat anders. Dat is hun relatie met de populistische politieke partijen Forum voor Democratie en PVV. De werkgevers en de populisten denken wezenlijk anders. Voor werkgevers zijn Europese verbinding en vrijhandel een levenszaak. Nederland is een exportkampioen. De werkgevers gedijen bij politieke stabiliteit en maatschappelijke consensus.

De populisten zijn juist anti-Europa. Anti(werkgevers)elite. Anti-arbeidsmigratie. Antimiddenpartijen, zoals D66. Maar juist dat middenveld is het vanzelfsprekende oriëntatiepunt van VNO-NCW. Het D66-lidmaatschap van Thijssen is tegenover de populisten een handicap.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.