De veldslag tussen Amsterdamse krakers en de politie, ME en het leger, veertig jaar geleden. De Amsterdamse kraakbeweging verkeerde in maart 1980 op het toppunt van haar macht en invloed.

Foto’s Maurice Boyer

Interview

Veertig jaar nadat de tanks door de straten rolden, blikken een kraker en agent terug

Krakersrellen De krakersoorlog in Amsterdam beleefde veertig jaar geleden zijn apotheose toen de tanks door de straten rolden. Een politieman en een kraker blikken terug. „Het waren drie fantastisch mooie dagen.”

Het begon met het geluid van helikopters. Om een uur of zes ’s ochtends, het was nog pikkedonker, strooiden ze pamfletten uit over de barricades. „De colonne, eenmaal in beweging, kan niet worden gestopt”, zo stond erin. „Het is daarom levensgevaarlijk zich op of bij de barricaden te bevinden.”

„Ze riepen ook dingen door een megafoon uit die helikopter”, zegt Jo van der Spek. „Onverstaanbaar natuurlijk.”

Een paar honderd meter verderop stonden ze, de tanks en pantserwagens. Hel verlicht, klaar om in actie te komen. Daarachter: de mannen van de Mobiele Eenheid, onder leiding van Joop van Riessen. „Eerst wilde de tankcommandant niet verder, want er brandden vuurtjes op de barricades”, zegt hij. „Die tanks waren kwetsbaar. Ik dacht: kom op! Maar uiteindelijk gingen ze toch rijden.”

Op 3 maart 1980 beleefde de Amsterdamse krakersoorlog zijn apotheose. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog rolden tanks door de straten van de hoofdstad. De confrontatie om een kraakpand in de Vondelstraat schokte de natie en was internationaal nieuws – en geldt als een kantelpunt in de gewelddadige strijd die de kraakbeweging en het gezag tien jaar lang uitvochten in Amsterdam.

Voormalig kraker Jo van der Spek (63) Foto Olivier Middendorp

Precies veertig jaar later kijkt NRC met twee opponenten van weleer terug op die gedenkwaardige krachtmeting. Jo van der Spek (63), destijds onder de naam ‘Jojo’ een leidende figuur in de kraakbeweging. En oud-politieman Joop van Riessen (76), hij was die dag commandant van het eerste peloton ME’ers dat achter de tanks aankwam. Hoe beleefden zij de gebeurtenissen? En wat betekende die dag voor de stad en de kraakbeweging?

Honderden panden gekraakt

Het draaide allemaal om een leegstaand pand vlak bij het Vondelpark. Een statig, witgeschilderd huis met ronde balkons, op de hoek van de Vondelstraat en de Eerste Constantijn Huygensstraat. Op vrijdagmiddag 29 februari nam een groep krakers, onder wie Jo van der Spek, bezit van het pand.

Sinds begin jaren zeventig waren in Amsterdam honderden panden gekraakt. Er was grote woningnood, speculanten lieten gebouwen vaak jarenlang leegstaan. Jonge, idealistische krakers grepen hun kans – de beweging groeide en groeide.

De actie in de Vondelstraat was secuur voorbereid: terwijl één groep naar de burgemeesterswoning aan de Herengracht optrok om de politie af te leiden, zette een andere groep de kraak.

Oud-politieman Joop van Riessen (76) Foto Olivier Middendorp

De inderhaast toegesnelde ME – drie pelotons – kwam te laat, vertelt Van der Spek. „We waren met flink wat mensen. Toen de ME’ers uit hun wagen stapten, vielen we ze van alle kanten aan. De straat was opgebroken, dus er was van alles voorhanden om mee te gooien: stoeptegels, balken, verkeersborden. We hadden helmen op en sommige mensen hadden knuppels bij zich.” Zelf raakte Van der Spek met een halve stoeptegel een agent „vol op zijn snufferd”. Tot zijn schrik zag hij de ME’er wankelen. „Daar moest ik van bijkomen, dus ben ik even het Vondelpark ingelopen.”

De confrontatie liep uit op een daverende overwinning voor de krakers. Na een half uur bliezen de ME’ers gehavend de aftocht: vijfentwintig agenten belandden die dag in het ziekenhuis. „We hadden het pand succesvol verdedigd”, zegt Van der Spek. „Maar de politie zou natuurlijk terugkomen. Toen heb ik met een paar mensen balken over de tramrails gelegd, zodat de tram er niet meer langs kon. Dat werd de eerste barricade.” Al gauw stond een menselijke keten stoeptegels door te geven. „Het was spitsuur, niemand deed er iets tegen.”

Lees ook dit stuk over de jaren tachtig: Het lange decennium

Het hoogste geweldsspectrum

Joop van Riessen was in februari 1980 hoofd recherche op het politiebureau aan de Warmoesstraat. In de loop van die vrijdagavond begon de telefoon te rinkelen. „Er heerste chaos op het hoofdbureau. Ze wisten niet wat ze aan moesten met de Vondelstraat.” Al gauw werd duidelijk dat Van Riessen in de volgende dagen aan de bak moest als ME-commandant. „Ik stond op het punt om met een paar rechercheurs naar Rome te gaan, voor onderzoek. Het vliegtuig was al geboekt.” Tegen Van der Spek, lachend: „Ik baalde enorm van jullie.”

Tijdens crisisoverleg in de ambtswoning, die avond, was de conclusie dat de inzet van grof geschut nodig was. Er werd contact gezocht met Den Haag. In overleg met de legertop en minister Hans Wiegel (Binnenlandse Zaken, VVD) ontstond een boud plan: de barricades zouden worden opgeruimd met behulp van tanks en pantserwagens. Er werden ook sluipschutters besteld. Terwijl raadsleden dat weekend ter plekke onderhandelden met de krakers, bereidden de autoriteiten zich voor op een actie in het hoogste geweldsspectrum. „De militairen op de tanks zouden geen wapens dragen”, zegt Van Riessen. „Maar wij wel.”

Het hele weekend bouwden de krakers verder aan hun barricades. „Er werden vuurtjes gestookt, de sfeer was fantastisch”, vertelt Van der Spek. Het mini-vrijstaatje (‘Vondelvrijstaat’) trok veel bekijks: honderden Amsterdammers kwamen langs om hun solidariteit te betuigen, sommigen hielpen een handje. Van der Spek, ook redacteur van de Kraakkrant, beleefde een enerverend weekend. „Ik pendelde tussen de redactie, de drukkerij en de Vondelstraat. We drukten extra pamfletten. Iedereen die kwam kijken, kreeg er eentje in zijn handen gedrukt.”

Foto Maurice Boyer

Van Riessen: „Ik ben die zaterdag ook nog even langs de barricades gegaan, in burger. Om de sfeer te proeven. Ik stond er gewoon tussen, jullie hadden niets in de gaten. Misschien hebben jij en ik wel een praatje gemaakt.”

Er kwamen ook raadsleden naar het vrijstaatje, om te bemiddelden tussen het stadsbestuur en de actievoerders. De krakers wilden de barricades alleen opruimen als het pand aan de Vondelstraat ongemoeid werd gelaten, de ME zich niet meer zou vertonen en een collega-kraker die in de cel zat werd vrijgelaten.

Zondagnacht werd duidelijk dat de onderhandelingen op niets zouden uitlopen. Tijd voor actie, vonden de autoriteiten. Met zijn mannen verzamelde Van Riessen zich bij de militaire colonne: vijf Leopard-tanks, twee pantserwagenpelotons en twee genie-bergingstanks. De voorste tank had een shovel, van alle tanks was de artillerie verwijderd. Van zijn superieuren had Van Riessen expliciete, kraakheldere orders gekregen. „Als er op het balkon van dat pand krakers zouden staan met een molotovcocktail, dan moest er geschoten worden. Met scherp.” Tegen Van der Spek: „Dan waren er doden gevallen.”

Van der Spek: „Ik had geen molotovcocktail. Maar ik sluit niet uit dat ze er waren.”

Doden vielen er niet. Toen de tanks eenmaal in beweging kwamen, was het snel gedaan met de barricades. Tegen zo veel overmacht konden de paar honderd vermoeide actievoerders nauwelijks verzet bieden. Een paar waaghalzen sprongen nog op een gekantelde bouwkeet, maar maakten zich op het laatste moment toch uit de voeten. Van der Spek stond machteloos toe te kijken. Van Riessen en zijn mannen wandelden ongehinderd achter de tanks aan. Tegen zonsopgang was het gedaan met de Vondelvrijstaat.

Van Riessen: „Ik vond het eigenlijk wel jammer dat er niemand voor die tanks ging staan, zoals die Chinese student later op het Plein van de Hemelse Vrede. Was een mooi historisch beeld geweest.”

Van der Spek: „Maar als-ie een molotovcocktail had gehad, was hij doodgeschoten.”

Van Riessen: „Ik bedoel ongewapend. Dan was hij niet overhoop geschoten. Echt niet.”

Toppunt van de macht

De barricades waren opgeruimd, het normale leven in Amsterdam hervat. En toch, zegt Van der Spek, ervoeren de krakers zich na de confrontatie moreel gesterkt. „De machthebbers hadden hun ware gezicht laten zien, met hun tanks. We hadden forse steun gegenereerd onder de bevolking van Amsterdam.”

Er was nog iets dat de krakers een gevoel van victorie bezorgde: het pand aan de Vondelstraat werd niet ontruimd – een van de eisen die ze gesteld hadden. Later zou de gemeente het zelfs aankopen, om beschikbaar te stellen voor jongerenhuisvesting. Al met al, zegt Van der Spek, was het „een enorme overwinning”.

Terugkijkend verkeerde de Amsterdamse kraakbeweging in maart 1980 op het toppunt van haar macht en invloed. Maar de morele zege in de Vondelstraat zou ook het begin vormen van de neergang. In alle euforie besloten radicale elementen om twee maanden later opnieuw toe te slaan, bij de inhuldiging van koningin Beatrix. Van der Spek: „De stemming zat er wel in om nog eventjes los te gaan.”

Op 30 april 1980 veranderde Amsterdam in een groot slagveld. Geen woning, geen kroning. Het tumult was hoorbaar tot in De Nieuwe Kerk, waar de jonge koningin haar eed zwoer. Die orgie van geweld – met opnieuw Van der Spek aan de ene en Van Riessen aan de andere kant – kostte de krakers een hoop krediet. Dit was geen idealistische strijd meer tegen de woningnood, maar geweld om het geweld. In de jaren daarna zouden ze de sympathie van het brede publiek verliezen.

Foto Maurice Boyer

Van Riessen fel: „Hebben jullie op 30 april nou nooit het gevoel gehad: we hebben het niet meer in de hand? Achter jullie kwam al het gespuis uit de grotten van de samenleving naar boven. Er hadden die dag makkelijk honderd mensen doodgeschoten kunnen worden.”

Van der Spek: „Het bijzondere van 30 april was dat helemaal niemand het onder controle had. Minister Wiegel niet, de eerste de beste kraker ook niet.”

Van Riessen: „Vanaf 1980 zag je bij de kraakbeweging steeds meer geweld. En ik begrijp dat je daar nog steeds geen verantwoordelijkheid voor neemt?”

Van der Spek: „Voor de goede zaak mag je geweld gebruiken. Of je dat nou met een hamer doet, of met een steen, dat maakt niet zoveel uit. Ik vind het absolute taboe op geweld een tamelijk heftig dogma van een samenleving die weinig gewend is.”

Sterven na dood

In Amsterdam heerst momenteel opnieuw woningnood, maar de kraakbeweging is op sterven na dood. Rond 1980 werd het aantal krakers op twintigduizend geschat, nu zijn het er nog enkele honderden. Een jaar geleden ontruimde de gemeente de ADM-werf in het Westelijk Havengebied, de laatste grote vrijplaats in de stad.

Burgemeester Femke Halsema scherpte onlangs het Amsterdamse kraakbeleid aan. Ze vindt dat kraken „anoniem en risicoloos” is geworden. De politie gaat ontruimingen van panden voortaan niet meer standaard van tevoren bekendmaken. Dat was een uitvinding van Joop van Riessen, midden jaren tachtig, die leidde tot een fikse afname van het krakersgeweld.

Verrassend genoeg betreurt de oude ijzervreter Van Riessen de teloorgang van de kraakbeweging. „Kraken paste helemaal bij de Amsterdamse mentaliteit”, zegt hij. „Dat brutale, dat eigenzinnige. De Republiek Amsterdam. Die houding hadden we ook bij de politie. Den Haag? Hebben we geen fuck mee te maken.”

Van der Spek: „Ateliers, drukkerijen, cafés, werkplaatsen – al die dingen werden mogelijk dankzij de kraakbeweging. De stad leeft van de rafelranden, de onverwachte bewegingen. Er is een enorm gebrek aan tegenmacht nu.”

Van Riessen: „We leven in een heel andere tijd. Studenten zijn prestatiegericht, willen op tijd klaar zijn met hun studie. Actievoeren? Ben je gek. Die cultuur van toen, samen de straat op, die zou ik wel iets meer willen zien.”

Hun paden kruisten elkaar nadien niet meer. Joop van Riessen doorliep een lange, succesvolle carrière bij de Amsterdamse politie, tot de korpsleiding aan toe. Sinds zijn pensionering schrijft hij politiethrillers. Jo van der Spek werkte als radiojournalist bij de IKON en de VPRO en bleef een leven lang actievoerder. Enkele jaren geleden blies hij de verpieterde kraakscene kortstondig nieuw leven in met zijn campagne voor We Are Here, een krakerscollectief van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Ondanks het grove geweld, zeggen de twee mannen, hadden ze die turbulente gebeurtenissen in 1980 nooit willen missen.

Van der Spek: „Het waren drie fantastisch mooie dagen, die vergeet je nooit meer.”

Van Riessen: „Absoluut.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: De Amsterdamse krakersoorlog, 40 jaar later

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.