Overstappers

Journalist die persvoorlichter wordt, beschouwt zichzelf niet als ‘overloper’

Haagse voorlichters zien zichzelf niet als tegenstrevers van journalisten, maar als intermediair tussen pers en politiek, en als gezamenlijke dienaren van de publieke zaak. Dat blijkt uit ‘The Turncoat Phenomenon’ van onderzoekers Bernadette Kester (Erasmus Universiteit) en Mirjam Prenger (Universiteit van Amsterdam). Zij interviewden elf Haagse voorlichters die ooit politiek journalist waren. Journalisten zijn geneigd hen te zien als „overlopers” naar de „dark side”; „professionele leugenaars” die hun journalistieke vaardigheden misbruiken om de pers tegen te werken. Zelf zien ze dat anders.

Volgens de onderzoekers is 20 procent van de persvoorlichters journalist geweest. Ze zien een wederzijdse afhankelijkheid, maar ook een tegenstelling: de pers heeft de democratische waakhondfunctie, de voorlichter werkt vanuit het belang van zijn bedrijf of instelling. Journalisten ontkennen die afhankelijkheid, hoewel veel nieuws afkomstig blijkt van voorlichters.

De voorlichters benadrukken de overeenkomsten van hun werk met de journalistiek. Intern, zo zeggen ze, zijn ze nog steeds de waakhond, de buitenstaander die de kritische vragen stelt en die naar nieuws zoekt. Ze zien zichzelf als de tussenman en bondgenoot van de journalist. Een verschil wat ze noemen: ze kunnen niet alles zeggen, en ze zijn vaker geschokt door slechte journalistiek. Verder, zo zeggen ze, dragen ze nu meer verantwoordelijkheid, moeten ze meer samenwerken, en zijn ze minder autonoom.

De ‘overlopers’ zeggen dat ze niet zijn overgestapt omdat ze meer konden verdienen. Wel noemen ze: meer zekerheid, betere carrièrekansen, kans op persoonlijke groei en flexibeler werktijden. De meesten stapten over rond hun veertigste. Ze zagen de journalistieke instituten krimpen, waardoor er steeds minder tijd overbleef voor gedegen achtergrondverhalen. Tegelijk voelden ze stagnatie in hun loopbaan. Verder waren ze nieuwsgierig naar hoe de politiek van binnen zou werken.