OESO slaat alarm: wereldeconomie wordt flink geraakt door Covid-19

Coronavirus De groei van de wereldeconomie kan dit jaar in het slechtste geval halveren door Covid-19, stelt de denktank van rijke landen.

In het zakendistrict van Beijing is het extreem rustig, veel bedrijven en kantoren zijn nog gesloten.
In het zakendistrict van Beijing is het extreem rustig, veel bedrijven en kantoren zijn nog gesloten. Foto Roman Pilipey / EPA

„De wereldeconomie staat voor de ernstigste bedreiging sinds de crisis.” De OESO, de denktank van industrielanden, schuwt grote woorden niet. De economische gevolgen van Covid-19 blijven niet beperkt tot China, Zuid-Korea of Italië, de landen die het zwaarst door het virus getroffen zijn, stelt de OESO in een maandag gepubliceerde raming.

Het basisscenario waarvan de OESO-economen uitgaan, is nog relatief zachtaardig: de groei van de wereldeconomie in 2020 wordt niet 2,9 procent – het cijfer waarvan ze in november nog uitgingen – maar 2,4 procent. In dit scenario gaat de OESO uit van een „beheerste uitbraak, grotendeels in China geconcentreerd”. De groeiraming voor China gaat terug van 5,7 procent in november naar 4,9 procent nu, die voor de eurozone daalt van 1,1 procent naar 0,8 procent. In 2021, als de coronacrisis in dit scenario voorbij is, wordt het groeiverlies deels weer goedgemaakt.

De OESO is de eerste van de economische instituties die de corona-effecten meeneemt in prognoses. Gezien de snelle verspreiding van het virus dat Covid-19 veroorzaakt, zo moet de OESO gedacht hebben, is een tweede, pessimistischer scenario ook op zijn plaats. In dit ‘domino’-scenario, met „bredere besmetting”, krijgen de rest van Azië, Europa en Noord-Amerika ook te maken met de reisrestricties die nu in China het economisch verkeer goeddeels lamleggen. In dit zwarte scenario halveert dit jaar de groei van de wereldeconomie. Europa raakt dicht bij een recessie.

Aparte prognoses voor Nederland geeft de OESO niet. Waarschijnlijk zal het Centraal Planbureau dinsdag eveneens zijn groeiramingen naar beneden bijstellen.

Groei overal op de wereld gedrukt door coronavirus

De OESO wijst op een waaier van economische effecten door Covid-19, die in Nederland ook deels al merkbaar zijn. De levering van producten stokt, consumenten worden onzeker, vakanties en zakenreizen worden geannuleerd. Omdat China steeds belangrijker is geworden in de wereldeconomie, zullen de economische gevolgen van Covid-19 veel ernstiger zijn dan die na de uitbraak van het SARS-virus in 2003, denkt de OESO. Je ziet de wereldwijde gevolgen ook aan de Baltic Dry Index, de maatstaf voor internationale scheepvaarttarieven. Die stond omstreeks de jaarwisseling rond de 1.100 punten en is gekelderd naar 535 vorige week.

Gericht helpen

Zoals bij elke economische schok is de vraag: wie moet nu iets doen om de pijn te verzachten? De OESO wijst in de eerste plaats naar overheden. Die zouden „gericht” geld moeten uitgeven. De gezondheidszorg moet nu „extra” overheidssteun krijgen. Bedrijven die failliet dreigen te gaan moeten worden verlicht met uitstel of reductie van belastingbetalingen. Werknemers die te weinig of geen werk meer hebben en huishoudens die door het virus getroffen zijn, moeten speciale subsidies krijgen.

Het lijkt alsof Italië het OESO-rapport al had gelezen, want dat land kondigde zondag precies zo’n pakket aan. Overigens is het niet erg groot: 3,6 miljard euro, ofwel zo’n 0,2 procent van het Italiaanse bbp. Gunstig voor het schuldbeladen Italië is dat maandag het begrotingstekort voor 2019 lager uitviel dan verwacht: 1,6 procent van het bbp, in plaats van 2,3 procent. Eigenlijk moet het Italiaanse tekort verder omlaag, maar de Europese Commissie heeft al gezegd dat zij in deze coronatijden flexibel wil zijn met de begrotingsregels.

Centrale banken trekken nog niet gezamenlijk op, zoals tijdens de financiële crisis

Los van specifieke maatregelen moeten landen die ruimte hebben op de begroting meer uitgeven om „de vraag op de korte termijn te stimuleren”, vindt de OESO. Duitsland wordt bij naam genoemd, Nederland niet.

Als het zwarte OESO-scenario intreedt, moeten overheden verder gaan en „gecoördineerd” de wereldeconomie stimuleren, meent de denktank. En dan moeten ook de centrale banken inspringen. Maar, zo merkt de OESO ook op, vooral de Europese Centrale Bank en de Bank van Japan, hebben hun instrumentarium de voorbije jaren al grotendeels uitgeput. En na een „aanhoudende periode” van extreem lage rentetarieven zal het effect van een nóg ruimer beleid slechts „bescheiden” zijn, is de verwachting.

Lees ook dit verhaal: Virus drukt groei in Europa

Japanse interventie

Van gecoördineerd ingrijpen van centrale banken, zoals tijdens de financiële crisis, is nog geen sprake. De Amerikaanse Federal Reserve en de Bank van Japan gaven de voorbije dagen verklaringen uit waarin ze lieten weten de situatie „nauwlettend te volgen”. De Bank van Japan injecteerde omgerekend 4,15 miljard euro in de banken. Ook kocht zij voor een recordbedrag van 830 miljoen euro indexfondsen op (trackers die aandelen volgen) – een vorm van geldbeleid die Fed en ECB nog niet kennen.

De ECB is tot dusver het minst happig op een grote rol. Luis de Guindos, de vicepresident van de ECB, stelde maandag dat het begrotingsbeleid van overheden „de frontlinie van het antwoord” moet vormen. Het is de vraag hoelang de ECB deze houding kan volhouden als de Fed, in navolging van de Bank van Japan, wél ingrijpt met verwijzing naar het virus.

Geen enkele instelling lijkt te ontkomen aan de onrust die Covid-19 teweegbrengt. De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds brachten maandag een gezamenlijke verklaring uit waarin ze beloven „al onze beschikbare instrumenten te gebruiken, tot de meest volle reikwijdte” om hun (armere) lidstaten te helpen. En oliekartel OPEC, dat deze week vergadert, praat met Rusland om de productie te beperken, om de olieprijs te behoeden voor een diepe val.