Opinie

Martelaar in Oostenrijk

Frits Abrahams

Was Franz Jägerstätter een held? Niet volgens de bekende definitie die W.F. Hermans een verzetsman in De donkere kamer van Damocles in de mond legt: „Een held is iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest.” Zulke „onvoorzichtige mensen” hadden ze in het verzet niet nodig, bedoelt de man.

Jägerstätter was niet onvoorzichtig, want hij hield wel degelijk rekening met het ergste wat hem kon gebeuren: de doodstraf. Maar hij liet zijn geweten zwaarder wegen en weigerde te zwichten voor de nazi’s. Het was een kwestie van consequent volgehouden moed. Niet met de bedoeling er iemand mee te redden – hij zat niet in het verzet - maar om individueel het hoofd te bieden aan morele chantage van staatswege.

Ik had nooit eerder van hem gehoord, maar dankzij de speelfilm A Hidden Life van de Amerikaanse regisseur Terrence Malick is daar verandering in gekomen. Het is een indrukwekkende film, weliswaar te lang (drie uur) en loodzwaar van somberte, maar toch zeer de moeite waard, als artistieke prestatie en ook als hommage aan een bewonderenswaardige man.

Jägerstätter, in 1907 als buitenechtelijk kind in het Oostenrijkse dorpje Sankt Radegund geboren, erfde daar de boerderij van zijn stiefvader en trouwde in 1936 met Franziska Schwaninger, met wie hij drie dochters kreeg. Zij was, evenals haar man, van katholieke komaf, maar nog strenger in de leer dan hij.

Hij beroept zich op zijn geloof als hij zich verzet tegen de invloed van de nazi’s. Na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland in 1938 weigert hij burgemeester van Sankt Radegund te worden, en bij een volksraadpleging over de wenselijkheid van een hereniging met Duitsland stemt hij als enige van het dorpje tegen. Hij neemt nog wel dienst bij de Wehrmacht, maar mag op voorspraak van zijn burgemeester terug naar huis.

Na een nieuwe oproep weigert hij dienst met een beroep op zijn religieuze geweten, dat hem verbiedt om voor het nationaalsocialisme te strijden. Alleen zijn vrouw steunt hem. De andere dorpsbewoners keren zich van hen af, zelfs de bisschop van Linz adviseert hem dienst te nemen. In de Berlijnse gevangenis wordt de druk verder opgevoerd, maar hij blijft bij zijn weigering.

Vooral de religieuze motivering van die weigering moet een mystiek angehauchte filmer als Malick hebben aangesproken. Malick geeft vrijwel nooit interviews, ook niet over deze film, maar na een presentatie van de film in het Vaticaan(!) wilde hij er toch iets over zeggen: „Franz is een martelaar omdat hij besloot zijn geweten trouw te blijven.” En over zijn vrouw: „Zij is ook een martelaar. Het was mooi om de brieven te lezen die ze elkaar schreven toen hij in de gevangenis zat. (….) Zij heeft hem tot op het laatst gesteund.” Zelf heeft ze later gezegd dat ze hem wel gevraagd had zijn beslissing te herzien.

Zijn onvermurwbaarheid blijft, ook in de bioscoop, het meest intrigeren. Was het niet egoïstisch van hem om te kiezen voor zijn geweten in plaats van voor zijn gezin?

Hij werd in 1943 door de nazi’s geëxecuteerd. „Beter de handen geboeid dan de wil”, zou hij ooit gezegd hebben. De Katholieke Kerk in Oostenrijk, die hem eerst in de steek had gelaten, rehabiliteerde hem in 2007 met een zaligverklaring. Hij was niet zozeer een held geworden, als wel (bijna) een heilige.