Kleine staat kan ook wat verklappen op ‘Super Tuesday’

Uitslagenavond Wie dinsdagnacht de tv aanzet voor de Democratische voorverkiezingen, hoeft zich niet blind te staren op de twee grootste staten.

Aanhangers van presidentskandidaat Mike Bloomberg op een rally in Houston, Texas op 27 februari 2020.
Aanhangers van presidentskandidaat Mike Bloomberg op een rally in Houston, Texas op 27 februari 2020. Foto Mark Felix

Van het kleine Maine, in de noordoostelijke uithoek van de VS, tot in de zuidwestelijke gigant Californië – en in twaalf staten daartussen – kunnen Democratische kiezers deze ‘Super Tuesday’ stemmen. Wie mag het 3 november namens de oppositiepartij opnemen tegen president Donald Trump?

Eerder hielden vier kleinere staten voorverkiezingen, maar dat was een voorproefje. Kandidaten moesten aantonen dat ze ‘momentum’ hadden. Deze dinsdag wordt de race serieus en kunnen kandidaten grote (maar waarschijnlijk nog geen beslissende) stappen zetten naar winst.


Inzet van de primaries en caucuses die de Democraten in veertien staten (en het Amerikaanse overzeese gebied Samoa) houden, zijn delegates. Dit zijn partijleden die half juli op de Democratische partijconventie de presidentskandidaat kiezen. Deze dinsdag wordt ruim een derde van het totaal aantal gedelegeerden (3.979) verdeeld. Om de nominatie al vóór de conventie veilig te stellen moet een gegadigde de helft van de gedelegeerden winnen, plus één. Sinds 1952 was dit steeds het geval, maar het is de vraag of dat dit jaar ook gebeurt, in dit volle deelnemersveld.

Lees ook: Stemmen voor meer of minder zorg in Sugar Land, Texas

Heeft geen van de kandidaten in juni na de laatste voorverkiezingen de grens van 1.991 bereikt, dan volgen op de conventie extra stemrondes. Afvallers kunnen ‘hun’ delegatieleden dan aanbevelen een kandidaat te steunen – niet per se de koploper. Ook krijgen 771 zogenoemde supergedelegeerden – partijbonzen – een stem. Dit zou anti-establishmentkandidaat en huidig koploper Bernie Sanders de pas kunnen afsnijden.

Hoe meer inwoners in een staat, hoe meer gedelegeerden deze stuurt. Dit gebeurt doorgaans naar verhouding, na een kiesdrempel van 15 procent. Maar het draait deze verkiezingsnacht, die tot diep in de Nederlandse woensdagochtend spannend kan blijven, niet alleen om gedelegeerden. Kandidaten moeten ook aantonen voet aan de grond te krijgen in demografisch en sociaal-cultureel verschillende staten. Eigenlijk zijn alle staten daarom interessant, maar om verschillende redenen.


Twee grote staten

De aandacht van de nationale media zal vooral uitgaan naar Californië en Texas, in bevolkingsomvang respectievelijk de grootste en op twee-na-grootste staat. De giganten verdelen getweeën bijna de helft (643) van het totaal te winnen gedelegeerden op Super Tuesday. Beide gelden als divers: latino’s, zwarte, Aziatische en inheemse Amerikanen vormen er tezamen een meerderheid. Dit maakt deze staten een representatievere dwarsdoorsnede van het Democratische electoraat dan de vier staten die in februari al stemden.

Sanders, die in Californië ruim en in Texas licht voorstaat in de peilingen, kan tot nu toe vooral bogen op de steun van jongeren en latino’s, Biden op ouderen en zwarte kiezers. Op basis van enquêtes bij stembureaus moet duidelijk worden welke kiezersgroep (naar etnische achtergrond, leeftijd, inkomen) uiteindelijk op welke kandidaat heeft gestemd. Met die statistieken in de hand zullen kandidaten claimen landelijk de breedste ‘coalitie’ aan kiezers te kunnen mobiliseren.

Vier swing states

Bij presidentsverkiezingen is de strijd vaak maar in een tiental staten écht spannend. Zogenoemde ‘swing states’, die het ene jaar (nipt) voor een Democraat stemmen en vier jaar later op een Republikein – of vice versa. De vier belangrijkste ‘slingerstaten’ (Florida, Wisconsin, Pennsylvania, Michigan) houden later pas voorverkiezingen, maar er stemmen dinsdag wel vier andere staten die als enigszins competitief gelden: North Carolina, Virginia, Maine en Colorado. Wie hier goed presteert, kan ‘electability’ claimen. Voor de liefhebber: de hoofdprijs zijn rurale districten in Virginia en North Carolina. In 2016 verspeelde Hillary Clinton het Witte Huis voor een belangrijk deel in deze staten, doordat veel traditioneel Democratische plattelandskiezers naar Trump overstapten. Wie dinsdag hun stem wint zal zeggen: zo kan ik Trump verslaan.

Vijf behoudende staten

Super Tuesday werd in de jaren tachtig in het leven geroepen door Democraten die ontevreden waren over de wijze waarop hun partij haar presidentskandidaat aanwijst. In 1984 leden de Democraten een vernietigende nederlaag met de uitgesproken progressief Walter Mondale. Vooral zuidelijke (lees: conservatieve) staten verplaatsten hun voorverkiezingen vervolgens naar maart, om meer invloed te krijgen. De laatste jaren werd de verscheidenheid aan kiezers op Super Tuesday groter, maar er zitten nog vijf conservatieve staten tussen. Oklahoma, Alabama, Arkansas, Tennessee en Utah zijn middelgroot en hebben niet veel gedelegeerden te vergeven. Daarom wordt er minder of zelfs niet gepeild en is de uitslag onvoorspelbaar. Zogenoemde ‘gematigde’ kandidaten als Joe Biden en Mike Bloomberg gaven hier relatief veel geld uit aan reclamespotjes: blijkbaar hopen zij er op een goed resultaat. Ook als zij progressievere staten verliezen, kunnen ze schermen met hun winst hier.

Drie thuisstaten

In twee staten spelen kandidaten een thuiswedstrijd. Bernie Sanders en Elizabeth Warren zijn respectievelijk senator voor Vermont en Massachusetts. Dit thuisvoordeel is ook een risico: wie zelfs zijn ‘eigen’ staat niet wint, staat er slecht op. Maandag stapte senator Amy Klobuchar uit de race: ‘haar’ thuisstaat Minnesota viel zo vrij. Ze riep kiezers op om Biden te steunen. Sanders lijkt ‘zijn’ Vermont met gemak te winnen. Voor Warren spant het erom: Massachusetts grenst aan Vermont, de staat van Sanders. Als hij haar hier aftroeft, is dat een mogelijk fatale klap voor haar campagne.